Les Demoiselles d'Avignon (1907) - Picasso

1200+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Revolutionaire zienswijze: een plat vlak, bestaande uit vormen en kleuren

Van onze redactie
 

Toen Picasso in aanraking kwam met houten afgodsbeelden en maskers uit Oceanië en Afrika, bleek dit voor hem een grandioze nieuwe inspiratiebron. Het gaf de kunstenaar een enorme artistieke energie. Het bracht een radicale wending in zijn oeuvre teweeg.

De eerste tekenen hiervan zijn aan te treffen in Picasso’s monumentale schilderij uit 1907: Les Demoiselles d’Avignon. Vooral in de gezichten van de twee vrouwfiguren aan de rechterkant is de invloed van Afrikaanse sculpturen duidelijk te zien. Dit schilderij betekende voor Picasso een drastische stijlbreuk in zijn oeuvre. De westerse kunst werd door het schilderij op een nieuw spoor gezet. In de traditie werd een schilderij beschouwd als een venster dat uitzicht biedt op een andere zichtbare werkelijkheid. Maar in plaats daarvan vatte Picasso het schilderij op als niets meer dan wat het in werkelijkheid is: een plat vlak met daarop een compositie van vormen en kleuren.
 

Pablo Picasso, Les Demoiselles d'Avignon, 1907, olieverf op doek, 240 x 230 cm. Museum of Modern Art, New York
Pablo Picasso, Les Demoiselles d'Avignon, 1907, olieverf op doek, 240 x 230 cm. Museum of Modern Art, New York

Geïnspireerd door magische fetisjen en het verdrijven van kwade geesten

Les Demoiselles d’Avignon wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste meesterwerken uit de geschiedenis van de moderne kunst. Dit was ook de intentie van Picasso toen hij het werk vervaardigde. Voorzichtig laat hij het werk eerst alleen aan een aantal bevriende kunstenaars zien, onder wie Braque, Derain en Matisse. Zij reageren echter niet zoals hij had gehoopt. Beïnvloed door hun negatieve reactie zou het nog tien jaar duren voordat hij zijn werk aan het grote publiek toonde.
 

Volgens sommige auteurs is het schilderij een reactie op het werk De levensvreugde (Le bonheur de vivre) van Matisse (zie biografie Matisse bovenaan pagina), dat veel opzien had gebaard op de Salon van 1906. Picasso wilde Matisse overtreffen, met een schilderij dat nog radicaler vernieuwend was. Het schilderij zou ook een reactie kunnen zijn op de late figuurcomposities van Cézanne. En er zijn nog meer zaken die waarschijnlijk van invloed zijn geweest op het ontstaan van dit werk, zoals de vormentaal van de Iberische, pre-Romaanse Spaanse beeldhouwkunst. Maar voor de stilistische keuzes in Les Demoiselles d'Avignon lijkt de voornaamste drijfveer toch de Afrikaanse kunst te zijn geweest. Picasso werd er tijdens een bezoek aan het Volkenkundig Museum in Parijs volledig door gegrepen. Hij raakte in de ban van magische fetisjen, voorwerpen die vervaardigd werden ter verdrijving van kwade geesten. Tegen de schrijver André Malraux spreekt Picasso van het werk als 'mijn eerste duivelsuitbanningsschilderij' (bron: Hugh Honour en John Flemming, Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff, Amsterdam).

Aanstootgevende bordeelscene

Toen Picasso aan dit werk begon, zaten er nog allerlei symbolische verwijzingen in. Het was eerst op doek gezet als een bordeelscène, met onder andere een student medicijnen met een doodshoofd in zijn hand, en een zeeman te midden van naakte vrouwen. Deze aanvankelijk anekdotische elementen moesten echter gaandeweg plaats maken voor primitieve vormen, met een agressieve en opdringerige erotische lading. De afgebeelde vrouwen hadden niets meer van doen met de zachte lichaamsvormen en warme tinten, die we kennen van de renaissance, de barok, het neoclassicisme of de romantiek. De gebruikelijke lieflijkheid bij het afbeelden van het vrouwelijk naakt maakte plaats voor afstotelijke lelijkheid. Bovendien paste Picasso in de lijn van Cézanne verschillende perspectivische standpunten binnen het schilderij toe, waardoor het tafereel ook zijn ruimtelijke werking verloor.

De hoekige en scherpe lichaamsvormen van de vrouwen, hun priemende blikken en de koele kleurstelling werden als bijzonder aanstootgevend ervaren. Deze vervormingen relateren het schilderij aan het fauvisme en expressionisme, de stijlen die net aan het opkomen waren, toen hij het schilderij maakte. De reden dat Picasso zich zo aangetrokken voelde door de Afrikaanse kunst, is dat deze volgens hem minder afgaat op wat men ziet, maar meer op wat men weet, wat wij nu het conceptuele noemen. Dat maakt meerdere gezichtspunten binnen een schilderij mogelijk. En lichaamsvormen kunnen gereduceerd worden tot geometrische vormen, waarmee ook Cézanne al had geëxperimenteerd. Picasso begon met dit schilderij aan een nieuw tijdperk van de schilderkunst, waarin op een nieuwe manier met vorm en ruimte wordt omgegaan. Het is zijn eerste stap geweest in de richting van het kubisme.

Opmerkelijk aan het schilderij is tot slot, dat verschillende stijlen op één doek worden gecombineerd. Daardoor wordt door sommige theoretici verondersteld dat het werk nog niet af was. De auteurs Hugh Honour en John Fleming vinden het echter niet onwaarschijnlijk dat Picasso dit opzettelijk heeft gedaan. Volgens de auteurs was hij zijn tijd ver vooruit met het loslaten van 'de eenheid van stijl', iets wat juist een stijlkenmerk wordt, later in de twintigste eeuw, tijdens het postmodernisme.