Grande Odalisque (1814) - Jean Auguste Dominique Ingres

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

SHOCKEREND ICOON UIT HET LOUVRE

 
door: Sander Kletter

Dit naakt van Jean Auguste Dominique Ingres bracht een schok teweeg op de Salontentoonstelling van 1819. Omdat het ongebruikelijk was in de late achttiende eeuw en aan het begin van de negentiende eeuw, dat een kunstschilder een vrouwelijk naakt schilderde zonder dat dit gerechtvaardigd leek door een (mythologisch) verhaal. In dit geval ging het om zomaar een naakte vrouw, die kon worden bekeken. De titel Grande Odalisque, grote odalisk, geeft wel een aanwijzing om wie het gaat. Het Franse woord odalisque is afgeleid van het Turkse 'odalik', dat haremdame betekent.

Jean-Auguste Dominique Ingres, Grande Odalisque, 1814, olieverf op doek, 91 x 162 cm, Musée du Louvre, Parijs
Jean-Auguste Dominique Ingres, Grande Odalisque, 1814, olieverf op doek, 91 x 162 cm, Musée du Louvre, Parijs

UITDAGEND NAAKT

Ingres had het schilderij geschilderd tijdens zijn verblijf in Italië, nadat hij de Prix de Rome had gewonnen. Hij verbleef daar een aantal jaren om te studeren naar de klassieken en de kunst van de renaissance, Hij genoot op dat moment in Frankrijk nog nauwelijks bekendheid. Net als zijn leermeester David schilderde hij in opdracht van Napoleon en diens familieleden. In Rome maakte hij twee schilderijen voor de Keizerlijke residentie, het Palazzo Quirinale. Voor Caroline Murat, een zus van Napoleon, die was gekroond tot koningin van Napels, maakte hij Grande Odalisque en een tweede naakt, dat helaas verloren is gegaan tijdens de Napoleontische oorlogen.
Nu waren er in de geschiedenis wel al eerder naakten geschilderd, die louter als erotische afbeelding waren bedoeld om naar te kijken, zonder specifieke context. Bijvoorbeeld de Venus van Urbino van Titiaan en de Rustende Venus van Giorgione. Maar dergelijke schilderijen waren dan in opdracht geschilderd en werden louter privé door hun eigenaren bewonderd. Grande Odalisque werd echter tentoongesteld op de Salon. Het doek was dus toegankelijk voor een breed publiek, en dat leverde nu juist de shock op. Het werk werd ontvangen met desinteresse en vijandigheid. De titel maakte het nog enigszins goed. Het gaf tenslotte aan dat het hier om een exotische dame ging van ver weg, en dus niet om een gewone Franse vrouw. De attributen op het schilderij, zoals de waaier van pauwenveren ondersteunden dit concept, dat ook wel wordt aangeduid als oriëntalisme. Een naakte vrouw, in feite een prostituee, mocht in dat uitzonderingsgeval wel worden afgebeeld. Ze was immers 'een wilde' uit een andere wereld. Zie voor uitleg over het orïentalisme ook het schilderij De dood van Sardanapalus van Eugène Delacroix.

PROVOCERENDE VORM

Ingres leek geïnspireerd door het Portret van Juliette Récamier dat David had geschilderd in 1800. De lichaamshouding van Récamier lijkt op die van zijn haremdame. Maar was de inhoud van Grande Odalisque al shockerend, ook de gekozen vorm viel niet in goede aarde. Want men constateerde dat de rug van de haremdame wel erg lang was. Critici mopperden dat minstens drie wervels leken te zijn toegevoegd door Ingres. Dit betekende dat Ingres de regels met betrekking tot de ideale proportie, gebaseerd op de klassieke Griekse en Romeinse beeldhouwkunst, had losgelaten. De arm leek ontdaan te zijn van de gewrichten van pols en elleboog. Met deze verlengde rug en gewrichtsloze arm wilde de kunstenaar echter de vrouwelijke zachtheid en sensualiteit benadrukken. Al ging hij hiermee lijnrecht in tegen de strenge regels en principes van de academische neoclassicistische stijl, waar zijn leermeester David het schoolvoorbeeld van is. De door Ingres toegepaste vervormingen doen denken aan de stijl van het Italiaanse maniërisme begin van de zestiende eeuw.
Ingres had in Grande Odalisque een vernieuwende visie op het kunstenaarschap toegepast. Als het kenmerk van een haremdame haar sensualiteit is, dan moest de kunstenaar lijnen en contouren aanwenden om dit uit te drukken, ook al gaat dit ten koste van de proportionele realiteit van het menselijk lichaam. Tekenen was voor Ingres niet het blindelings kopiëren van de werkelijkheid, het was in de eerste plaats een vorm van expressie, en het in de juiste vorm modelleren van een achterliggend idee. Een visie, die een eeuw later een spectaculaire gestalte zou krijgen door de kunstenaars van het expressionisme en het kubisme. De onjuistheden in de lichaamsbouw van de odalisk werden overigens bijna tenietgedaan - misschien wel in evenwicht gehouden - door de buitengewoon precieze weergave van details. Bekijk daarvoor de parels in haar haarband, de plooival van de blauwe gordijnen, lakens en kussens. Ingres was immers een grootmeester in stofuitdrukking.
Ingres had door het tentoonstellen van Grande Odalisque voor het eerst bekendheid in de kunstwereld van Parijs verworven. Vanwege de overwegend negatieve kritieken, durfde hij echter pas vijf jaar later opnieuw werk te laten zien op de Salon. Op de Salontentoonstelling van 1824 toonde hij zeven schilderijen. Ditmaal werd het een groot succes. Vooral vanwege het doek De gelofte van Lodewijk XIII. Vanaf dat moment werd Ingres beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars van zijn tijd, naast bijvoorbeeld Horace Vernet en Delacroix. Het schilderij Grande Odalisque van Ingres wordt tegenwoordig beschouwd als een icoon van de kunstgeschiedenis. Het behoort tot de absolute meesterwerken van museum het Louvre in Parijs.