Impressionisme

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Weergave van het moment, het licht, de weersgesteldheid en de atmosfeer


door: Sander Kletter
 
Het impressionisme ontwikkelde zich in de jaren zestig van de negentiende eeuw in Frankrijk. Het wordt veelal beschouwd als het begin van de moderne schilderkunst. Ook de klassieke muziek en de literatuur zijn beïnvloed door het Impressionisme. In 1874, elf jaar na de eerste Salon des Refusés profileerde het impressionisme zich voor het eerst duidelijk. Ruim dertig jonge Franse kunstschilders exposeerden samen 165 werken in een atelier te Parijs. Ze deden dat op een strategisch moment, precies een maand voordat de officiële jaarlijkse Salon zou worden geopend. Deelnemers aan de expositie waren onder meer Eugène Boudin, Edgar Degas, Camille Pissarro, Pierre Auguste Renoir en Alfred Sisley, De bezoekers van de eerste expositie waren die geschokt door hun tegenwoordig zo gewaardeerde impressionistische schilderijen.

Claude Monet (Parijs 1840 - Giverny 1926), Impression, soleil levant, 1872, olieverf op doek, 48 x 63 cm, Musée Marmottan Monet, Parijs
Claude Monet (Parijs 1840 - Giverny 1926), Impression, soleil levant, 1872, olieverf op doek, 48 x 63 cm, Musée Marmottan Monet, Parijs

Vanwege het schilderij Impression, soleil levant van Claude Monet uitte de journalist en kunstcriticus Louis Leroy in het Parijse blad Le Charivari van 25 april 1874 zijn hevige verontwaardiging. Hij noemde de exposanten denigrerend 'les impressionistes.' De vernieuwende beweging van jonge kunstenaars was op dat moment al tien jaar gaande. Édouard Manet was hen opgevallen door de afkeuring van zijn werk door de officiële salonjury's. Zijn inmiddels beroemde schilderijen Olympia en Déjeuner sur l'herbe hadden de aanleiding gevormd voor de eerste alternatieve salontentoonstelling in Parijs: De Salon des Refusés van1863.
 

Vernieuwende beweging

Het impressionisme was een revolutionaire kunstbeweging. Het keerde zich onder meer tegen het schilderen in het atelier. In tegenstelling tot de eeuwenlange traditie schilderden de impressionisten bij voorkeur buiten. De School van Barbizon kan in dit verband als een voorloper van het impressionisme worden beschouwd. Bovendien schilderden de impressionisten geen historiestukken vol nationalistisch getinte propaganda of schilderijen met een religieus of mythologisch thema. Hun onderwerpen verbeelden geen morele probleemstelling. Ze communiceerden geen onderliggende boodschap. In plaats daarvan kozen de impressionisten voor inspiratie uit het gewone ongecompliceerde leven van alledag. Ze schilderden gewone burgers op een terras. Ze legden uitstapjes naar de kust en het strand vast. Ze schilderden bezoekers van cafés, wandelaars op de boulevards van Parijs, spelevaarten van de bourgeoisie en repeterende balletmeisjes. Natuurlijk mogen in dit rijtje van onderwerpen natuurimpressies niet ontbreken. Impressionisten schilderden landschappen, dorps- en stadsgezichten waarin de sfeer als gevolg van het seizoen, het zonlicht en de luchtgesteldheid centraal stond. De landschapsschilders wilden het juiste licht en de atmosfeer weergeven van een momentopname. Ze probeerden vast te leggen hoe iets er op een specifiek uur van de dag in een specifiek jaargetijde uitzag. Een schilderij moest daarom snel worden gemaakt, omdat het beeld als gevolg van verandering van de zonnestand anders dreigde te veranderen. Impressionisten noemden zichzelf vanwege de grote interesse voor het licht en de eigenaardigheden van lichtval ook wel 'illuministen.' Ze gebruikten die term in de periode 1860-1874, voordat het scheldwoord impressionisten was bedacht. Vanaf 1874 werd de badinerende term impressionisten echter triomfantelijk door henzelf als geuzennaam gevoerd.

Pierre Auguste Renoir (Limoges, 1841 - Cagnes-sur-Mer, 1919). "Le Moulin de la Galette", 1876, olieverf op doek, 131 x 175 cm (collectie Musée d'Orsay, Parijs)
Pierre Auguste Renoir (Limoges, 1841 - Cagnes-sur-Mer, 1919). "Le Moulin de la Galette", 1876, olieverf op doek, 131 x 175 cm (collectie Musée d'Orsay, Parijs)

Stijlkenmerken van het Impressionisme

Het impressionisme was niet alleen inhoudelijk maar ook in stilistisch opzicht een vernieuwende beweging. Toen de impressionisten op het toneel van de kunstwereld verschenen gold de veelvuldig toegepaste stijl van het neoclassicisme nog altijd als de officieel erkende schilderstijl. Deze stijl werd dan ook zeer gewaardeerd door conservatief ingestelde salonjuryleden als William-Adolphe Bouguereau. Hij was een fervent tegenstander van het impressionisme, dat volledig afweek van de academische stijl.

Omdat de impressionisten in de natuur werkten , dus niet in een atelier met koud neutraal licht uit het Noorden, waren de kleuren in hun schilderijen opvallend lichter, schaduwen kleurrijker, afgebeelde gezichten door het wisselende zonlicht vlekkerig en contouren van vormen minder scherp.

De impressionisten probeerden gebruik te maken van de allernieuwste wetenschappelijke inzichten op het gebied van de kleurenleer. Ze maakten gebruik van praktische kennis uit de natuurkunde. Ze bedachten een manier om die kennis in de praktijk te brengen tijdens het schilderen. Ze wisten dat er drie primaire kleuren bestaan: rood, geel en blauw. Ze wisten dat door menging van deze drie kleuren de drie secundaire kleuren ontstaan: groen, oranje en violet. De genoemde primaire en secundaire kleuren vormen samen precies het scala van kleuren van de regenboog. De primaire en secundaire kleuren zijn niet alleen te zien in een regenboog, maar worden ook zichtbaar bij het natuurkundig experiment waarbij een lichtbundel wordt gebroken door een prisma. Omdat de impressionisten het natuurlijke licht dat zij waarnamen zo natuurgetrouw mogelijk wilden weergeven, gebruikten ze daarom bij voorkeur combinaties van de zes regenboogkleuren. Ze plaatsten pure kleuren met vlot en losjes naast elkaar geplaatste penseelstreken op het doek. Vanaf enige afstand gezien mengen de penseelstreken zich optisch tot nieuwe kleuren. De duidelijk zichtbare verftoetsen in het definitieve schilderij versterken de indruk, dat de schilderijen van impressionisten snel zijn gemaakt.
 
Het impressionisme beleeft haar hoogtepunt tussen 1874 en 1876. De impressionisten blijven gezamenlijk actief exposeren tot 1886.

IMPRESSIONISTEN

De Belangrijkste kunstschilders zijn: Eugène Boudin, Mary Cassatt, Gustave Caillebotte (zie ook zijn meesterwerken Les raboteurs de parquet uit 1875 en Rue de Paris, temps de pluie uit 1878), Paul Cézanne, Emile Claus, Edgar Degas, Armand Guillaumin, Johan Barthold Jongkind, Édouard Manet, Willard Metcalf, Claude Monet, Berthe Morisot, Lilla Cabot Perry, Camille Pissarro, Pierre-Auguste Renoir, Julia dos Santos Baptist, John Singer Sargent, Georges Seurat, Paul Signac, Alfred Sisley, Henri de Toulouse-Lautrec, Maurice Utrillo en de beeldhouwers Camille Claudel, Aristide Maillol en Auguste Rodin. Belangrijke Duitse impressionisten zijn Max Liebermann, Max Slevogt en Lovis Corinth. Ook de Amerikaan James Abbott McNeil Whistler werkte een periode van zijn carrière in impressionistische stijl. In Nederland kennen we het Amsterdamse impressionisme van kunstenaars als George Hendrik Breitner en Isaac Israëls.

 

SCHILDERIJEN IMPRESSIONISME