Musée de l'Orangerie, Parijs

1300+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Museum de l'Orangerie werd in 1852 gebouwd op verzoek van keizer Napoleon III. Het was bedoeld als een overwinteringsplek voor de sinaasappelboompjes, die in de tuinen van de Tuillerieën stonden. Na de val van het keizerrijk in 1870 kwam het gebouw in het bezit van de Franse staat. Tot ongeveer 1922 werd het gebouw ingezet voor verschillende doeleinden, nog altijd ook van botanische aard, maar er werden ook feesten, banketten, musicals en hondenshows in georganiseerd. Vanaf 1921 viel het gebouw echter onder de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van beeldende kunst. Dat veranderde definitief de functie en de toekomst van het unieke gebouw. Het moest het onderkomen worden van de hedendaagse kunst uit die tijd.

Musée de l'Orangerie, in de Tuillerieën aan de Seine nabij het Louvre in het 1e arrondissement van Parijs
Musée de l'Orangerie, in de Tuillerieën aan de Seine nabij het Louvre in het 1e arrondissement van Parijs

COLLECTIE IN VOGELVLUCHT

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog schonk Claude Monet, om de overwinning van de Fransen en geallieerden op de Duitsers te gedenken, twee enorme panelen met Waterlelies aan de Franse staatsman George Clemenceau, met wie hij ruim dertig jaar bevriend was. Monet gaf het met de bedoeling het aan de Franse staat cadeau te doen. Clemenceau bedacht vervolgens dat Musée de l'Orangerie de ideale plaats was om de meesterwerken in onder te brengen. Simpel gezegd: zo geschiedde om een lang verhaal kort te maken. Een paar maanden na de dood van Monet werd het museum officieel geopend als het Musée National de l’Orangerie des Tuileries. De Waterlelies, acht panelen van twee meter hoog met een totale wandlengte van 91 meter, ondergebracht in twee speciaal daarvoor ontworpen ovaalvormige kamers, vormen nog altijd het absolute hoogtepunt van de collectie van het museum.
In de geschiedenis van het museum zijn meer belangrijke sleutelmomenten aan te wijzen. Tussen 1959 en 1963 verwierf de Franse staat bijvoorbeeld de kunstverzameling van de Parijse kunsthandelaar Paul Guillaume (1891-1936), die grote kunstenaars vertegenwoordigde als Constantin Brancusi, Giorgio de Chirico, Henri Matisse, Amedo Modigliani, Picasso en Chaim Soutine. Zijn privécollectie, is permanent in het museum te bezichtigen, en zal op verzoek van de schenkster Domenica Walter, de vrouw van Guillaume, daar voor altijd intact blijven. De Jean Walter Paul-Guillaume collectie van het museum bestaat in totaal uit 146 schilderijen. Uit de periode van het impressionisme zijn 25 daarvan van Renoir, 15 van Cézanne, een van Gauguin, een van Monet en een van Alfred Sisley. Uit het begin van de twintigste eeuw van stijlen als het expressionisme, fauvisme, kubisme en postimpressionisme bestaat de verzameling verder uit 12 werken van Picasso, 10 van Matisse, 5 van Modigliani, 5 van Marie Laurencin, 9 van Henri Rousseau, 29 van André Derain, 10 van Maurice Utrillo, 22 van Soutine en één schilderij van Kees van Dongen. Topstukken in de collectie zijn onder meer Baadster met lang haar van omstreeks 1895 van Renoir en De kleine banketbakker, dat door Soutine is geschilderd in 1922-23 en zijn doorbraak als kunstenaar betekende.

BEZOEKERSINFORMATIE


ADRES
Jardin Tuileries,
75001 Paris, Frankrijk
Telefoon:  +33 (0)1 44 77 80 07

WEBSITE

Website Musée de l'Orangerie in Parijs