Julia (ca. 1915) - Ramon Casas I Carbó

1300+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie

De Spaanse kunstschilder Ramon Casas I Carbó (1866-1932) uit Catalonië schilderde gedurende zijn carrière portretten van de economische, politieke en intellectuele elite van Barcelona, Madrid en Parijs. Ook schilderde hij menigten, zoals de toeschouwers van een stierengevecht. Één van zijn geliefde portretmodellen was Julia Peraire, een schildersmodel, dat bijna vijfentwintig jaar jonger was dan de kunstenaar zelf. Hij werd bij de eerste ontmoeting stapelverliefd op haar en ondanks de bezwaren van zijn eigen familie trouwden Peraire en Casas uiteindelijk met elkaar, echter pas in 1922.

Ramon Casas I Carbó, Julia, ca. 1915, olieverf op doek, 87 x 65 cm, Museo Carmen Thyssen, Málaga
Ramon Casas I Carbó, Julia, ca. 1915, olieverf op doek, 87 x 65 cm, Museo Carmen Thyssen, Málaga

Het eerste portret van Julia maakte Casas in 1906, toen zij 18 jaar oud was. Op dit portret van Julia, dat Casas omstreeks 1915 heeft geschilderd draagt zij typische Spaanse kledij, namelijk het met borduursels versierde jasje van een matador, met daaronder een mouwvest en een bijpassende jurk. Om het geheel af te maken heeft zij een Spaanse houten kam en bloemen in het haar. Casas was een specialist in het schilderen van dames met verleidelijk Spaans temperament, een genre dat in de tweede helft van de negentiende, vooral tijdens het Fin de siècle in zwang was bij zowel Franse als Spaanse schilders in Parijs. Dergelijke portretten werden grif verkocht aan buitenlandse gasten van de wereldstad. Typerend voor het genre is de licht uitdagende lichaamshouding van Julia, zittend met haar handen in de heupen. Kenmerken die de erotische suggestie van het schilderij versterken zijn haar directe blik gericht op de beschouwer, haar diepe decolleté, haar blote hals en rode lippen. Maar Casas was er een meester in dit alles op uiterst subtiele wijze te verbeelden, door toepassing bijvoorbeeld van het koud-warmcontrast in de kleurstelling. Hij werd nooit ordinair. Hij bleef eindeloos allerhande verleidelijke dames schilderen, en met succes, tot aan het einde van zijn leven.
 

Ramon Casas I Carbó en de avant-garde

Tot aan de jaren twintig van de twintigste eeuw bewoog Casas zich in de avant-gardekringen van de moderne kunst te Barcelona en Parijs. Zijn vroege werk wordt gerekend tot het modernisme van Catalonië, een variant van de Jugendstil tussen 1880 en 1911, welke zich afzette tegen de vastgeroeste Spaanse traditie van de romantiek, en een pleidooi hield voor de erkenning van de eigenheid van de Catalaanse cultuur. Ook het werk van de beroemde architect Antoni Gaudi behoort tot deze stroming. Casas reisde vanaf 1881 met regelmaat naar Parijs, waar hij tijdens zijn schilderlessen van Emile Auguste Carolus-Duran ondermeer kunstenaars als Pierre Puvis de Chavannes en Eugène Carrière, een leerling van Alexandre Cabanel, leerde kennen. Deze kunstenaars hadden invloed op zijn werk. De stijl waarin Casas vervolgens gaat schilderen houdt het midden tussen het academisme van Couture en Bouguereau en het impressionisme. Zie het schilderij Madeleine uit 1892 (afbeelding rechts).
In het schilderij Julia, dat de kunstenaar schilderde in het midden van zijn carrière, zijn naweeën en invloeden van de avant-garde van Parijs te herkennen van rond 1900, de stijlperiode welke als postimpressionisme wordt aangeduid. De wijze waarop de kunstenaar met groene horizontale verfstreken de jurk heeft geschilderd, doet denken aan de stijl van Henri de Toulouse Lautrec, terwijl de kleurstelling van het hele schilderij verwant is aan de kleurstelling van de schilderijen van Picasso uit zijn blauwe periode. Omstreeks 1900 raakt Casas ook bevriend met de Spaanse kunstenaar Joaquín Sorolla, die ook schilderde in een (post)impressionistische stijl.
Casas reisde tot de Eerste Wereldoorlog intensief door Europa en bracht bezoeken aan steden als Boedapest, München en Wenen, ook bezocht hij Nederland. Hij exposeerde voor het eerst in 1890 met de Catalaanse modernisten, onder wie de bevriende kunstschilder en schrijver Santiago Rusiñol in de Sala Parés te Barcelona, en zou dat met regelmaat blijven doen tot aan diens dood in 1931. In Parijs exposeerde hij ondermeer op de wereldtentoonstelling van 1890 en op verschillende edities van de salontentoonstellingen, daarnaast exposeerde hij te Madrid (1892 en 1894) en te Berlijn (1891 en 1896). Ondanks zijn actieve participatie in de wereld van de Europese avant-garde tussen 1890 en 1911 werd hij bij zijn dood al beschouwd als een conservatieve academische schilder. Tegen die tijd schilderde hij dan ook weer in de stijl van het laat negentiende-eeuwse academisme.