Robert Delaunay (1885 – 1941)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie

De Franse kunstschilder Robert Delaunay was samen met zijn vrouw Sonia Delaunay-Terk een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het orfisme, een beweging die voortkwam uit het kubisme. De schrijver Guillaume Apollinaire introduceerde deze stijlaanduiding. Hij verklaarde het orfisme in 1912 tot de meest zuivere vorm van schilderkunst. Het onderwerp van de voorstelling was namelijk niet meer van belang. Ook Delaunay vond "dat de kunst tot slavernij gedoemd is zolang ze zich niet losmaakt van het object."

Robert Delaunay, Champs de mars. La Tour Rouge, 1911-23, olieverf op doek, Art Institute of Chicago, Chicago
Robert Delaunay, Champs de mars. La Tour Rouge, 1911-23, olieverf op doek, Art Institute of Chicago, Chicago

Robert Delaunay volgde zijn opleiding bij een decoratieschilder tussen 1902 en 1904. Nadien doorliep hij in zijn schilderkunstige ontwikkeling verschillende stijlen. Hij begon met werk in de stijl van het impressionisme en fauvisme en verdiepte zich vervolgens in het pointillisme. Net als de pointillisten bestudeerde Delaunay de kleurenleer, in het bijzonder van de scheikundige Michel Eugène Chevreul. Vanaf 1906 experimenteerde Delaunay vooral met kleurvlakken.
Tijdens de ‘Salon des Indépendants’ in Parijs van 1911, was zaal 41 gereserveerd voor de kubisten. Deze tentoonstelling staat bekend als de eerste keer dat de kubisten als groep exposeerden. Robert Delaunay nam er aan deel, net als de kunstschilders Henri Le Fauconnier, Albert Gleizes en Jean Metzinger. De toonaangevende kubisten Georges Braque en Picasso toonden hun werk echter al sinds een aantal jaren niet meer op salons (Braque voor het laatst in 1909, en pas opnieuw in 1920). Ze exposeerden alleen nog in de galerieën van de invloedrijke galeriehouders Daniel-Henry Kahnweiler en Ambroise Vollard, en op exposities in het buitenland. Zodoende ontstond er een onderscheid tussen de zogenaamde ‘salonkubisten’ en ‘galeriekubisten’. De anekdote gaat dat de ‘salonkubisten’ niet welkom waren in de ateliers van Braque en Picasso.
 

De Eiffeltoren als symbool van modernisme

Robert Delaunay exposeerde op de Salon van 1911 zijn kubistische versie van de Eiffeltoren, dat een belangrijk terugkomend motief was in het werk van de kunstenaar in deze periode. In hetzelfde jaar dat deze eerste groepstentoonstelling van de salonkubisten plaatsvond, nam Delaunay tevens deel aan de eerste tentoonstelling van de expressionisten van Der Blaue Reiter in München. Het was een kunstenaarsbeweging die was opgericht door Wassily Kandinsky en Franz Marc. Van 1909 tot 1912 werkte hij aan zijn eerste serie kunstwerken, die de Eiffeltoren als motief zouden hebben. Het betreffen zowel olieverfschilderijen op doek als werken op papier. Deze serie bestond uiteindelijk uit meer dan dertig werken. De Eiffeltoren, die gebouwd werd tussen 1885 en 1889 was voor de kunstenaar het fascinerende symbool van technische vooruitgang in de moderne wereld. De Eiffeltoren keerde vervolgens terug als beeldmotief in zijn serie Vensters, maar dan als een vaag silhouet. Deze serie evenals zijn Cirkelvormige figuren, behoren tot de eerste (volledig) abstract lyrische werken. Licht, kleur en beweging vormden de meest wezenlijke aspecten van zijn composities.

“Kleuren zijn de uitdrukking van een spel, modulaties, ritmen, tegenwichten, voegen, diepten, trillingen, akkoorden, monumentale vereniging – dat heet ordening”, aldus Delaunay.

Naast Delaunay en zijn vrouw waren er meer kunstenaars die werkten in de stijl van het orfisme, zoals Fernand Léger en Francis Picabia. Delaunay speelde een belangrijke rol in het verspreiden van de ideeën van het kubisme en het orfisme. Hij nam in dat verband ook deel aan exposities in het buitenland. In 1912 werd hij in zijn atelier bezocht door bekende kunstenaars als Hans Arp, Paul Klee, August Macke en Franz Marc. Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog verbleef Delaunay in Portugal, waar hij aan kleurrijke stillevens en portretten werkte. Na terugkomst in Parijs in 1921, maakte hij vooral variaties op zijn vroegere schilderijen. Deze nieuwe werken waren minder vernieuwend van karakter. In 1937 ontwerpt hij decoraties voor het Palais de Chemins de Fer voor de Wereldtentoonstelling van Parijs.

De kunstenaar overleed in 1941. Zijn werken uit de periode 1912-1913 worden beschouwd als de eerste voorbeelden van volledig abstracte schilderkunst, die op Franse bodem ontstond. Ongeveer gelijktijdig ontwikkelde Mondriaan in Nederland en Kandinsky in Duitsland een eigen vorm van abstracte kunst.

SCHILDERIJEN DELAUNAY