Keith Haring (1958-1990)

1500+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

door Steven Kolsteren
 
De beeldtaal van Keith Haring is eenvoudig van vorm en meerduidig van betekenis. Een serie van zes zeefdrukken in zwart wit in de collectie van het Groninger Museum zijn hiervan een goed voorbeeld. In de reeks, die als een stripverhaal gelezen kan worden, komen favoriete motieven van Haring voor, zoals de blaffende hond, het gezichtsloze mensfiguurtje en vliegende schotels.

Een zeefdruk van Keith Haring uit de collectie van het Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Een zeefdruk van Keith Haring uit de collectie van het Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Een zeefdruk van Keith Haring uit de collectie van het Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Een zeefdruk van Keith Haring uit de collectie van het Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

Sociale bewogenheid

Op de eerste zeefdruk slaan honden een mens in elkaar, met een lawaaierige tv op de achtergrond. De slaande bewegingen en het geluid worden weergegeven als streepjes, zoals gebruikelijk in stripverhalen. Op de volgende werken wordt de mens gekruisigd. Op zijn borst staat letterlijk een kruisje. Kruis en beesten zijn op dezelfde wijze gestippeld en horen dus bij elkaar. Vervolgens beschieten vliegende schotels de beesten (zie afbeelding hieronder). De laatste twee werken zijn minder vormgegeven als een stripplaatje. Het gehele beeldvlak is gevuld met lijntjes, waarbinnen beesten en kruis nauwelijks kunnen worden onderscheiden van de omgeving. Het thema van lijden, kruisiging en verlossing, in een eigentijdse variant, sluit aan bij Harings sociale bewogenheid, die later vooral vorm zou krijgen in campagnes tegen aids en de apartheid.
Deze serie uit 1982 is karakteristiek voor Harings vroege werk. Hij werd bekend met krijttekeningen in de metrostations van New York, die hij met grote trefzekerheid en snelheid (want illegaal) maakte op het zwarte papier waarmee advertenties tijdelijk werden afgeplakt.

Een zeefdruk van Keith Haring uit de collectie van het Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)
Een zeefdruk van Keith Haring uit de collectie van het Groninger Museum. (De afbeelding is ter beschikking gesteld door het Groninger Museum)

Zijn ideaal was een universele beeldtaal te ontwikkelen voor een zo groot mogelijk publiek. Daarom verwerkte hij zijn figuren ook op posters, T-shirts, buttons, koelkastmagneten, petjes en dergelijke, die verkocht werden in de door hem zelf beschilderde Pop Shop in New York en later ook in Tokio, waar hij zeer populair was, zoals in vrijwel alle grote steden. Museumdirecteur Frans Haks van het Groninger Museum beschouwde deze uitingen als karakteristiek voor Harings mentaliteit en kocht zoveel mogelijk aan voor de collectie. Hij had graag nog een schilderij van Haring willen verwerven, maar de prijzen daarvan bleken aan het einde van de jaren tachtig al te veel gestegen.