Kubisme

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

De traditionele waarneming op de schop


door: Sander Kletter
 
Het kubisme heeft een grote verandering in de moderne schilderkunst teweeggebracht. Kunstenaars Pablo Picasso en Georges Braque zijn de initiatiefnemers van deze stroming. Ze vinden elkaar in 1907 in het verlangen naar een vernieuwende uitdrukkingsvorm. Een periode van ongekende samenwerking begint, die leidt tot verschillende varianten van kubisme. De twee kunstenaars werken in de eerste kubistische jaren opmerkelijk genoeg zo nauw samen, dat men soms niet weet aan wie van de twee een bepaald schilderij moet worden toegeschreven.

Georges Braque, Viaduct bij L'Estaque, 1908, olieverf op doek, 72,5 x 59 cm, Musée National d'Art Moderne, Centre Georges Pompidou, Parijs
Georges Braque, Viaduct bij L'Estaque, 1908, olieverf op doek, 72,5 x 59 cm, Musée National d'Art Moderne, Centre Georges Pompidou, Parijs

GEOMETRISCH KUBISME

He tweetal liet zich onder meer inspireren door de Franse kunstschilder Paul Cézanne, die verklaarde dat de hele natuur is opgebouwd uit geometrische grondvormen. In principe kan alles wat we zien herleid worden tot cilinders, kegels, kubussen en bolvormen. In de eerste kubistische schilderijen van Picasso en Braque zien we in de toegepaste vormtaal inderdaad duidelijke verwijzingen naar geometrische grondvormen. Picasso en Braque lieten zich bij de ontwikkeling van de kubistische stijl overigens ook inspireren door maskers en houtsculpturen van Afrikaanse stammen. Zij hadden deze onder andere bestudeerd in het Trocadero, het museum voor Volkenkunde in Parijs.
 

Een wereldberoemd schilderij aan het begin van de eerste kubistische periode is het schilderij Les Demoiselles d'Avignon, dat Picasso schilderde in 1906-1907. Het iconische doek is nu te bewonderen in het Museum voor Moderne Kunst in New York. Het wordt echter niet zonder meer gerekend tot het kubisme, omdat het ook verwantschap vertoont met de uitgangspunten van het expressionisme. De stijlaanduiding 'kubisme' is afkomstig uit een kritiek van de Franse criticus Louis Vauxcelles (1870-1943), die in het blad Gil Blas in 1910, de eerste kubistische schilderijen van Georges Braque omschreef als 'bizarreries cubiques'. Aan een kritiek van dezelfde criticus dankte al eerder het fauvisme haar naam. De eerste fase van het kubisme tot 1909, waarin vormen werden teruggebracht tot geometrische grondvormen, wordt ook wel de fase van het 'geometrisch kubisme' genoemd.

Pablo Picasso, L'Aficionado, 1912, olieverf op doek, 135 x 82 cm
Pablo Picasso, L'Aficionado, 1912, olieverf op doek, 135 x 82 cm

ANALYTISCH KUBISME

Tot het kubisme was het gebruikelijk dat een kunstenaar mensfiguren, landschappen en stillevens min of meer herkenbaar weergaf. Al hadden de eerste fauvisten en expressionisten de herkenbaarheid wel baanbrekend vervormd. In het kubisme worden volstrekt nieuwe door de kunstenaar bedachte vormen geschilderd. Het zijn niet direct waar te nemen vormen, maar ze zijn wel afgeleid van de waarneming van mensfiguren, landschappen en stillevens. Het gaat de kubisten niet zozeer om een nieuwe variant op herkenbare vormen te maken. Ze stellen het creatieve verbeeldingsproces en de nieuwe wetmatigheden die daar bij optreden nadrukkelijk op de voorgrond. Het kubisme rekent af met de traditionele manier van kijken. Een kunstwerk verbeeldt niet dat wat we zien, is niet langer een venster gericht op de werkelijkheid, maar is zelf een werkelijkheid. Het is de vertaling van wat er in een mens omgaat, als hij naar de dingen kijkt.

Abstrahering, als gevolg van de vereenvoudiging van vormen tot grondvormen, wordt versterkt doordat niet blindelings meer de regels van het centrale perspectief worden toegepast. Een schilderij bestaat niet alleen uit één enkel aanzicht van het onderwerp. Het bestaat uit een soort montage van verschillende aanzichten, die elkaar gedeeltelijk ook nog kunnen overlappen. Het onderwerp wordt als het ware tegelijkertijd vanuit verschillende standpunten aan de beschouwer getoond. Tussen 1909 en 1912 ontwikkelt het kubisme zich nog weer verder, het wordt nog abstracter. De kubisten analyseerden de werkelijkheid, splitsten haar op, om vervolgens de delen weer samen te voegen. De tweede fase van het kubisme wordt daarom ook wel het 'analytisch kubisme' genoemd. Objecten in een schilderij zijn als zodanig niet langer te onderscheiden van de omringende ruimte. Platte vlakken worden afgewisseld met suggesties van driedimensionale vormen in een oneindig fragmentarisch vlechtwerk van vlakken en lijnen. De waarneming van de wereld is het uitgangspunt gebleven. Het concreet waarneembare heeft echter plaatsgemaakt voor iets dat nauwelijks nog herkend kan worden, als gevolg van een creatief spel met regels om tot abstractie te komen en door toepassing van andere bedachte wetmatigheden.

SYNTHETISCH KUBISME, NAVOLGING & INVLOED

Vanaf 1912 is ook de waarneming geen absoluut uitgangspunt meer voor de kubisten bij het maken van een schilderij. Ze creëren hun schilderijen vanuit de fantasie, gebruik makend van abstracte tekens. In deze derde fase keert wel een zekere mate van ruimtelijkheid in de schilderijen terug. Nieuw is ook dat bestaande materialen in collagevorm worden toegevoegd aan schilderijen. Composities zijn in deze fase sterk vereenvoudigd. Ze bestaan nog slechts uit enkele vormen met daarin monumentale en lege vlakken. De schilderijen worden ook weer kleurrijker. Men noemt de laatste fase ook wel de fase van het 'synthetisch kubisme'. Kleur had in de eerste twee fasen van het kubisme nauwelijks een rol gespeeld. Dat was in overeenstemming met het grondprincipe van het kubisme om alles te vereenvoudigen. In het begin gebruikte men daarom geen felle kleuren, alles werd geschilderd in grijs- en bruinvarianten.

Het kubisme van Picasso en Braque heeft vele navolgers gevonden. Er ontstonden daardoor ook andere varianten op het kubisme. Belangrijke kunstschilders, die tot de stroming van het kubisme worden gerekend zijn bijvoorbeeld Robert en Sonia Delaunay, Roger de la Fresnaye, Albert Gleizes, Juan Gris, Fernand Léger, Kazimir Malevich, Henri Le Fauconnier, Jean Metzinger en Diego Rivera. Belangrijke beeldhouwers zijn Alexander Archipenko, Henri Laurens, Jacques Lipchitz, Ossip Zadkine en natuurlijk Picasso zelf. Een voorbeeld van een kubistische meesterwerk in brons is Het paard van Raymond Duchamp-Villon. Korte tijd leek ook zijn broer Marcel Duchamp aangetrokken tot het kubisme, bijvoorbeeld met zijn iconische schilderij Nude Descending a Staircase no. 2 uit 1912.

Het kubisme is als stijl vooral intensief toegepast in de periode 1907-1914, maar behield zijn actualiteit tot in 1925. Het kubisme vormde een directe inspiratiebron in Italië voor het ontstaan van het futurisme. Het had tevens invloed op het werk van verschillende Duitse expressionisten van Der Blaue Reiter groep, vooral op het werk van kunstenaars als August Macke, Franz Marc en Lyonel Feininger. Zonder de door het kubisme nieuw geïntroduceerde abstraherende manier van kijken, die los was komen te staan van waarneming, zouden latere stromingen als abstracte schilderkunst, constructivisme, dadaïsme, kinetische- en conceptuele kunst en het surrealisme misschien wel nooit hebben bestaan. Vanuit dit oogpunt bekeken, is kubisme de meest invloedrijke kunststroming van de twintigste eeuw.