Portret van Wilhelmine Begas (1828) - Carl Joseph Begas

1500+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
    

Dit charmante portret maakte de relatief onbekende Duitse kunstschilder Carl Joseph Begas (1794-1854) in 1828 van zijn vrouw Wilhelmine. Het is geschilderd in de stijl van de romantiek. Het schilderij bevindt zich in het Begas Haus in Heinsberg. Nadat hij in Duitsland eerst les had gehad van de tekenaar en miniatuurschilder Franz Katz (1782-1851) en Clemens August Philippart (1751-1825), gaat Begas omstreekst 1813 in Parijs studeren in het atelier van Antoine Jean Gros. Later komt hij tussen 1823 en 1825 in aanraking met de Duitse Nazareners, een romantische kunstenaarsbeweging in Rome. Binnen de geschiedenis van de Duitse kunst wordt hij gezien als een overgangsfiguur van de romantiek naar het realisme.

Carl Joseph Begas, Portret van Wilhelmine Begas, 1828, olieverf op doek, Begas Haus, Heinsberg, Duitsland
Carl Joseph Begas, Portret van Wilhelmine Begas, 1828, olieverf op doek, Begas Haus, Heinsberg, Duitsland

Begas, natuurlijk niet te verwarren met de Franse kunstschilder Degas, schilderde in zijn carrière Bijbelse taferelen, historiestukken en schilderijen met een literair onderwerp. Maar hij was ook een gewaardeerd portretschilder. In januari 1825, na zijn terugkomst uit Rome, trouwt Begas met de beeldschone Wilhelmine Bock (1800-1872), die gold als één van de mooiste vrouwen van Berlijn. Zij was een dochter van de hofarchitect van de Pruisische koning Friedrich Wilhelm III, die veel zag in het werk van de kunstenaar en hem vanaf 1814, steeds opnieuw voorzag van opdrachten of studiebeurzen. Hij werd door de koning benoemd tot hofschilder en in 1826 aangesteld als professor aan de Koninklijke Academie voor beeldende kunsten. Begas had ook connecties bij de kunstacademie van Düsseldorf en leverde een bijdrage aan de ontwikkeling van de Düsseldorfer Schüle, een laat negentiende-eeuwse opleving van de romantische stijl, waartoe schilders als Andreas Achenbach, Eduard Bendemann en Carl Friedrich Lessing worden gerekend. Maar ook op een andere manier droeg Begas zijn steentje bij aan de geschiedenis van de Duitse kunst. Met Wilhelmine Bock kreeg hij meerdere zonen, die doorgingen in het voetspoor van hun vader. Oscar (1828-1883), Reinhold (1831-1911), Adalbert (1836-1888) en Carl der Jüngere (1845-1916) waren stuk voor stuk niet onverdienstelijke kunstschilders en beeldhouwers, die zelf ook weer verschillende nakomelingen kregen, die kozen voor het kunstenaarschap. Ook het werk van de zonen van Carl Joseph Begas is te bewonderen in het eerder genoemde Begas Haus - Museum für Kunst und Regionalgeschichte Heinsberg, de geboorteplaats van de kunstenaar, dat zich net over de Nederlandse grens bevindt tussen Sittard en Mönchengladbach.