Kurt Schwitters (1887 – 1948)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
    

Kurt Schwitters zorgde in Hannover voor een relatief late opleving van dada in Duitsland. Uit de collages van de kunstenaar, typograaf, reclameontwerper en experimenteel dichter ontstonden zijn zogenaamde Merzbilder. De term 'Merz' ontstond bij toeval, maar werd na ontdekking door Schwitters op een groot deel van zijn oeuvre toegepast.

Kurt Schwitters, (Difficult), 1942-43, collage, 80 x 61 cm, Albright-Knox Art Gallery, Buffalo, New York
Kurt Schwitters, (Difficult), 1942-43, collage, 80 x 61 cm, Albright-Knox Art Gallery, Buffalo, New York

Het woord ‘Merz’ kwam in het vizier van de kunstenaar, toen hij een collage maakte waarin een advertentie was gebruikt waarin het woord Commerzbank voorkwam. Na het construeren van de collage was hiervan alleen nog het gedeelte ‘merz’ zichtbaar, waarop Schwitters besloot dat dit de benaming zou worden van zijn werkwijze, of het nu ging om zijn schilderijen of om de Merzbau die hij in zijn huis opbouwde. Deze driedimensionale collagestructuur groeide tussen 1920 en 1936 verdiepingenhoog uit tot de ‘Merzbau met de Kathedraal van de Erotische Ellende’. Schwitters woonde en werkte, gedurende meerdere perioden van zijn leven in een dergelijk eigen kunstwerk, dat het karakter had van een architectonische collage. In Hannover transformeerde hij tussen 1923 en 1937 geleidelijk zes ruimten van zijn woonhuis. De eerste ruimte was in 1933 klaar, maar in 1938 vluchtte hij naar Noorwegen, omdat zijn kunst door de nazi's entartet was verklaard en omdat hij door de Gestapo ontboden was. In 1943 werd zijn eerste Merzbau verwoest bij een bombardement van Hannover, door de geallieerden. Hij maakte bij zijn driedimensionale Merzbau gebruik van materiaal dat hij per toeval vond en werkte het vervolgens af met olieverf, pleister en spaanhout. Belangrijk voor Schwitters, met betrekking tot zijn Merzbau en zijn schilderijen, was het bewust overschrijden van de traditionele grenzen die in de schilderkunst bestonden. “Ik hing de schilderijen zo op dat er naast het picturale effect ook een sculpturaal reliëfeffect zou optreden. Dit deed ik om de grenzen tussen de artistieke genres te doen vervagen.” Een belangrijk streven voor Schwitters was het zogenaamde Gesamtkunstwerk, waarin beeldhouwkunst, schilderkunst en architectuur samenkomen.
Hoewel het toeval en het gebruik van niet-traditionele materialen kenmerkend is voor dada, was Schwitters toch een buitenbeentje tussen de dadaïsten. Hij werd zelfs voor langere tijd niet geaccepteerd bij Club Dada in Berlijn. Dit was vooral omdat hij verbonden was aan galerie Der Sturm, waar hij in 1918 voor het eerst exposeerde. Richard Hülsenbeck, één van de oprichters van de Berlijnse dadabeweging, beschouwde deze galerie als het bolwerk van het expressionisme, een stroming die  - net als andere gevestigde kunststromingen - verguisd werd door de Berlijnse dadaïsten. Bovendien was Der Sturm niet politiek geëngageerd, in tegenstelling tot de Berlijnse dadaïsten. Later wist Schwitters toch contacten te leggen met andere kunstenaars van de dadabeweging en hij vestigde met zijn Merzbilder een eigen tak van dada in Hannover. Zo raakte hij in de vroege jaren twintig bevriend met Theo van Doesburg, dadaïst en kunstenaar van De Stijl, met wie hij enkele publicaties zou uitbrengen en met wie hij in 1923 een Nederlandse 'Dadatournee' maakte. In de korte periode dat Schwitters - op vlucht voor de nazi's - in Noorwegen verbleef, creëert hij een tweede Merzbau in de tuin van zijn huis te Lysaker bij Oslo. Na Schwitters’ dood in 1948 werd een derde onvoltooide Merzbau ontdekt. Hieraan had hij in Engeland gewerkt te Elterwater, Cumbria tussen 1940 en zijn dood. Deze Merzbaustructuur wordt bewaard in de universiteit te Newcastle.