Portret van Mary, Countess Howe (ca. 1760) - Thomas Gainsborough

1500+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
   
In het achttiende-eeuwse Engeland decoreerde de adel haar landhuizen en kastelen met werk van oude meesters. Met als gevolg dat er voor jonge kunstenaars weinig werk was, tenzij men een goede portrettist was, want dat vormde de uitzondering op deze ervaringsregel.

Thomas Gainsborough, Portret van Mary, Countess Howe, ca. 1760, olieverf op doek, 244 x 152 cm, Kenwood House, Iveagh Bequest, Londen
Thomas Gainsborough, Portret van Mary, Countess Howe, ca. 1760, olieverf op doek, 244 x 152 cm, Kenwood House, Iveagh Bequest, Londen

In 1763 ontmoet kunstschilder Thomas Gainsborough (1727-1788) het aristocratische echtpaar Howe tijdens een vakantie in de badplaats Bath in Zuid-Engeland. Hij zag deze ontmoeting als een kans om meer bekendheid te krijgen als portrettist binnen de hogere kringen en biedt aan een portret van hen te schilderen. Richard Howe bedankte ervoor, hij ging liever kuren in de mondaine badplaats, maar Gainsborough krijgt wel de kans om een portret van Mary Howe te schilderen. Dat is achteraf een succes gebleken en de kunstenaar wordt een begrip als portrettist. Hij verwerft een vergelijkbare status als Sir Joshua Reynolds onder de Engelse welgestelde adel.
Op het portret zien we de gravin in een spontaan geschilderd landschap staan. Zij was in 1732 geboren als Mary Hartopp en had op het moment van het portret haar adellijke titel eigenlijk nog maar net verworven als gevolg van haar huwelijk met Sir Richard Howe in 1758. In het schilderij maakt ze net een stapje op haar hooggehakte schoen en ze moet haar zijden met kant versierde jurk opzij trekken, om te voorkomen dat ze hem openscheurt aan een distel. In werkelijkheid stond ze tijdens het portretteren gewoon in het atelier van Gainsborough. Het landschap heeft een duidelijke functie, want het symboliseert haar sociale klasse en haar rijkdom. Het bezit van grond was de belangrijkste vorm van kapitaal van de Engelse adel. De ogenschijnlijke spontaniteit van het portret, het vlot gepenseelde landschap, de weldadigheid van de modieuze kleding en sieraden van de gravin en het speelse beeldgrapje met de distel zorgen ervoor dat dit schilderij verwant is met de stijl van het rococo van het vasteland van Europa halverwege de achttiende eeuw. Deze frivole schilderstijl sloeg in nuchtere Noord-Europese landen als Duitsland, Nederland, Scandinavië en Engeland verder overigens nauwelijks aan.