De vrijheid leidt het volk (1830) - Eugène Delacroix

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

door: Sander Kletter

Dit schilderij van Eugène Delacroix zorgde voor de nodige ophef tijdens de Salontentoonstelling van Parijs in 1831. Het heeft de drie dagen durende Julirevolutie van 1830 als onderwerp. Het schilderij is intussen uitgegroeid tot nationaal symbool van Frankrijk. Het wordt gekoesterd als een van de absolute topstukken van museum het Louvre in Parijs.

Eugène Delacroix (1798-1863), De vrijheid leidt het volk, 1830, olieverf op doek, 260 x 325 cm, Musée du Louvre, Parijs
Eugène Delacroix (1798-1863), De vrijheid leidt het volk, 1830, olieverf op doek, 260 x 325 cm, Musée du Louvre, Parijs

We zien de naakte allegorische figuur van Marianne, die de vrijheid (liberté) personifieert. In haar rechterhand houdt ze de Franse driekleurige revolutievlag. In haar andere hand draagt ze een musket. Samen met enkele revolutionairen klimt ze over de resten van een barricade. De versperring was bedoeld om de troepen van koning Charles X (Karel X van Frankrijk, 1757-1836) tegen te houden. We zien rechtsonder het lijk van een soldaat van het Koninklijke leger. Linksonder in een gescheurd wit hemd ligt het lijk van een voor de revolutie gesneuvelde arbeider. De revolutie vond plaats op 27, 28 en 29 juli 1830. In Frankrijk worden die drie dagen 'Les Trois Glorieuses' genoemd. De revolutie slaagde met als resultaat dat Charles X aftrad. Hij wordt opgevolgd door Louis-Philippe, een neef van de koning. Omdat hij wel door de burgerij werd geaccepteerd werd hij de burgerkoning genoemd. Het was de start van de 'Julimonarchie'. Koning Louis-Philippe bleef aan tot 1848, het jaar dat in Frankrijk opnieuw een revolutie uitbrak.

De vrijheid leidt het volk (Franse titel: La liberté guidant le peuple) is geschilderd in de stijl van de romantiek. Het is een uniek stuk binnen het oeuvre van Delacroix. Op de eerste plaats omdat het schilderij verslag doet van een - in die tijd - hedendaagse gebeurtenis. Op de tweede plaats omdat de allegorische figuur van Marianne gewoon opgenomen is in de groep van opstandelingen. In een klassiek, volgens de regels gecomponeerd schilderij in de stijl van het neoclassicisme, zou ze waarschijnlijk zwevend boven het tafereel zijn geplaatst. Zo zou dan worden aangegeven dat ze niet een gewone sterveling is, maar een symbolische personificatie. In dit schilderij is Marianne echter een doodgewone vrouw, met rode wangen van opwinding, stevige gespierde armen en een ontbloot bovenlijf met grote borsten. Zij is verre van de gangbare onsterfelijke allegorische figuur, die proportioneel precies zoo zijn gestileerd naar het schoonheidsideaal van de klassieke oudheid. Deze Marianne oogt echter als een gewone vrouw van vlees en bloed. Dit zorgde voor de nodige consternatie onder zowel het publiek als de critici van de Salontentoonstelling. Ze werd onder meer vergeleken met een hoer, anderen noemden haar een viswijf. Weer anderen waren enthousiast omdat Delacroix een vernieuwende manier leek te hebben bedacht om een allegorische voorstelling te maken.