Renaissance

1000+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
 

De stijlperiode van de renaissance omvat een lange periode binnen de kunstgeschiedenis, en is van grote invloed geweest op schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur van de westerse kunst. De renaissance in de beeldende kunst is tevens verstrengeld met grote maatschappelijke, godsdienstige en politieke veranderingen in Italië en Noord-Europa.

Omstreeks 1400 begint de kunst van de renaissance op te komen en pas een eeuw later komt het -relatief kortstondig - tot bloei tijdens de hoogrenaissance, welke overgaat in het maniërisme. Rond 1600 word de heersende Europese kunststijl de barok. In de circa 120 jaar dat de stijl van de renaissance bestaat maakt het een aantal ontwikkelingen door. De letterlijke vertaling van het woord renaissance is hernieuwde bloei of wedergeboorte. Hierin klinkt ook de behoefte door ten tijde van de late middeleeuwen aan een nieuwe kijk op de wereld. Het was tijd voor een nieuwe manier van denken over wetenschap en kunstvormen.
 

Masaccio (1401-1428), Heilige Drie-eenheid, met Maria, de Heilige Johannes en schenkers, ca. 1425-27, fresco, 667 x 317 cm, Santa Maria Novella, Florence
Masaccio (1401-1428), Heilige Drie-eenheid, met Maria, de Heilige Johannes en schenkers, ca. 1425-27, fresco, 667 x 317 cm, Santa Maria Novella, Florence

Homerus en Plato hergewaardeerd

Belangrijke kracht achter deze nieuwe beweging is de opkomst van het humanisme en de studies van de Italiaanse geleerde Francesco Petrarca. Hij wilde de Griekse taal verspreiden in Europa, en schrijvers en filosofen als Homerus en Plato weer onder de aandacht brengen. Doordat er in de middeleeuwen geen aandacht was voor de Griekse taal waren Homerus en Plato in zijn visie monddood gemaakt. De humanisten richten zich op de cultuur van de klassieke oudheid als alternatief voor de Christelijke geloofsleer van de middeleeuwen. Door het pleidooi van Petrarca verspreidde de interesse voor de Griekse en Latijnse cultuur, filosofie en taal zich buitengewoon snel tijdens de renaissance. De humanisten vonden dat de klassieke beeldtaal als absoluut ideaal moest worden nagestreefd. De cultuur van de antieke beschaving vormde voor hen de toetssteen waar naar moest worden geleefd. De uitdrukking wedergeboorte ligt dan ook voornamelijk besloten in de herwaardering van de klassieke oudheid. Een fraai voorbeeld van deze hernieuwde belangstelling voor de klassieke oudheid is het beroemde schilderij De geboorte van Venus van Sandro Botticelli, waarin de kunstenaar op integere wijze gestalte geeft in renaissanceschilderkunst aan de schoonheidsidealen van de klassieke oudheid. In de beeldhouwkunst werden de eerste schreden in de vroege renaissance gezet naar het voorbeeld van de klassieke oudheid door Donatello uit Florence.
 

Brunelleschi en het lineair perspectief

In het werk van de Italiaanse kunstschilder Giotto komen al een aantal kenmerken tevoorschijn, welke duiden op latere stijlkenmerken van de renaissance. In plaats van de gouden achtergrond die in de middeleeuwen gebruikelijk was - zoals nog door zijn leermeester Cimabue werd toegepast - schildert hij landschappen, interieurs en architectuur in Christelijke voorstellingen, waardoor opeens nadrukkelijk een plaats voor de mens in de schepping wordt opgeëist. Het zwaartepunt van de vroege renaissance ligt in Florence, de plaats waar Giotto verschillende grote werken gerealiseerd heeft. De getalenteerde bouwmeester Filippo Brunelleschi was befaamd om zijn bouwwerken waarin hij de antieke stijl deed herleven. Erg belangrijk voor de verdere ontwikkeling in de renaissance, en voor de schilderkunst in het bijzonder, is zijn uitvinding van het lineaire perspectief. Het was Brunelleschi die voor het eerst zag dat het schilderij gezien kan worden als een venster. Een venster waar de beschouwer doorheen kijkt naar de afgebeelde werkelijkheid. Dit inzicht bracht hem ertoe kijklijnen te bedenken, de zogenaamde ‘orthogonalen’. Dit zijn de perspectieflijnen, die loodrecht op het schildervlak staan. Het grondprincipe van het perspectief is dat parallelle lijnen in de werkelijkheid naar hetzelfde verdwijnpunt lopen op de horizon. Een voorbeeld van een kunstenaar uit de vroege renaissance die het perspectief toepaste was Piero della Francesca. Als een kunstenaar met perspectieflijnen werkt, kan hij op overtuigende wijze diepte suggereren. Vele kunstenaars maakten dankbaar gebruik van de revolutionaire uitvinding van Brunelleshi. Kunstschilder Masaccio deed dit in het bijzonder. Hij maakte het fresco De Heilige Drie-eenheid (zie afbeelding), waarop een nis te zien is waarin zich een bekend christelijk tafereel afspeelt, met daarin Christus, die aan het kruis hangt. Voor de nis zitten twee mensfiguren geknield, de schenkers. Dankzij de toepassing van het perspectivisch systeem weet hij de figuren op een overtuigende manier in een ruimtelijke context te plaatsen. De nis lijkt werkelijk diepte te hebben. Men had een dergelijke illusionistische beeltenis nog niet eerder gezien en de verbijstering bij het Florentijnse publiek was dan ook groot.
 

Leonardo da Vinci (1452-1519), Madonna in de grot, ca. 1483-86, 190 x 120 cm, Louvre, Parijs
Leonardo da Vinci (1452-1519), Madonna in de grot, ca. 1483-86, 190 x 120 cm, Louvre, Parijs

Leonardo da Vinci en de hoogrenaissance

Het klassieke ideaal, waar de kunstenaars uit de renaissance naar streefden werd pas echt bereikt ten tijde van de hoogrenaissance, tussen 1500 en 1520. Leonardo da Vinci, Michelangelo Buonarroti en Rafaël gelden als de absolute meesters van deze periode. Zij fungeren tevens als voorbeeld van de alwetende geleerde, de ‘Uomo universale’. Ze waren namelijk niet alleen kunstenaar, maar tegelijkertijd uitvinder, schrijver, filosoof, wetenschapper, architect of ingenieur. De wetenschappelijke benadering van de natuur karakteriseert de overgang naar de hoogrenaissance. Leonardo da Vinci zou verschillende plaatsen hebben bezocht in Zuid-Italië. Hij raakt daar betoverd door het overdonderende mysterie van de grillige vormen van de natuur, zoals de vulkaan de Etna, woeste zeeën en duistere grotten. Door de bestudering van de natuur, veranderde de interpretatie van de voorschriften van de klassieke traditie. Er kwam meer ruimte voor de persoonlijke bevindingen van de kunstenaar. Typerend voor de stijl van Leonardo is het toepassen van ‘sfumato’, de geleidelijke vervaging van contouren door middel van het over elkaar aanbrengen van verschillende transparante kleurlagen. Zie hiervoor de afbeelding Madonna in de grot. De mysterieuze atmosfeer in zijn schilderijen wordt intenser door toepassing van een opvallende clair-obscur techniek, die al eerder door Masaccio toegepast werd. Dit houdt in dat lichtdonker contrasten sterk overdreven worden. In 1500 vertrok Leonardo naar Venetië, waar hij bevriend raakte met de kunstenaar Giorgione, leerling van Bellini. Leonardo’s schildertechnieken spraken Giorgione erg aan, en hij ging ze ook gebruiken in zijn schilderijen. Giorgione zal op zijn beurt weer van grote invloed zijn op Titiaan, die de Venetiaanse schilderkunst verrijkt vanwege zijn toepassing van heldere kleuren. De stijl en de geïdealiseerde figuren, die de hoogrenaissance typeren worden sterk overdreven tijdens het maniërisme dat als stijlperiode volgt op de hoogrenaissance. Het werk van de kunstenaar Paolo Veronese heeft trekken van zowel de hoogrenaissance als het maniërisme.
 

Renaissance Noord-Europa

Elders in Europa werd de renaissancestijl toegepast door belangrijke kunstenaars als Albrecht DürerLucas Cranach de Oude en Hans Holbein de Jonge. Zie van de laatste zijn portret van Jane Seymour en zijn meesterwerk De ambassadeurs uit 1533. In de lage landen, in steden als Gent en Brugge, waren enkele schilders actief ten tijde van de hoogrenaissance die zowel tot de ‘noordelijke renaissance’ als tot de ‘late gotiek’ gerekend worden. Zij worden ook wel Vlaamse primitieven genoemd. Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes, Jan van Eyck, Petrus Christus en Hans Memling zijn de meest bekende.
 

KUNSTENAARS ITALIË

Noemenswaardige nog niet eerder op deze pagina genoemde Italiaanse renaissancekunstenaars zijn onder meer: Fra Angelico, Sofonisba Anguissola (zie haar Zelfportret uit 1554), Andrea del Castegno, Piero di Cosimo, Domenico Ghirlandaio, Andrea Mantegna, Simone Martini, Pisanello, Andrea del Sarto,  en Antonio Vivarini.
 

MEER KUNST RENAISSANCE