Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte (1884-86) – Georges Seurat

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

door: Sander Kletter en Kyra ter Veer
   

Het monumentale doek van ruim twee bij drie meter Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte (oorspronkelijke Franse titel: Un dimanche après-midi à l'Île de la Grande Jatte) is een van de meesterwerken van de jong gestorven kunstschilder Georges Seurat. Hij presenteerde het werk voor het eerst op de achtste en laatste tentoonstelling van de impressionisten in 1886. Nu kan het wereldberoemde doek worden bewonderd in het Art Institute of Chicago.

Georges Seurat, Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte [Engelse titel: 'A Sunday Afternoon on the Island of La Grande Jatte'], 1884-86, olieverf op doek, 210 x 310 cm, The Art Institute of Chicago, Chicago.
Georges Seurat, Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte [Engelse titel: 'A Sunday Afternoon on the Island of La Grande Jatte'], 1884-86, olieverf op doek, 210 x 310 cm, The Art Institute of Chicago, Chicago.

Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte werd het meest beruchte schilderij van de genoemde tentoonstelling. Het week in meerdere opzichten af van de stijl van de daar getoonde impressionistische werken. Toch werd het goed ontvangen, vooral door de criticus Félix Fénéon, die Seurat een ‘neo-impressionist’ noemde.
De kunstenaar had het werk grondig voorbereid. Zo maakte hij voorafgaand aan de definitieve versie zevenentwintig tekeningen en dertig kleurschetsen. Zie daarvoor bijvoorbeeld de voorstudie in olieverf Vrouw met paraplu op deze pagina. De voltooiing van het arbeidsintensieve schilderij kostte Seurat bijna twee jaar. Belangrijk tijdens zijn voorbereiding waren de studies met betrekking tot het effect dat verschillende kleuren op elkaar uitoefenen. Het gaat hierbij vooral om complementaire kleurparen, dit zijn kleuren die tegenover elkaar liggen op de theoretische kleurencirkel. De belangrijkste kleurparen zijn rood-groen, oranje-blauw en geel-violet.
 

KLEURTHEORIE EN PAUL SIGNAC

De interesse voor kleurtheorie en optica deelde Seurat met Paul Signac. Deze kunstschilder zocht hem in 1884 op, nadat hij van Seurat het schilderij De baders bij Asnières (1884) had gezien. Samen ontwikkelden de kunstenaars vervolgens hun theorie van het divisionisme. Hiervoor maakten ze gebruik van de verschillende (wetenschappelijke) studies, die in die tijd beschikbaar waren met betrekking tot waarneming van licht en kleur. Theorieën waar zij specifiek gebruik van maakten betroffen De la loi du contraste simultané des couleurs et ses applications uit 1839 van de scheikundige Michel-Eugène Chevreul (1786-1889) en het onderzoek dat Charles Blanc (1813-1882) omstreeks 1879 had gedaan naar kleurcontrasten. Ook raadpleegden zij het boekje Modern Chromatics, dat was geschreven voor de wereld van kunst en industrie door Ogden Nicholas Rood (1831-1902). Het was in hetzelfde jaar gepubliceerd en behandelde de eigenschappen en werking van kleurpigmenten. Het intrigeerde Seurat en Signac vooral, dat volgens al deze theorieën kleuren automatisch elkaars complement oproepen. Dat bleek een psychologische wetmatigheid van de waarneming te zijn. De kunstenaars vertaalden dit gegeven voor hun schilderkunst. Ze stelden dat kleuren niet uitsluitend gemengd dienen te worden op het palet. Ze probeerden gebruik te maken van het principe dat mengkleuren ontstaan tijdens de waarneming, door de werking van het menselijk brein en oog. Twee of meer gescheiden opgebrachte kleuren worden als het ware gemengd op het netvlies van het menselijk oog.
 
De zorgvuldige en systematische techniek van korte toetsen en stippen, die in het schilderij zijn toegepast noemde Seurat zelf ‘chromoluminarisme.' Het is vooral bekend geworden onder de naam pointillisme. Het wordt ook wel ‘divisionisme’ genoemd, de term die bij voorkeur door Signac werd gehanteerd.
 

STREVEN NAAR TIJDLOOSHEID

De onderwerpkeuze van Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte, modieuze inwoners van Parijs die het landschap opzoeken voor wat ontspanning en vertier, komt overeen met dat van de impressionisten. Maar het schilderij kan tevens worden gezien als een antireactie op het impressionisme. De manier waarop Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte is geschilderd, levert een nogal statisch beeld van een zomers tafereel op. Zeker als dit wordt vergeleken met de spontaan, met levendige penseelvoering, geschilderde doeken met een vergelijkbaar onderwerp van de impressionisten. Deze kunstenaars wilden immers het vluchtige van het hier en nu, dus een impressie, weergeven met hun dynamische penseelvoering. Op het schilderij van Seurat lijkt de tijd echter bijna stil te staan. De figuren zijn statig en gestileerd weergegeven. Hoewel de ontspanning van moderne stadsmensen het onderwerp vormt, lijken de plechtstatige figuren ontleend aan de stijl van de muurschilderingen van Puvis de Chavannes, die zich door de klassieken liet inspireren. Het is bekend dat Seurat bewondering had voor de manier waarop Puvis de Chavannes zijn figuren rangschikte. Hij streefde er dan ook naar een gevoel van tijdsloosheid te creëren, net zoals Puvis de Chavannes. De enigszins stijve en zorgvuldig opgebouwde compositie, zonder actie, is in die zin zelfs een late echo van het neoclassicisme. In deze stijl werd ernaar gestreefd om elke schilderij het karakter te geven van nobele eenvoud en stille grandeur. Net als tijdgenoot Cézanne had Seurat de ambitie om de door hem gewaardeerde verworvenheden van het impressionisme, het centraal stellen van de werking van licht en kleur, tot iets duurzaams te transformeren.