Reinier Lucassen (1939)

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  
De in Amsterdam geboren kunstenaar Reinier Lucassen, wordt tot de kunststroming van de nieuwe figuratie gerekend. In de jaren zestig, toen de abstracte schilderkunst domineerde in de kunstwereld, waren er kunstenaars, die herkenbare elementen belangrijk bleven vinden, ook al werd dat toen bijna als taboe beschouwd.

Reinier Lucassen, Stilleven met humburger, naar Klinger en Rosenquist, 1969-1970, olieverf op doek, 170 x 200 cm (2 delen), Stedelijk Museum, Amsterdam
Reinier Lucassen, Stilleven met humburger, naar Klinger en Rosenquist, 1969-1970, olieverf op doek, 170 x 200 cm (2 delen), Stedelijk Museum, Amsterdam

In de vroege jaren zestig was er met Lucassen voor het eerst in Nederland een kunstschilder, die populaire beeldmotieven in zijn werk opnam, zoals Donald Duck, Kuifje of een hotdog. Lucassen wordt daarom ook wel gezien als een Nederlandse vertegenwoordiger van pop art.
Samen met de bevriende kunstenaars Ger van Elk en Jan Dibbets, richtte in 1967 hij het Instituut tot Herscholing van Kunstenaars op. Dat dit niet bedoeld was als een al te serieuze onderneming blijkt wel uit een ironische aanbeveling: “Lucassen schenkt u een zonnige Levenskijk. Schilderde u tot voor kort slechts uien en eieren, na één les reeds ziet u de schoonheid van knakworst.” Deze uitspraak illustreert de reactie die er in die jaren ontstond op het zichzelf zeer serieus nemende Amerikaanse abstract expressionisme. Het valt ook te relateren aan provocerende uitingen van conceptuele kunst en Fluxus in Nederland.
Lucassen houdt zich bezig met beeldtradities en stijlen in de schilderkunst. Samenhangend met dit onderzoekende karakter van zijn werk, zijn er in zijn schilderijen ook verwijzingen te vinden naar toonaangevende kunstenaars uit de kunstgeschiedenis, zoals Van Gogh, Magritte en Mondriaan. Hij citeert heel expliciet uit de kunstgeschiedenis in zijn schilderijen, zoals te zien is in Stilleven met hamburger, naar Klinger en Rosenquist (zie afbeelding), waarin de geciteerde kunstenaars niet alleen in de titel vermeld zijn, maar ook op het doek zelf. Ook bekende beeldmotieven uit de geschiedenis van de kunst vinden we in zijn werk terug. Zie bijvoorbeeld het schilderij De sphinx uit 1972-73, dat zich bevindt in de collectie van het Groninger Museum. Thematiek, dat je bijvoorbeeld terugvindt in het werk van de laat negentiende-eeuwse symbolisten. Bij de Amerikaanse pop-art-kunstenaar Lichtenstein is ook een dergelijke verwijsdrang naar de klassiek modernen te zien. Zelf noemde Lucassen zijn schilderkunst “Absoluut objectief en met een maximum aan onpersoonlijkheid.” In de jaren tachtig ontwikkelde zijn schilderstijl zich naar een meer abstracte vormtaal. Dit kwam voort uit niet-westerse kunst, waar hij toen in geïnteresseerd raakte.
Lucassen leidt de laatste jaren een meer teruggetrokken bestaan, waarbij hij steeds minder exposeert. Hij heeft tijdens zijn carrìere verscheidene prijzen voor zijn werk ontvangen, waaronder de David Roëllprijs in 1976. Zijn werk is veelvuldig op prominente plaatsen in binnen- en buitenland getoond, bijvoorbeeld op de Biënnale van Venetië, in 1986.