Triptiek van de graflegging (ca. 1410) - Robert Campin

1300+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Robert Campin, Triptiek van de graflegging, ca. 1410, verf en bladgoud op hout, 62 x 104 cm (middenpaneel: 62 x 52 cm), Courtauld Gallery, Londen
Robert Campin, Triptiek van de graflegging, ca. 1410, verf en bladgoud op hout, 62 x 104 cm (middenpaneel: 62 x 52 cm), Courtauld Gallery, Londen
Kunstenaar Robert Campin
Land Frankrijk, België
Stijl / Stroming / Periode Vlaamse primitieven /
middeleeuwen, renaissance
Locatie / Museum Courtauld Gallery, Londen

Het Triptiek van de graflegging geldt als het vroegste werk van Robert Campin, die als kunstenaar ook bekend is onder de naam de Meester van Flémalle. Samen met Jan van Eyck wordt hij beschouwd als de belangrijkste grondlegger van de vroege Nederlandse school van de Vlaamse primitieven, een nieuwe richting in de schilderkunst in de Lage Landen, die stilistisch gezien duidelijk afstand nam van de in die tijd nog gangbare internationale gotische stijl. Het tafereel ademt realistische ruimte, op een manier, die eerder nog nauwelijks was toegepast in Noord-West Europa. De driedimensionaal ogende figuren zijn allemaal in actie, levensecht opgesteld rondom de levenloze figuur van Jezus.

We zien op het middenpaneel hoe Maria, de moeder van Jezus, geholpen door enkele vrouwen en onder meer Jozef van Arimathea en Nikodemus Jezus in zijn lijkwade wikkelt. De Heilige Jozef van Arimathea was een lid van de Joodse hoge raad van geestelijken, maar was het niet eens met de veroordeling van Jezus. Hij heeft een opvallend bijrolletje in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Hij vraagt namelijk aan de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus, die Jezus tot het kruis veroordeelde, toestemming om hem in zijn tuin te mogen begraven. Nikodemus was lid van dezelfde raad, en ook een sympathisant van Jezus. Maria, die over Jezus heen buigt is herkenbaar aan haar donkerblauwe mantel. Ze wordt ondersteund door de Heilige Johannes, gehuld in een felrood gewaad. Die combinatie van Maria en Johannes komt veelvuldig voor in een veel geschilderde voorstelling met aanverwante thematiek, De bewening van Jezus. Er zijn nog meer belangrijke Bijbelse personages aanwezig. Achter Maria zien we de Heilige Veronica. Ze houdt de zweetdoek van Jezus omhoog, als een stille verwijzing naar zijn lijdensweg onder het torsen van het zware houten kruis, op weg naar de berg Golgotha, waar hij later gekruisigd zou worden. Rechtsvoor op de rug gezien is Maria Magdalena bezig, de voeten van Jezus te zalven. De engelen, die boven het tafereel zweven op een gouden ondergrond hebben de doornenkroon en de drie nagels waarmee Jezus was vastgespijkerd aan het kruis in hun handen. De gouden achtergrond kan worden gezien als een restant van de meer decoratieve, minder ruimtelijke internationale gotische stijl. De goudkleur symboliseert het Goddelijk licht. In het goud zijn druiventrossen wijnranken verwerkt, symbool voor Christus, die in de Christelijke geloofsleer wel wordt aangeduid als 'de ware wijnstok.'

Op het linkerpaneel zien we een portret van de opdrachtgever van het triptiek met zijn handen vroom gevouwen in gebed. Op ruimtelijk beeldend gezien nog ietwat primitieve wijze zien we de berg Golgotha achter hem. Bij het middelste kruis, waaraan Jezus heeft gehangen staat een ladder, als een stille verwijzing naar een ander Christelijk thema dat veelvuldig is geschilderd, De kruisafneming. Zie als voorbeeld daarvan De kruisafname van Rogier van der Weyden van omstreeks 1435-38. Het zijpaneel rechts toont de Wederopstanding van Jezus, het Bijbelse vervolg op de graflegging.