Cobra

1000+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

'Rebellen' uit Copenhagen, Brussel & Amsterdam verenigd

Van onze redactie
 
Cobra werd opgericht op 8 november 1948 in Parijs op initiatief van de Belgische schrijvers/kunstschilders Christian Dotremont en Joseph Noiret en was een nieuwe internationale vereniging van zowel kunstschilders als literatoren. De naam Cobra is opgebouwd uit de beginletters van de hoofdsteden, waar de kunstenaars en oprichters van deze kunstenaarsgroep vandaan kwamen: Copenhagen, Brussel en Amsterdam.

Karel Appel, 'Women, Children, Animals', (1951), olieverf op doek, 170 x 280 cm, collectie Cobra museum, Amstelveen.
Karel Appel, 'Women, Children, Animals', (1951), olieverf op doek, 170 x 280 cm, collectie Cobra museum, Amstelveen.

De oorspronkelijke Cobraleden kwamen uit Denemarken: Asger Jorn, uit België: Christian Dotremont, Joseph Noiret, uit Nederland: Karel Appel, Corneille en Constant. In eerste instantie bestond de vereniging van aangesloten kunstenaars alleen maar uit Denen, Belgen en Nederlanders, maar later sloten zich ook Duitsers aan van de groep 'Meta'. Cobra bloeide slechts kort, maar hevig. ‘Geklad, geklets en geklodder in het Stedelijk Museum’. Dat schreef een criticus in 1949 over de eerste grote Cobratentoonstelling. Toen na de opening een avond over experimentele dichtkunst uitmondde in een vechtpartij, werd de toenmalige museumdirecteur Willem Sandberg sterk bekritiseerd. Hij bleef echter achter de provocerende Cobrakunstenaars staan. Door onenigheid en nare ziektes van Jorn en Dotremont werd in 1951 de vereniging Cobra al weer opgeheven.
 

Gedachten achter Cobra

Cobra keerde zich tegen het academisme, dat in haar ogen teveel de beeldende esthetische wetten propageert en ook tegen schilderkunst, waarin teveel de nadruk wordt gelegd op het intellectuele. Cobra was mede een antireactie op, of anders gezegd, een protest tegen de Tweede Wereldoorlog, dat zichtbaar had gemaakt waar 'het intellect' toe in staat is. In de jaren na de Bevrijding en gedurende de Koude Oorlog wilde Cobra nieuwe wegen verkennen – vandaag zouden wij zeggen: anarchistische en alternatieve wegen. De leden van Cobra effenden het pad voor het latere situationisme en Fluxus. Inspiratie kon wat betreft de Cobra kunstenaars beter worden gehaald uit de nog pure en onschuldige kindertekening. Het waren vooral spontaniteit en fantasie, die de kunst van de Cobra kunstenaars kenmerken. De beweging keerde zich tegen de belemmerende academieregels van het realisme en experimenteerde volop met materialen en met samenwerkingsvormen tussen schilders, dichters en beeldhouwers. Omdat Cobrakunstenaars tot directe 'onbedorven uitingen' wilden komen, werkten zij bij voorkeur zonder vooropgezet plan. De kunstenaars lieten zich tevens inspireren door de kunstwerken van Jean Dubuffet en Joan Miró en door de primitieve kunst uit Nieuw Guinea.

Corneille, Vogels, 1948, gouache op papier op hout, 113 x 138 cm
Corneille, Vogels, 1948, gouache op papier op hout, 113 x 138 cm

Kunstenaars van Cobra

Tot de Cobra groep traden naast de eerdergenoemde initiatiefnemers de volgende kunstenaars toe, uit Denemarken: Else Alfelt, Mogens Balle, Ejler Bille, Egill Jacobsen, Henry Heerup, Erik Ortvad, Carl-Henning Pedersen en de schrijvers Uffe Harder en Jørgen Nash. Uit België, de schrijvers Hugo Claus en Marcel Havrenne en de kunstschilders Pierre Alechinsky, Pol Bury en Louis Van Lint, verder de etnoloog Luc de Heusch en de musicus Jacques Calonne. Uit Nederland (Amsterdam) sloten Eugene Brands, Lucebert, Anton Rooskens, Jan Nieuwenhuijs en Theo Wolvecamp zich bij Cobra aan. Uit Duitsland, de kunstschilder Karl Otto Götz en zijn collega's uit de Meta groep, zoals de beeldhouwer  Shinkichi Tajiri, de Engelse kunstschilder Stephen Gilbert, de Franse kunstschilders Jean-Michel Atlan en Jacques Doucet en de schrijvers Édouard Jaguer en Michel Ragon.