Pop Art (Amerikaans)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

De massacultuur tot kunst verheven


door: Sander Kletter
 
De term 'pop art' wordt vaak onmiddellijk geassocieerd met de kunstwerken van Roy Lichtenstein en Andy Warhol, kunstenaars die gerekend worden tot de Amerikaanse pop art. De oorsprong van de term pop art ligt echter in Engeland.

Roy Lichtenstein, Drowning Girl, 1963, olieverf en synthetische polymeerverf op doek, 172 x 170 cm
Roy Lichtenstein, Drowning Girl, 1963, olieverf en synthetische polymeerverf op doek, 172 x 170 cm

Het werk van de Britse kunstenaars Richard Hamilton, Peter Blake en Eduardo Paolozzi werd in 1956 voor het eerst bestempeld als pop art door de Britse kunstcriticus Lawrence Alloway. Het eerste pop art kunstwerk dat een iconische status kreeg, betreft een collage van Hamilton uit hetzelfde jaar, getiteld Just What Is It That Makes Today’s Homes So Different So Appealing? 

Pop art ontwikkelde zich zowel in Amerika als in Europa, maar wel onafhankelijk van elkaar. In Europa ligt het zwaartepunt van de pop art in Engeland. Een bekende kunstenaar van de zogenaamde tweede Engelse generatie pop art-kunstenaars is David Hockney. Enkele Nederlandse kunstenaars die geassocieerd worden met pop art zijn Wim T. Schippers, Reinier Lucassen en Woody van Amen. In New York kwam pop art tot leven in de vroege jaren zestig. De eerste kenmerken van deze stijl waren al zichtbaar in het werk van kunstenaars als Jasper Johns en Robert Rauschenberg, dat ook wel als neodada wordt aangeduid. De pop art beweging wordt gekenmerkt door onderwerpskeuze gerelateerd aan de massacultuur. Denk hierbij aan reclame, populaire magazines, close-ups uit films, grafische vormgeving, strips, en in een later stadium de opkomst van de televisie. Pop art kunstenaars reageerden onder andere op de stortvloed van beelden en informatie die over ons heenkomen dankzij moderne elektronische technieken.
 

'Fabriekswerk' gemaakt in het kunstschildersatelier

Volgens kunstcriticus Henry Geldzahler vormen de schilderijen van Roy Lichtenstein, Andy Warhol en James Rosenquist uit de periode 1961-1964 het brandpunt van de Amerikaanse pop art beweging. Hun kunstwerken genieten al sinds de eerste presentatie grote internationale befaamdheid. Van Lichtenstein zijn vooral die schilderijen beroemd, waarbij hij zijn beeldtaal heeft ontleend aan de strip. Zie bijvoorbeeld bovenstaande afbeelding van het werk Drowning Girl uit 1963. Hoewel het er op het eerste gezicht uitziet als een gedrukte afbeelding, vervaardigde hij zijn schilderijen toch echt met behulp van olieverf en synthetische polymeerverf, een soort acrylverf. Hij paste een speciale techniek toe, waarbij hij de verf in kleine stippen aanbracht. De door hem gevolgde procedure zou je kunnen zien als een citaat van de techniek van de zogenaamde 'benday dots', zoals wordt toegepast in machinaal drukwerk. Met behulp van vier kleuren, blauw, rood, geel en zwart, worden kleine stipjes op dusdanige manier naast of over elkaar geplaatst, dat het mogelijk is om andere kleuren visueel op te roepen. Deze manier van kleurendruk is bedacht om zo veel mogelijk afdrukken te kunnen maken. Lichtenstein reageert op massacultuur door dit proces op een overigens zeer bewerkelijke manier op een doek van groot formaat vast te leggen.
 

Andy Warhol, 210 Coca-Cola flessen, 1962, zeefdrukinkt en synthetische polymeerverf op doek, 210 x 270 cm. Collectie Martin en Janet Blinder
Andy Warhol, 210 Coca-Cola flessen, 1962, zeefdrukinkt en synthetische polymeerverf op doek, 210 x 270 cm. Collectie Martin en Janet Blinder

Denkend aan het werk van Andy Warhol, staan voor velen vooral zijn zeefdrukken van soepblikken, colaflesjes, en de portretten van Marilyn Monroe en Elvis Presley op het netvlies. De techniek van het zeefdrukken wordt normaal gesproken vooral in de zakelijke grafische wereld gebruikt. Het biedt immers mogelijkheid tot massaproductie, waar pop art kunstenaars zich specifiek voor interesseerden. In 210 Coca-Cola flessen van Warhol is het belang van de herhaling en de totale verzameling opvallend. Hij lijkt hier vooral de aandacht van de beschouwer op te willen vestigen.
 

Geen kunst?

Veel critici wisten niet goed wat ze met het werk van de pop art kunstenaars aan moesten. Sommigen voelden zich zelfs beledigd. Ze bestempelden de beweging als antikunst of non-kunst. De pop art was voor critici vooral zo lastig te beoordelen, omdat de kunststroming zich niet expliciet kritisch uitsprak tegen consumptieve cultuurverschijnselen. De werken wekken vaak de indruk juist een verheerlijking van het consumentisme te zijn. De door de kunstenaars gehanteerde beeldtaal lijkt onpersoonlijk, banaal en oppervlakkig van aard. Toch is er wel degelijk sprake van een kritische noot in het werk van de pop art kunstenaars. Het was echter kritiek, die gericht was op de modernistische stijl die de kunstwereld overheerste na de Tweede Wereldoorlog. De pop art kunstenaars zetten zich af tegen de in hun ogen te serieus genomen stijl van het abstract expressionisme, van kunstenaars als Barnett Newman, Mark Rothko en Jackson Pollock, die in die tijd door musea en critici wereldwijd nagenoeg kritiekloos werden bewierookt.