Straatje Den Haag (1896) - Willem Bastiaan Tholen

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

door Steven Kolsteren

De verzamelaar R. J. Veendorp had een bijzondere voorliefde voor het werk van Willem Bastiaan Tholen. Een overzichtstentoonstelling van Tholen in 1930 in Pulchri Studio te Den Haag had veel indruk op hem gemaakt. Het schilderij bevindt zich in het Groninger Museum.

Willem Bastiaan Tholen, Straatje Den Haag, 1896, olieverf op doek, 56 x 33,5 cm, collectie Groninger Museum. (De afbeelding is beschikbaar gesteld door het Groninger Museum)
Willem Bastiaan Tholen, Straatje Den Haag, 1896, olieverf op doek, 56 x 33,5 cm, collectie Groninger Museum. (De afbeelding is beschikbaar gesteld door het Groninger Museum)

Op het schilderij Straatje Den Haag zien we een alledaags tafereel. Een man met een wit schort en witte pet, een pak onder zijn linkerarm, staat te praten met een dienstmeisje dat in de deuropening van een huis staat. Doordat we hem op de rug zien, wordt onze aandacht niet alleen naar het contact tussen de twee geleid, maar ook verder het nauwe straatje in. Door de hoge muren van baksteen en het gebladerte van de hoge bomen wordt een sterke dieptewerking gecreëerd. Maar het belangrijkste van alles, terwijl het oog van de kijker door het straatje dwaalt, is het spel met zonlicht en schaduwen. Dit begint al bij de mensen op de voorgrond, breidt zich uit over de lantaarn boven hun hoofd, over de muren met de verspringingen aan de rechterzijde van de straat, en wordt voortgezet in het zomergroene gebladerte van de bomen en in de schaduwen op het plaveisel. Door de afwisseling van licht en lichtval, zelfs in de schaduwen, wordt het stille straatje plotseling heel levendig. De mensen zijn daarin bijfiguren, niet meer dan andere mogelijkheden om te spelen met licht.
Tholen schilderde dit straatje in 1896 in Den Haag, de stad waar hij toen al enige jaren woonde en waar hij in 1931 ook zou overlijden. In dit schilderij sluit Tholen echter meer aan bij het Amsterdams Impressionisme van Breitner en Isaac Israëls dan bij de Haagse School. In tegenstelling tot de schilders van de Haagse School was Tholen niet zozeer geïnteresseerd in het landschap rondom de stad, maar meer in het stadsleven zelf.
 
In 1899 schilderde hij, tijdens een verblijf in de zomer op de Veluwe, het interieur van een herberg in de buurt. Er zijn geen mensen aanwezig op dit stille doek. Het belangrijkste van het schilderij is opnieuw het licht, dat de muren en het houten plafond doet oplichten in subtiele tinten. Het schilderij is linksboven gesigneerd met Tholen, wat inhoudt dat dit een ‘plankje’, een studie, was; zijn atelierschilderijen signeerde hij met WB Tholen. Veendorp verzamelde niet alleen schilderijen van Tholen maar ook veel schetsen en grafisch werk, en koos daarbij werk dat paste bij zijn eigen ingetogen karakter en smaak.