Picasso (1881-1973)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Spaans wonderkind van de moderne kunst


door: Sander Kletter en Kyra ter Veer
 
Bij het bestuderen van biografieën van de echt grote meesters zijn overeenkomsten te bespeuren. Een daarvan is dat ze op jonge leeftijd huis en haard verlaten om naar de grote cultuurcentra te vertrekken. Daar weten ze binnen de kortste keren contact te leggen met toonaangevende figuren uit de kunstwereld.

Pablo Picasso, Guernica, 1937, olieverf op doek, 349 x 776 cm, Museo Reina Sofia, Madrid, Spanje
Pablo Picasso, Guernica, 1937, olieverf op doek, 349 x 776 cm, Museo Reina Sofia, Madrid, Spanje

Afgezien van enkele kunstenaars, van wie het werk pas na hun dood volledige erkenning genoot zoals in het geval van Paul Cézanne en Vincent van Gogh, maken toonaangevende kunstenaars als jong volwassenen meestal al vroeg indruk. Het grote genie Pablo Picasso spant misschien wel de kroon. Op elfjarige leeftijd volgde hij al een opleiding aan de kunstschool in La Coruña. Op zijn veertiende jaar werd hij toegelaten tot de kunstacademie van Barcelona. In het jaar daarop nam hij deel aan een expositie met het schilderij Eerste Communie (zie afbeelding op deze pagina). Hij ontving direct lovende kritieken. Het vormde het begin van een succesvolle en invloedrijke carrière.

Dat Picasso al jong in de kunstwereld verzeild raakte, is niet geheel toevallig. Zijn vader was kunstschilder en tekenleraar. Hij herkende het ongekende talent van zijn zoon al in zijn kindertekeningen. Zijn vader begeleidde hem in de artistieke startfase, daarna kreeg Picasso scholing in Barcelona en Madrid. In 1898, op 17-jarige leeftijd, zag de jonge Picasso echter al geen heil meer in het nut van de kunstacademie. Hij breekt met zijn opleiding en gaat als vrij kunstenaar werken. Drie jaar later exposeert hij in Parijs. Al voordat de tentoonstelling opende waren vijftien van de vijfenzestig werken verkocht.
 

Picasso en de moderne kunst

Picasso’s ontwikkelingen in zijn oeuvre zijn nauw verstrengeld met de vernieuwingen in de geschiedenis van de moderne kunst. Er wordt wel gezegd dat Picasso de personificatie is van de moderne kunst. De kunstenaar geldt bij velen als de icoon van de kunst van de twintigste eeuw. Hij is in veel gevallen ook een onmisbare schakel om kunst die tegenwoordig wordt gemaakt te kunnen waarderen.

Niet alleen Picasso zelf is een icoon, ook een aantal van zijn werken hebben de iconische status bereikt. In dit rijtje moet Guernica worden genoemd, een monumentaal schilderij dat de verschrikkingen van de moderne oorlog symboliseert (zie de afbeelding bovenaan deze pagina). Picasso maakte het in 1937 om het verwoestende bombardement op de Spaanse stad Guernica te herdenken. Een zeer belangrijk doek uit zijn immense oeuvre is ook het schilderij Les Demoiselles d’ Avignon, dat hij in 1906-1907 schilderde. Voor dit doek benaderde hij schilderkunst vanuit een nieuw gezichtspunt. Het was een beslissende stap in de richting van de baanbrekende vernieuwende stijl van het kubisme.
 

De vrouwen van Picasso

Het werk van de kunstenaar is wereldberoemd, maar ook aan Picasso zelf zijn vele boeken en films gewijd. De in 1881 in Málaga geboren kunstenaar was een opvallende zelfbewuste verschijning. Zijn talloze verhoudingen met vrouwen spreken tot de verbeelding. Deze vrouwen spelen in zijn werk eveneens een grote rol. Als hij weer eens verliefd was, kon hij plots een nieuwe stilistische weg inslaan en zijn geliefde op allerlei manieren in zijn kunst vereeuwigen, onder meer in de vorm van experimentele portretten. Deze behoren nu tot de topstukken van de grote wereldmusea. Zie bijvoorbeeld het Portret van Dora Maar uit 1937 onderaan deze pagina Naast schilder was Picasso ook tekenaar, beeldhouwer, graficus en keramist. Bij gelegenheid ontwierp hij decors en attributen voor het theater. Beroemd zijn de kubistische decors en theaterkostuums, die hij in 1917 ontwierp voor de voorstelling Parade van het Russische ballet in Parijs onder leiding van Sergei Diaghilev. Tot 1924 zou hij decors, kostuums en andere attributen voor dit avant-garde gezelschap blijven maken.
 

Pablo Picasso, Het leven ('La Vie'), 1903, olieverf op doek, 197 x129 cm. The Cleveland Museum of Art, Cleveland, Ohio
Pablo Picasso, Het leven ('La Vie'), 1903, olieverf op doek, 197 x129 cm. The Cleveland Museum of Art, Cleveland, Ohio

De Blauwe periode

Belangrijke en befaamde periodes in de begintijd van de kunstenaar zijn de zogenaamde blauwe en roze periode, die duurden tot 1906. Het werk uit deze periodes kan worden gerekend tot de stijl van het postimpressionisme. Picasso was in die fase van zijn carrière al op vernieuwing van de kunst uit. Het was de reden dat hij het academische schilderen de rug had toegekeerd. Ook de in die jaren nog recente stijlen als jugendstil en symbolisme waren in zijn ogen doodlopende wegen voor de kunst. Van 1901 tot 1904 werkte Picasso monochroom, met slechts een overheersende kleur, vaak was dit de kleur blauw. Deze periode wordt daarom meestal zijn blauwe periode genoemd. Zijn schilderijen uit die tijd zijn overwegend somber van stemming. Ze waren daarom minder populair bij het publiek. Het was voor Picasso, financieel gezien, een moeilijkere periode in zijn carrière. Volgens de verhalen zou hij in die jaren zelfs een dusdanig armoedig bestaan leiden, dat hij zijn tekeningen moest opstoken in de kachel om nog een beetje warmte te creëren tijdens de koude wintermaanden.
Het thema van zijn schilderijen uit de blauwe periode was het isolement waarin mensen zich bevonden. Hij personifieerde deze thematiek door taferelen te schilderen met bedelaars, eenzame drinkers, meisjes van de straat en oude en zieke mensen. De schrijnende situaties, die hij verbeeldt, doen denken aan het schilderij De absintdrinkster van Edgar Degas. Ook maakte Picasso meerdere schilderijen met daarop een moeder met haar kind. In deze periode beginnen zijn werken al minder ruimtelijk te ogen. Bewust verminderde hij de weergave van het perspectief. Hij experimenteert bovendien met vormtaal. Hij laat zich in deze periode beïnvloeden door de Noorse kunstenaar Edvard Munch. De manier van werken en de thematiek van de blauwe periode komen helemaal samen in het schilderij La Vie (zie afbeelding hierboven), dat hij in 1903 voltooide. Op het doek experimenteert de kunstenaar met vorm. Hoewel er meerdere mensen op dit schilderij staan afgebeeld, lijken alle figuren zich in een isolement te bevinden.
 
 

De Roze periode

In 1905 begon de interesse van verzamelaars voor zijn werk aan te trekken. Al stond hij er binnen de kunstmarkt niet florissant voor, binnen de kunstwereld had hij toch een belangrijke positie. Hij onderhield contacten met invloedrijke, voornamelijk linkse anarchistische, figuren binnen de wereld van de schilderkunst en de literatuur. Picasso’s roze periode begint in 1904. In dat jaar besloot de kunstenaar dat hij zich definitief wilde vestigen in Parijs. Hij betrok een atelier in het ateliercomplex Bateau-Lavoir aan de Rue de Ravignan. Dit was een plaats waar veel grootheden uit de avant-garde van de moderne kunst samen kwamen, woonden en werkten, onder wie Kees van Dongen, Amedeo Modigliani en dichter, schrijver en kunstcriticus Guillaume Apollinaire. De laatste zou Picasso voorstellen aan Braque in 1907.

In de roze periode laat de kunstenaar meer warmte toe in zijn schilderijen, zowel met betrekking tot de kleurstelling als het onderwerp. Zijn composities bestaan uit tegenstellingen, contrasterende vormen en kleuren. Vorm krijgt van alle beeldelementen de meeste aandacht in zijn werk. Thematisch gezien verwijst hij naar circustaferelen, waarin een herkenbare harlekijn gedurende de hele roze periode de sleutelrol vervult.
 

Pablo Picasso, Portret van Dora Maar, 1937, olieverf op linnen, 92 x 65 cm, Musée Picasso, Parijs
Pablo Picasso, Portret van Dora Maar, 1937, olieverf op linnen, 92 x 65 cm, Musée Picasso, Parijs

Kubisme en verder

In 1907 leert hij naast Braque ook Henri Matisse kennen, de voorman van het fauvisme. In dezelfde periode maakt hij ook zijn baanbrekende Les Demoiselles d’Avignon. Dit schilderij is een voorbode van de kubistische manier van werken, dat in de jaren daarna verder wordt ontwikkeld. In 1906 schildert hij het wereldberoemde Portret van Gertrude Stein, dat zich bevindt in de collectie van het Metropolitan Museum of Art in New York. Zij was kunstverzamelaar, schrijfster en een spilfiguur in de kunst- en literatuurwereld van die tijd. In de ietwat hoekige vormtaal van dit schilderij zijn eveneens al voortekenen van het aankomende kubisme te ontwaren. Picasso ontwikkelde de kubistische stijl samen met zijn goede vriend Georges Braque in drie verschillende fasen. De grote inspiratiebron aan het begin van dat innovatieproces was Paul Cézanne. Het kubisme moet worden gezien als een springplank naar volledig abstracte schilderkunst, dat niet langer is gebaseerd op waarneming van de werkelijkheid. Onder de vlag van het kubisme ontstond in 1912 de collage als nieuwe kunstuiting. Deze vernieuwende techniek werd door Braque en Picasso geïntroduceerd tijdens de fase van het zogenaamde 'synthetisch kubisme'. Door toepassing van de collage werd materiaal uit het dagelijks leven toegevoegd aan kunstwerken, zoals kranten en behangpapier. Mede vanwege deze indirecte relatie met de waarneembare werkelijkheid kan er bij kunstuitingen van het kubisme nooit worden gesproken van volledige abstractie. Maar vooral niet, omdat de kubisten bij het maken van hun kunst steeds bleven uitgaan van de zichtbare werkelijkheid. Vernieuwend was dat ze deze nooit vanuit slechts een standpunt verbeelden, zoals dat daarvoor eeuwenlang in de schilderkunst gangbaar was geweest.
 
Picasso werkte afwisselend in zeer uiteenlopende stijlen. In 1924 sloot hij zich bijvoorbeeld aan bij de surrealistische beweging. Ook in zijn materiaalgebruik was hij ongewoon veelzijdig. Vanaf 1931 vervaardigde hij sculpturen, naast tekeningen en etsen. In 1932 had hij zijn eerste grote overzichtstentoonstelling bij galerie Georges Petit in Parijs. Hij had dat jaar ook een retrospectieve in het Kunsthaus van Zürich. In 1937 reageerde hij met groot succes op de vernietiging van het stadje Guernica, uitgevoerd door de Duitse Luftwaffe tijdens de Spaanse burgeroorlog. Hij schilderde het monumentale Guernica waarop die verschrikkelijke gebeurtenis op indringende wijze wordt verbeeld. Een vrolijker sfeer kreeg het werk dat hij schilderde vanaf het begin van de jaren veertig. Hij richt zich dan vooral op compositie en kleur. In de jaren vijftig gaat Picasso oude meesters bestuderen. Hij schildert interpretaties naar bekende schilderijen van grote meesters uit de kunstgeschiedenis als Eugène Delacroix en Édouard Manet. Zo baseert hij een serie van bijna zestig schilderijen op het wereldberoemde schilderij Las Meninas van zijn zeventiende-eeuwse landgenoot Diego Velázquez. Vanaf 1960 zet Picasso zich nadrukkelijk af tegen de abstracte kunst die de kunstwereld begint te overheersen.

MUSEAAL EERBETOON

Voor talloze kunstenaars van zijn generatie is Picasso het lichtend voorbeeld geweest, maar ook voor jongere kunstenaars van de generaties na hem. Picasso inspireerde onder meer de Amerikaan Jackson Pollock aan het begin van diens ontwikkeling. Ook was hij van grote invloed op zijn Russische generatiegenoot Vladimir Tatlin, de Italiaanse kunstenaars van het futurisme, en kunstenaars van de pop art als David Hockney en Peter Saul. Op hoge leeftijd beïnvloedde hij nog verschillende kunstenaars van de internationale stroming van het neo-expressionisme.

Picasso woonde en werkte het grootste deel van zijn leven in Frankrijk, maar ook in Spanje is de grote meester nooit vergeten. In 1970 wordt het Museu Picasso in Barcelona geopend. Op hoge leeftijd schenkt Picasso alle werken, die op dat moment nog in zijn bezit zijn, aan dit museum. De opening van het Franse eerbetoon aan zijn grootheid, het Picassomuseum in Parijs in 1985, heeft hij helaas niet meer mogen meemaken. Picasso stierf in 1973 en is 91 jaar oud geworden. Hij is als kunstenaar actief gebleven tot aan zijn laatste snik. Van deze allerlaatste fase uit zijn carrière zijn in het Picassomuseum van Parijs enkele schilderijen te zien. Er zijn in Europa nog verschillende andere Picassomusea te vinden, onder meer in het Zuid-Franse badplaatsje Antibes, in het Spaanse Málaga en in de Duitse stad Münster. Daarnaast bezitten alle zichzelf respecterende wereldmusea met een afdeling moderne kunst werk van deze misschien wel grootste kunstenaar uit de twintigste eeuw.