Max Ernst (1891 – 1976)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Uitvinder van de frottage en grattagetechniek


door: Sander Kletter en Kyra ter Veer
 

Het werk van de in Duitsland geboren kunstschilder en beeldhouwer Max Ernst wordt gewoonlijk gerekend tot het surrealisme. Voordat hij actief werd binnen de surrealistische beweging zette hij de dadaïstische groep Bullitin D op in Keulen in samenwerking met Hans Arp en Johannes Theodor Baargeld.

Max Ernst, L'Ange du foyer ou Le Triomphe du surréalisme, 1937, olieverf op doek, 114 x 146 cm, privécollectie, Parijs
Max Ernst, L'Ange du foyer ou Le Triomphe du surréalisme, 1937, olieverf op doek, 114 x 146 cm, privécollectie, Parijs

Van dada naar surrealisme

Ernst studeerde van 1909 tot 1914 filosofie, psychologie en kunstgeschiedenis. Ondertussen vond hij ook nog de tijd om zich aan te sluiten bij de kunstenaarsgroep Das Junge Rheinland en om deel te nemen aan de Sonderbund tentoonstelling van 1912 in Keulen. Bovendien reisde hij in 1913 naar Parijs, waar hij de kunstschilder Robert Delaunay, en de dichter Guillaume Apollinaire leerde kennen. Bij de eerste Duitse herfstsalon werd in datzelfde jaar zijn werk geëxposeerd. Een jaar later ontmoette hij de eerdergenoemde kunstenaar Arp, met wie hij na zijn militaire diensttijd (1914-17) een dadaïstische groep opzet. Hij maakt in die periode vooral collages, die hij voor het eerst in Parijs exposeert in 1921. Vanuit de achtergrond van het dadaïsme beweegt hij in de jaren twintig in de richting van een surrealistische stijl.

Hij verhuist naar Parijs en gaat experimenteren met het 'psychisch automatisme', een belangrijke methode van werken, die door verschillende surrealisten werd gehanteerd om tot surrealistische kunst te komen. Hij vindt de druktechniek uit van de frottage. Het is een techniek waarbij afdrukken van objecten worden gemaakt door met een potlood, waskrijt of een ander tekenmateriaal voorzichtig over het papier te krassen terwijl het bewuste voorwerp eronder ligt. Samen met Joan Miró ontwikkelt hij tevens de techniek van de grattage, een schildertechniek waarbij verf van het doek wordt geschraapt, terwijl er een object onder ligt. Iets van de vorm en de structuur van het object wordt zichtbaar in de verfhuid van het doek. Dit geeft onvoorspelbare vervreemdende effecten. 

Wonend in Parijs begeeft Ernst zich in de kringen van André Breton, die als grondlegger van het surrealisme wordt beschouwd. In 1926 maakt hij samen met de surrealist Miró het decor en de kostuums voor het Ballet Russes van Serge Diaghilev. In 1931 ontstaat ook ik de Verenigde Staten belangstelling voor zijn werk. Hij krijgt een solotentoonstelling in New York.
 

Entartete kunst en daarna

Noodgedwongen moet Ernst in de late jaren dertig Frankrijk verlaten. Zijn kunst werd door de nazi’s gerekend tot de ‘Entartete Kunst’, daardoor wordt hij beschouwd als staatsvijand. In 1941 vlucht hij naar de Verenigde Staten, om tien jaar later weer terug te keren in Parijs. In 1954 ontvangt hij de Grand Prix van de Biënnale van Venetië. Het winnen van die prestigieuze prijs heeft als gevolg dat hij vanaf dat moment niet meer welkom is bij de groep surrealisten rondom Breton. Op 1 april 1976 overlijdt de kunstenaar in Parijs. Hij heeft dan al de status van een toonaangevend en wereldberoemd kunstenaar bereikt. In de jaren tot vlak voor zijn overlijden zijn er retrospectieve solotentoonstellingen gehouden in Keulen, New York en Parijs.