The Cave of Despair (1776) - Benjamin West

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

door Sander Kletter
    
Dit laat achttiende-eeuwse schilderij van Benjamin West (1738-1820) is geschilderd in de periode dat op het vaste land van Europa een nieuwe stijl aan het doorbreken was, het neoclassicisme, een stijl waarin een specifiek schoonheidsideaal, naar het voorbeeld van de kunst en cultuur van Grieken en Romeinen, bepaalde hoe kunst stilistisch gezien gemaakt moest worden. Het doek is te bewonderen in het Art Complex Museum in Duxbury in de Verenigde Staten.

Benjamin West, The Cave of Despair, 1776, olieverf op doek, 61 x 76 cm, Art Complex Museum, Duxbury, Massachusetts, USA
Benjamin West, The Cave of Despair, 1776, olieverf op doek, 61 x 76 cm, Art Complex Museum, Duxbury, Massachusetts, USA

In Engeland echter, was er niet alleen interesse voor het sublimeren van schoonheid in kunst, maar ook voor de ervaring van 'het sublieme', wat staat voor menselijke ervaringen, die voortvloeien uit angst en pijn. Ook deze kunnen het enerverende onderwerp van uitingen van beeldende kunst zijn. Gegoten in de vorm van kunst raakt het de beschouwer nauwelijks. Horror, die normaal gesproken voortvloeit uit ervaringen met angst en pijn blijft op afstand. Het sublieme kan een vergelijkbare overweldigende emotie oproepen bij een beschouwer als de emotie die pure schoonheid oproept. Zo een sublieme ervaring is te vergelijken met de intensiteit van het gevoel van verliefdheid. Dit soort ideeën en gedachten over het sublieme werden door de politicus en filosoof Edmund Burke (1729-1797) verwoord in zijn publicatie A Philosophical Enquiry into the Origin of Our Ideas of the Sublime and Beautiful uit 1757. Terwijl de (neo)classicistische tendens in de kunst met de roep om schoonheid werd geassocieerd, verbond men het sublieme met de chaos en de vermeende donkerte van de middeleeuwen, met de stijl van de gotiek.

The Cave of Despair (zie afbeelding) ademt niet de kalmte en ordening van de neoclassicistische stijl, maar appelleert aan het emotionele en sublieme van de gotische stijl. Het tafereel is gebaseerd op een episch gedicht van de dichter Edmund Spencer (1552-1599). We zien een ridder in de grot van de wanhoop, die net op het punt staat zelfmoord te plegen met een dolk. Hij wordt net op tijd daarvan weerhouden door de beeldschone Una. De wanhoop is gepersonifieerd in de vorm van de oude man, die moedeloos in verscheurde kleren op de grond zit en voor zich uit staart. Het donkere tafereel, de chaos in de duistere grot, de lijken en het skelet creëren een angstige sfeer, die horen bij het sublieme. Toch heeft ook dit schilderij een moralistische boodschap, zoals ook de neoclassicistische schilderijen uit dezelfde periode dat vaak hebben. De kruisridder staat voor de ingewikkelde innerlijke strijd van de mens om het goede te doen. De oude man staat voor de mens, die uit wanhoop opgeeft, zoals mensen helaas af en toe doen. Una staat voor de waarheid of het geloof, dat de mens kan behoeden voor domme dingen. Ze is in staat is om hem weer op het juiste pad te brengen.

Joshua Reynolds, de voorzitter van de Royal Academy of Arts voordat West dit werd in 1792, adviseerde zijn kunstenaar tijdgenoten tijdens zijn beroemd geworden voordrachten over kunst, om niet louter inspiratie te zoeken bij de kunst van de klassieke oudheid en de renaissance. Hij zei dat van alle voorafgaande perioden in de kunstgeschiedenis wel iets te leren valt. West lijkt dit advies ter harte te hebben genomen in The Cave of Despair. Vanwege de dynamische compositie en extreme lichtdonkercontrasten doet het denken aan de stijlprincipes van de barok, en door zijn kleurstelling aan het werk van Rembrandt in het bijzonder.