Neoclassicisme

1000+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Nobele eenvoud, kalme grandeur

Van onze redactie
 

Halverwege de achttiende eeuw werden een aantal sensationele opgravingen gedaan in Herculaneum en Pompeï in Italië. De belangstelling voor de Griekse en Romeinse oudheid kreeg hierdoor een nieuwe stimulans. De kunstenaars van het neoclassicisme lieten zich inspireren door de klassieke oudheid, net als de kunstenaars van de renaissance een paar eeuwen eerder.

Jacques-Louis David (1748-1825), De eed van de Horatii, 1784, olieverf op doek, 330 x 425 cm, Louvre, Parijs
Jacques-Louis David (1748-1825), De eed van de Horatii, 1784, olieverf op doek, 330 x 425 cm, Louvre, Parijs

De benadering van de neoclassicistische kunstenaars kent echter een opmerkelijk verschil met de manier waarop de kunstenaars ten tijde van de renaissance tegen klassieke beelden aankeken. Het ging de neoclassicisten niet om het exact nabootsen van de klassieke figuren. Zij wilden juist eigentijdse ideeën weergeven. Wel wilden ze een voorbeeld nemen aan de kwaliteiten die volgens hen in de beelden van de klassieke oudheid besloten lagen: het zuivere, het goede en het ware.
De Duitse kunsttheoreticus en archeoloog Johann Joachim Winckelmann (1717-1768) was een belangrijke pleitbezorger van deze opvattingen over kunst en kan gezien worden als de theoreticus achter de neoclassicistische stijl. In 1764 publiceerde hij het boek Geschichte der Kunst des Altertums. Dit boek zal van groot belang blijken in de kunstgeschiedenis. De auteur zette zich af tegen de stijl van de heersende barok. Volgens hem waren de barokke figuren te overdreven en schepten zij enkel verwarring. Dit in tegenstelling tot de “nobele eenvoud en kalme grandeur” van de klassieke beeldhouwkunst van de Romeinen en Grieken, welke hij zeer bewonderde.
 
 

Jacques-Louis David

Artistieke bewegingen tegenover de barok en het rococo, ontstonden halverwege de achttiende eeuw in Duitsland, Engeland en Frankrijk. De Duitse kunstenaar Anton Raphael Mengs is in dit verband van belang. Theorieën van de filosofen van de Verlichting over ratio, eenvoud en helderheid kwamen opzetten. Een vroeg voorbeeld van een schilderij met kenmerken van de neoclassicistische stijl is The Seller of Cupids van de Franse kunstschilder Joseph-Marie Vien. De genoemde theoreticus Winckelmann had vooral invloed in Rome, waar hij van 1755 tot 1768 woonde. Hij had in het bijzonder invloed op de stijl van de Italiaanse beeldhouwer Antonio Canova en de Franse kunstschilder Jacques-Louis David. Het monumentale schilderij De eed van de Horatii, dat David in 1784 maakte, is een schoolvoorbeeld van een neoclassicistisch kunstwerk (zie afbeelding). Kenmerkend voor de neoclassicistische stijl is het onderwerp, gebaseerd op de klassieke oudheid, en het statische sobere karakter van het geheel. De figuren in het schilderij zijn scherp van vorm, haast getekend. Dit zijn enkele kenmerken van het neoclassicisme.
Een ander belangrijk meesterwerk van David, De dood van Maratvertoont ook deze kenmerken van de neoclassicistische stijl. Het toont ons het levenloze lichaam van een vermoorde revolutionair, genaamd Marat, en wel ná de steekpartij door zijn moordenares Charlotte Corday. David heeft in De dood van Marat alle denkbeeldige dramatiek van de moordactie zelf weggelaten. We zien op het schilderij Marat niet op gruwelijke wijze vermoord worden, wat ten tijde van de barok waarschijnlijk wel afgebeeld zou worden, maar zijn bewegingsloze lichaam in een serene en sobere compositie na de moord. Het schilderij bezit zo de beoogde neoclassicistische waardigheid, die overeenkomt met de vermeende kalme grandeur, die Winckelmann zag in de kunst van de klassieken. Een goed voorbeeld van een schilderij in neoclassicistische stijl van David is ook Portret van Juliette Récamier, uit 1800. Een belangrijke Engelse kunstenaar, die eind achttiende eeuw, ongeveer gelijktijdig met David, in de neoclassicistische stijl ging schilderen was Joshua Reynolds. Zie van hem Portrait of Mrs Siddons as the Tragic Muse.                        
 

Jean Auguste Dominique Ingres (1780-1867), Oedipus en de Sfinx, 1808, olieverf op doek, 189 x 144 cm, Louvre, Parijs
Jean Auguste Dominique Ingres (1780-1867), Oedipus en de Sfinx, 1808, olieverf op doek, 189 x 144 cm, Louvre, Parijs

Neoclassicisme en romantiek

David was een politiek geëngageerd kunstenaar, zowel voor als tijdens de Franse revolutie. En opmerkelijk genoeg zou hij in 1799 hofschilder van Napoleon worden. De persoonlijke denkbeelden die neoclassicisten in hun schilderijen toepasten waren echter lang niet altijd van politieke aard. Een kunstenares, die beïnvloed werd door de stijl van David was Élisabeth Vigée-Le Brun. Zij legde zich toe op het schilderen van portretten van de hoge adel en van leden van het koningshuis. De schilderijen van Jean Auguste Dominique Ingres, die een leerling van David was, worden gekenmerkt door toepassing van koele kleuren, scherp begrensde vormen en duidelijke contouren, geheel in de lijn van de neoclassicistische stijl van zijn meester. Een duidelijk voorbeeld van de neoclassicistische stijl is zijn schilderij De apotheose van Homerus, welke Ingres in opdracht schilderde van koning Charles X van Frankrijk in 1827. De thematiek van zijn schilderijen is, in tegenstelling tot die van David, nooit van politieke aard. Zijn schilderijen gaan vooral over schoonheid en harmonie. Dit is goed te zien in zijn portretten, zie bijvoorbeeld het iconische schilderij Portret van gravin d'Haussonville uit 1845, dat zich in de Frick collectie te New York bevindt. Met zijn geïdealiseerde stijl neemt hij een positie in, die lijnrecht tegenover de romantische stijl van kunstenaarstijdgenoten als Delacroix en Géricault staat. Zij gelden als de belangrijkste vertegenwoordigers van de Franse romantiek. Deze stijl ontwikkelde zich nagenoeg parallel aan het neoclassicisme, namelijk tussen 1750 en 1850. Beide stijlen worden vaak ten onrechte als absolute tegenpolen voorgesteld. Ingres liet zich net als de romantici bijvoorbeeld inspireren door oosterse taferelen. Deze negentiende-eeuwse inspiratie wordt wel aangeduid als oriëntalisme. De vermaarde kunsthistoricus H.W. Janson geeft in de discussie over de vermeende stijlverschillen tussen romantiek en neoclassicisme te kennen, dat hij de voorkeur zou hebben voor een gemeenschappelijke naam, omdat de twee stijlen in zijn visie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
 

Kunstwerken neoclassicisme