De dood van Sardanapalus (1827-28) - Eugène Delacroix

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
      

Delacroix schilderde verschillende doeken met een zogenaamd Oriëntaals thema, dit was zeer populair onder de kunstenaars van de romantiek. Het eerste schilderij waarin hij deze thematiek toepast is Het bloedbad van ChiosDe cultuur van de Oriënt, waar de ook de term Oriëntalisme mee samen hangt, zou wreder en wilder zijn dan de westerse. En Delacroix leeft zich wat dat betreft uit in dit schilderij De dood van Sardanapalus uit 1827-8.

Eugène Delacroix (1798-1863), De dood van Sardanapalus, 1827-28, olieverf op doek, 392 × 496 cm, Musée du Louvre, Parijs
Eugène Delacroix (1798-1863), De dood van Sardanapalus, 1827-28, olieverf op doek, 392 × 496 cm, Musée du Louvre, Parijs

Delacroix baseerde het onderwerp van het schilderij op een poëtisch drama van de Britse romanticus Lord Byron, dat onder de titel Sardanapalus uitkwam in 1821. Dit toneelstuk handelde over de Assyrische koning Sardanapalus, een koning die echt bestaan heeft, die zeer decadent leefde en nauwelijks bereidheid toonde om zijn land te besturen. Daarmee lokte hij uiteraard rebellie uit. Deze toneelversie van Byron wordt ook wel geïnterpreteerd als een verkapt commentaar op de Britse monarchie van zijn tijd, maar dat terzijde. 
Als het zover komt dat de rebellen het paleis van Sardanapalus in handen krijgen, geeft de wrede koning het bevel zijn hofhouding, harem, paarden en honden te doden en zijn paleis te verbranden, niemand mocht hem overleven, daarna pleegt hij zelfmoord. Op het schilderij zien we het moment, dat de bedienden zijn sadistische bevel aan het uitvoeren zijn, terwijl hijzelf - op bed gelegen - toekijkt. Op het schilderij, dat in felle rode en warme kleuren geschilderd is, overheerst de diagonale richting, een kenmerk dat goed past bij de dynamische composities van de Franse romantische schilderkunst, welke zich bewust afzette tegen de statische composities van het neoclassicisme. Het doek leek gehoor te geven aan de oproep van kunstcriticus Stendhal, die opgeroepen had om emotioneel geladen schilderijen te schilderen. Maar het schilderij viel slecht bij het publiek, en ook bij Stendhal, die het een 'Satanisch schilderij' noemde. Het was teveel van het slechte. Het beeld wemelt van de verwrongen naakte lichamen, in een decor van intense kleuren en duistere schaduwen. Met zijn chaotische mensenbrij en grote aantal gedetailleerde barbaarse wreedheden was Delacroix duidelijk te ver gegaan, het miste dan ook de benodigde ordening voor een goed schilderij, vond men. Men was het er wel over eens, dat het een gepassioneerd geschilderd doek was, waaraan de kunstenaar zichzelf volledig had gegeven. Nu wordt het vanwege zijn oriëntaalse motief, dynamiek en vlotte penseelvoering beschouwd als één van de iconische meesterwerken van de romantiek.
 
Zowel Het bloedbad van Chios als De dood van Sardanapalus bevinden zich in museum het Louvre te Parijs.