Louis Comfort Tiffany (1848 – 1933)

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  
De zeer herkenbare decoratieve lampen, vazen, gebrandschilderde ramen en andere glazen voorwerpen van kunstenaar Louis Comfort Tiffany uit New York, waren in zijn tijd zowel in Europa als in Amerika al erg populair. Siegfried Bing, een invloedrijke kunsthandelaar uit Parijs exposeerde in zijn galerie L’Art Nouveau ondermeer de kleurrijke en vernieuwende glaskunst van Tiffany. De naam van zijn galerie werd op een bepaald moment de algemene benaming voor de stijl 'art nouveau', welke ook bekend staat als jugendstil, en welke in Nederland ook wel 'nieuwe kunst' wordt genoemd.

Louis Comfort Tiffany, Herfst (uit serie 4 seizoenen), 1898-1900, glas en lood, tiffany, Morse Museum of American Art, Winter Park, Florida
Louis Comfort Tiffany, Herfst (uit serie 4 seizoenen), 1898-1900, glas en lood, tiffany, Morse Museum of American Art, Winter Park, Florida

De vader van de kunstenaar, Charles Lewis Tiffany, was een succesvolle handelaar in juwelen en zilver, en oprichter van Tiffany & Company. Louis volgde in het begin van zijn carrière zijn artistieke ambitie als kunstschilder. Zijn schilderstijl was beïnvloed door onder meer landschapsschilder George Inness, bij wie hij in 1866 lessen volgde. Van deze kunstenaar nam hij tevens de grote waardering voor de natuur over. In Parijs volgde hij vervolgens lessen bij Léon Bailly en maakte van daar uit lange reizen door Europa, Noord-Amerika en Noord-Afrika. Hij ontmoette de Amerikaanse kunstschilder Samuel Colman, met wie hij de interesse deelde voor ornamentele figuren en patronen uit de Islamitische en Romaanse kunst.
In de vroege jaren zeventig van de negentiende eeuw keerde Tiffany terug in Amerika. Zijn interesse voor decoratieve kunsten en interieur ontwikkelde zich in de late jaren zeventig. In 1878 ontwierp hij het interieur voor zijn eigen huis, op de bovenste verdieping van de Bella Apartments op 48 East 26th Street te New York. Een aantal jaar later liet zijn vader een meergezinswoning bouwen, waar de familie in 1885 introk.
Tiffany’s belangrijkste opdrachtgever was het echtpaar Louisine en Henry Osborne Havemeyer, die vermogen hadden gemaakt in de suikerindustrie. Ondernemer Havemeyer werd in 1891 president van de American Sugar Refining Company. Samen met Colman, ontwierp Tiffany het interieur en de meubels voor het herenhuis van de Havemeyers, welke zich tijdens hun leven ontpopten als belangrijke kunstverzamelaars.
In de vroege jaren negentig van de negentiende eeuw ontwikkelde Tiffany samen met zijn assistent, Arthur J. Nash, het zogenaamde ‘Favrile glas’. Door toevoegen van metaalhoudende zouten aan het gesmolten glas, ontstaat er een iriserende glans aan het oppervlak dat doet denken aan opgegraven antiek glas.
Tiffany vestigde zijn naam internationaal door deelname aan grote exposities, zoals de 'World’s Colombian Exposition' van 1893 te Chicago, waarvoor hij een kapel ontwierp in Romaanse stijl, voorzien van glasmozaïeken. Voor de Parijse kunsthandelaar Bing vervaardigde hij in de periode 1894-1895 een serie glas-in-loodpanelen naar ontwerpen van de postimpressionisten Henri de Toulouse-Lautrec, Paul Sérusier, Pierre Bonnard en Edouard Vuillard. In de jaren daarna, waarin stromingen zoals het kubisme tot ontwikkeling kwamen, vond Tiffany minder aansluiting bij het modernisme. In 1919 droeg hij zijn bedrijf over aan Douglas Nash en Leslie Nash, de zonen van zijn assistent Arthur J. Nash. Vanaf 1928 stopte hij zijn financiële ondersteuning aan het bedrijf en was zijn naam niet meer aan de zaak verbonden. Enkele jaren later werd het bedrijf gesloten.
Het Morse Museum of American Art in Florida is een museum, waar zich één van de belangrijkste collecties van Tiffanyglas bevindt. Zo ook het glas-in-loodraam Herfst uit 1898-1900 (zie afbeelding).