De Stijl

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Het geesteskind van Theo van Doesburg en Piet Mondriaan

door: Sander Kletter
 
De Stijl is een invloedrijke, van oorsprong Nederlandse kunstbeweging van schilders, vormgevers en architecten. De leden meenden de modernisering van de maatschappij vorm te moeten geven door een zo groot mogelijke eenvoud in hun werk na te streven. Om dit te bereiken pasten ze een verregaande vorm van abstractie toe.

De beroemde Gerrit Rietveld stoel uit 1918
De beroemde Gerrit Rietveld stoel uit 1918

De beweging ontleende haar naam aan het gelijknamige tijdschrift De Stijl, dat onder redactie stond van Theo van Doesburg. Hij geldt als de promotor en spilfiguur van de beweging. Hij onderhield een uitgebreid netwerk van contacten binnen de internationale avant-gardebewegingen in de jaren twintig van de vorige eeuw. Het einde van Van Doesburgs leven in 1931 betekende dan ook het einde van het tijdschrift De Stijl.
 
Piet Mondriaan was aanvankelijk de theoreticus achter de schilderkunstige ideeën van de beweging. In 1917 en 1918 publiceerde hij op verzoek van Van Doesburg in De Stijl elf artikelen. In deze teksten zette hij de baanbrekende ideeën van de zogenaamde ‘Nieuwe Beelding’ uiteen. Deze vormden de basis van een vernieuwende en compleet abstracte schilderkunst. In 1920 werden zijn theorieën in Parijs in boekvorm onder de titel Le Néo Plasticisme gepubliceerd.

De belangrijkste kunstenaars van De Stijl, naast Mondriaan en van Doesburg, zijn de schilders Bart van der Leck, Georges Vantongerloo en Vilmos Huszár en de architecten J.J.P. Oud, Jan Wils, Robert van 't Hoff en Gerrit Rietveld. De laatste is wereldberoemd vanwege zijn stoel uit 1918 (zie afbeelding hierboven).

Piet Mondriaan, Compositie: no. III, met rood, geel en blauw, 1927, olieverf op doek, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam
Piet Mondriaan, Compositie: no. III, met rood, geel en blauw, 1927, olieverf op doek, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam

De nieuwe beelding van Piet Mondriaan

Omstreeks 1910 wilde Mondriaan zijn stijl ingrijpend veranderen. Door zijn bezoeken aan Parijs in die periode kwam hij in aanraking met het kubisme, dat hem van de avant-gardistische bewegingen het meest aansprak. Hij wilde om te beginnen zijn kleurgebruik veranderen. De kleuren van de natuur konden volgens hem niet worden gereproduceerd op het doek. Hij ging daarom bij voorkeur werken met wat hij de 'zuivere kleuren' noemde.
Compositie: no III, met rood, geel en blauw uit 1927 (zie afbeelding hierboven) is een compositie van Mondriaan, die in zijn abstractie veel verder gaat dan het kubisme, waar hij aanvankelijk door was geïnspireerd. Het is een goed voorbeeld van wat Mondriaan zelf neoplasticistische schilderkunst noemde. Mondriaan zocht naar een absoluut evenwicht in vorm en kleur, dat in zijn optiek de hogere werkelijkheid achter de natuur uitdrukte. Het verticale symboliseert voor hem het mannelijke en het horizontale het vrouwelijke.
Het evenwicht kon volgens de kunstenaar worden bereikt door een schilderij te creëren dat ‘universele rust’ bezit. De kunstenaar mocht echter slechts gebruik maken van een beperkt aantal ‘beeldingsmiddelen’. Zo waren horizontale en verticale zwarte lijnen de scheidingslijnen tussen rechthoekige kleurvlakken. Deze vlakken konden uitsluitend bestaan uit de primaire kleuren rood, geel en blauw of uit de ‘niet kleuren’ wit, grijs en zwart. Elke primaire kleur mocht maar een keer worden gebruikt, terwijl de totale abstracte compositie asymmetrisch diende te zijn.

Theo van Doesburg, Contra-compositie V, 1924, olieverf op doek, 100 x 100 cm, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam
Theo van Doesburg, Contra-compositie V, 1924, olieverf op doek, 100 x 100 cm, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam

ELEMENTARISME

Theo van Doesburg volgt lange tijd de ideeën van Mondriaan, maar ontwikkelt in 1924 een eigen variant van het neoplasticisme. Het leidt tot een breuk met Mondriaan, zie Contra-compositie V, 1924.