De treurende Joden in ballingschap (1832) - Eduard Bendemann

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Eduard Bendemann, De treurende Joden in ballingschap, 1832, olieverf op linnen, 183 x 280 cm, Wallraf-Richartz-Museum, Keulen
Eduard Bendemann, De treurende Joden in ballingschap, 1832, olieverf op linnen, 183 x 280 cm, Wallraf-Richartz-Museum, Keulen
Kunstenaar Eduard Bendemann
Land Duitsland
Stijl / Stroming / Periode romantiek 19e eeuw
Locatie / Museum Wallraf-Richartz-Museum,
Keulen

Het schilderij De treurende Joden in ballingschap uit 1832 verwijst naar Psalm 137, dat gaat over de gevangenschap van de Joden in Babylon. In de zesde eeuw voor Christus waren de Babyloniërs meermaals Palestina, het beloofde land, binnengevallen. Ze hadden de joodse inwoners ontvoerd naar het Tweestromenland, het huidige Irak. In Babylon moesten de Joden zo jarenlang in gevangenschap en verplichte ballingschap leven. Op de originele lijst van zijn schilderij had Bendemann het eerste vers van Psalm 137 laten aanbrengen, waarin beschreven wordt hoe de Joden in ballingschap aan de rivier zaten, terwijl ze weemoedig aan het beloofde land dachten. De treurnis spat inderdaad van het doek af. Op een voor de negentiende eeuw typerende manier brengt de kunstenaar zijn boodschap. Bendemann slaagt er in door het inzetten van gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal om de gemoedstoestand van de bannelingen uit te drukken. Zo biedt de geketende oude man in het midden troost met zijn linkerhand aan een jonge vrouw, waarschijnlijk zijn dochter, die haar gezicht verschuilt in haar armen op zijn knie. Tegelijkertijd kijkt de man bezorgd naar de jonge vrouw met het kleine kind in haar armen rechts van hem. Zij is in zichzelf gekeerd en staart weemoedig voor zich uit. Het meisje helemaal rechts met de te neergeslagen blik steunt met haar linkerhand haar hoofd. Deze lichaamshouding staat al sinds de klassieke oudheid in de kunst symbool voor melancholie en zwaarmoedigheid. Zelfs het kleine kind geeft uitdrukking aan de bedruktheid als gevolg van de onvrijwillige verbanning en gevangenschap. Het drukt zich helemaal tegen het lichaam van zijn moeder aan, zoekend naar geborgenheid en veiligheid. Hoewel het schilderij een duidelijk Bijbels thema heeft, refereert het misschien ook wel aan de maatschappelijke situatie in de jaren dertig van de negentiende eeuw in Duitsland, toen de joodse bevolking aan de rand van de samenleving stond en er bovendien amper sprake was van politieke vrijheid.