Zelfportret (na 1632) - Anthonie van Dyck

1300+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

van onze redactie

Anthonie van Dyck staat bekend om zijn elegante levendige portretten. Hij brak met de traditie van het conventionele formele portret. Ook dit zelfportret is daar een goed voorbeeld van. De kunstenaar heeft zijn gezicht niet en face geschilderd, dus recht van voren, met palet en penselen in zijn hand, zoals bij veel zelfportretten uit zijn tijd gebruikelijk was. Zie bijvoorbeeld het Zelfportret met twee cirkels van Rembrandt of het Zelfportret van Judith Leyster, dat ook omstreeks 1630 is geschilderd.

Anthonis van Dyck, Zelfportret, na 1632, olieverf op doek, 58.4 x 73 cm, privécollectie
Anthonis van Dyck, Zelfportret, na 1632, olieverf op doek, 58.4 x 73 cm, privécollectie

In plaats daarvan is Van Dyck op zijn zelfportret half van de beschouwer weggedraaid en in actie. De levendigheid van het schilderij zit hem niet alleen in de actieve gebaren van zijn handen, maar ook in de felle kleuren die hij gebruikt in combinatie met het voor de barok gebruikelijke nogal heftige lichtdonkercontrast. Zijn gezicht is niet en face geschilderd maar in een driekwart positie, waarbij zijn linkergezichtshelft nauwelijks waarneembaar is.
In plaats van penselen en een palet in zijn handen, die meteen aanduiden dat hij een kunstschilder is, wijst de kunstenaar naar een zonnebloem met zijn ene hand, terwijl hij met zijn andere hand aandacht vraagt voor de gouden ketting, die hij draagt. Er is veel gespeculeerd over wat dit zou kunnen betekenen. Een aannemelijke theorie is dat Van Dyck de gouden ketting zou hebben gekregen van koning Karel I van Engeland, die hem in 1632 tot ridder had geslagen en bij wie hij in dienst was als hofschilder tot zijn dood in 1641. Het was namelijk goed gebruik dat koningen aan kunstenaars dergelijke gouden kettingen - die golden als een kostbaar en modieus kledingassecoire - schonken om hun waardering kenbaar te maken. Deze theorie kan prachtig in verband kunnen worden gebracht met het wijzen naar de zonnebloem, welke symbool zou kunnen staan voor het absoluut koningschap. Door dit gebaar zou Van Dyck benadrukken dat hij als hoveling in alles afhankelijk was van de koning. Maar enkele tientallen jaren na de dood van Van Dyck werd dit gebaar heel anders uitgelegd. Het wijzen naar de zonnebloem zou staan voor de devotie, die de schilder zijn leven lang had voor de schilderkunst. Er is echter nooit voldoende bewijs gevonden voor één van deze interpretaties, dus wat Van Dyck de beschouwer precies wilde duidelijk maken met zijn handgebaren blijft vooralsnog een raadsel.