Maniërisme

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

De renaissance over de top


door: Sander Kletter
 
Maniërisme komt in de schilderkunst steeds voor in de laatste fase van een bepaalde stijl. Meestal omdat in die fase de stijl helemaal is ontwikkeld en verstard is geraakt. Kunstenaars proberen de stijlvorm dan nieuw leven in te blazen, onder meer door overdrijving. Deze situatie ontstaat ook aan het einde van de renaissance. Tijdens de renaissance hadden kunstenaars zich, zeker wanneer het gaat om de uitbeelding van het menselijk lichaam, gericht op de kunst van de antieke oudheid van Grieken en Romeinen. Ten opzichte van de voorafgaande stijlperiode van de gotiek had men zodoende iets compleet nieuws weten te creëren.

Aan het eind van de renaissance zochten kunstenaars opnieuw naar de groeimogelijkheden van hun artisticiteit. Ze probeerden dit te doen door de tot leven gewekte kunst van de klassieke oudheid naar eigen inzicht aan te passen. Het maniërisme aan het einde van de renaissance is sterk beïnvloed door het werk Michelangelo, Rafaël en Titiaan, drie toonaangevende kunstenaars in Italië tijdens de hoogrenaissance. Rond 1520 streefde een aantal Italiaanse kunstenaars er naar deze beroemde voorgangers minimaal te evenaren. Sommigen probeerden het bewonderenswaardige persoonlijke karakter (Italiaans: 'maniera') van de stijl van deze kunstenaars nog eens te overtreffen.

Parmigianino (1503-1540), Madonna met de lange nek, 1534-40, olieverf op hout, 216 x 132 cm, Galleria degli Uffizi, Florence, Italië
Parmigianino (1503-1540), Madonna met de lange nek, 1534-40, olieverf op hout, 216 x 132 cm, Galleria degli Uffizi, Florence, Italië

Overgang van Renaissance naar Barok

Kunstschilder en theoreticus Giorgio Vasari (1511-1574) omschrijft iemands 'maniera' als zijn persoonlijke artistieke stijl, zijn kenmerk. Zo worden de fresco's in de Sixtijnse kapel van Michelangelo gekenmerkt door de gespierde lichamen en ingewikkelde houdingen van afgebeelde mensfiguren. De maniëristen namen hier een voorbeeld aan en deden er nog een schepje bovenop. Het resulteerde in lichamen met overdreven proporties. De maniera van deze kunstenaars werd in veel gevallen een 'maniertje', het leek bijna het enige doel te worden van hun schilderkunst. Daarom is hun kunst 'maniërisme' genoemd. Het maniërisme, begonnen in 1520, verspreidt zich vanuit Italië over heel Europa.

Bekende Italiaanse maniëristen zijn Alessandro Allori, Angelo Bronzino, Antonio da Correggio, theoreticus Giovanni Paolo Lomazzo, Parmigianino, Jacopo da Pontormo, Giulio Romano, Tintoretto en Paolo Veronese. Zie van Allori het beroemde Portret van Maria de' Medici met haar extreem lange armen en handen uit 1555, dat te zien is in het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Een stijlicoon uit de periode is ook Madonna met de lange nek van Parmigianino, dat behoort tot de meesterwerken uit de collectie van Galleria degli Uffizi in Florence (zie afbeelding hierboven). Kijk naar de extreme lengte van het Christuskind! Het maniërisme kan worden beschouwd als een overgang van de renaissance naar de barok. Het eindigt als stijlperiode omstreeks 1600.

Het hof in Praag, ten tijde van keizer Rudolf II, was een centrum van maniëristische schilderkunst. Aan dit hof waren onder andere maniëristen als Hans von Aachen, Giuseppe Arcimboldo, Joseph Heintz en Bartholomeus Spranger verbonden. Deze laatste kunstenaar onderhield contact met Nederlandse kunstenaars van de Haarlemse School, waar schilders als Hendrick Goltzius, Jan Gossaert, Maerten van Heemskerck en Lucas van Leyden toe worden gerekend. De maniëristische schilderstijl van deze kunstenaars wordt ook wel 'Romanisme' genoemd.

El Greco (1541-1614), Laocoön, ca. 1610, olieverf op doek, 193 x 142 cm, National Gallery, Washington D.C.
El Greco (1541-1614), Laocoön, ca. 1610, olieverf op doek, 193 x 142 cm, National Gallery, Washington D.C.

Kenmerken van het maniërisme

De eenvoudige en heldere vaak statische composities van de renaissance maakten plaats voor complexere voorstellingen. Er ontstond een voorliefde voor tegengestelde bewegingsrichtingen binnen een schilderij. Terwijl in de vroege renaissance en de hoge renaissance naar natuurlijkheid en harmonie werd gestreefd, lijkt het erop dat tijdens de periode van het maniërisme kunstmatigheid en disharmonie als ideaal werden gesteld. De wiskundige perspectiefregels, die in de renaissance op grote schaal werden toegepast, werden tijdens het maniërisme vermeden. Of het wordt overdreven toegepast in te ingewikkelde perspectivische constructies, zodat het uiteindelijk de ruimtelijkheid van een schildering nauwelijks ten goede komt.

De natuurlijke anatomie en proportieleer bij de weergave van mensfiguren wordt min of meer losgelaten. Ten tijde van de renaissance was het exact navolgen daarvan juist een belangrijk ideaal geweest. Hoofden worden naar verhouding te klein weergegeven. Tijdens de periode van het maniërisme worden menselijke lichamen overdreven plastisch weergegeven. Bovendien worden ze overdreven slank en langgerekt afgebeeld. Ze nemen bij voorkeur ook nog eens gekunstelde bijna onnatuurlijke houdingen aan. Dit geeft aan afgebeelde mensfiguren overigens wel een zinnelijk erotische uitstraling, zoals zich in de geschiedenis van de beeldende kunst nog niet eerder heeft voorgedaan. Vooral de maniëristische kunstwerken uit de Franse School van Fontainebleau bezitten dit kenmerk. Tegenpool van deze zinnelijkheid is het werk van de Spaanse kunstenaar El Greco. Ook in zijn schilderijen zien we overdreven lange lichamen in gecompliceerde lichaamshoudingen. Zijn figuren bezitten echter geen erotische, maar eerder een geestelijk gekwelde uitstraling. Dit laatste kenmerk zien we ook terug in maniëristische portretkunst. De geportretteerde oogt verstard, onzeker en eenzaam in zijn of haar schitterende staatsiegewaad. Het innerlijk en de psychologie van de geportretteerde wordt confronterend blootgelegd door kunstenaars van het maniërisme.

Naast het toepassen van lichaamsvervormingen en overdreven perspectief werd door verschillende kunstenaars geëxperimenteerd met felle heldere kleuren en overdreven kleurcontrasten. Belangrijk in dit verband zijn onder meer El Greco, Jacopo da Pontormo en Paolo Veronese. Door de combinatie van vervorming en fel kleurgebruik wordt een kunstenaar als El Greco soms gezien als een verre voorloper van het latere expressionisme.
 

KUNSTWERKEN MANIËRISME