Johan Barthold Jongkind (1819-1891)

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
    
De Nederlandse kunstschilder Johan Barthold Jongkind maakte indruk op zijn jongere Franse collega Claude Monet vanwege zijn gebruik van heldere en lichte kleuren. Ook andere schilders van het impressionisme beschouwden hem als voorbeeld, onder wie Eugène Boudin.

Johan Barthold Jongkind, Jaagpad bij Overschie, 1865, olieverf op doek, 34 x 44 cm, Museo Thyssen-Bornemisza, Madrid
Johan Barthold Jongkind, Jaagpad bij Overschie, 1865, olieverf op doek, 34 x 44 cm, Museo Thyssen-Bornemisza, Madrid

Succes in Parijs

De kunstenaar boekte al vroeg in zijn carrière een aardig succes op de Parijse Salon, de grote jaarlijks terugkerende overzichtstentoonstelling van beeldende kunst in de Franse hoofdstad. Hij had een opleiding gevolgd aan de Tekenacademie in Den Haag, waaraan hij in 1837 afstudeerde. Zijn leraar was de in zijn tijd gerespecteerde Nederlandse landschapsschilder Andreas Schelfhout. In 1845 ging hij op uitnodiging van de Franse kunstschilder Eugène Isabey naar Parijs. Dit is achteraf gezien een beslissend moment geweest in de carrière van de kunstenaar. In Parijs ging hij in de leer bij Isabey. Hij ontmoette bovendien de toonaangevende kunstenaar Jean-Baptiste Camille Corot en de invloedrijke kunstcriticus Charles Baudelaire. In 1848 exposeerde hij voor de eerste keer op de prestigieuze Salon en met succes.
Als gevolg van zijn Nederlandse achtergrond en de kennismaking met Franse kunstenaars is in de schilderstijl van Jongkind zowel invloed van de zeventiende-eeuwse Nederlandse als van de negentiende-eeuwse Franse landschapsschilderkunst te bespeuren. Zijn compositie is heel traditioneel Nederlands van opzet. De lucht neemt doorgaans twee derde deel in van de bovenste ruimte van het schilderij. De wijze waarop Jongkind echter omgaat met licht en atmosfeer, doet echter denken aan het werk van de Fransman Corot. Een Frans element is ook dat Jongkind graag het dagelijks leven en het uitgaansleven van de moderne mens van zijn tijd als onderwerp neemt, zoals een aantal Franse impressionisten dat deden. Begin jaren vijftig van de negentiende eeuw geldt Jongkind al als een redelijk succesvol kunstenaar in Parijs.
 

Vrienden springen in de bres

Toch was zijn situatie niet zo stabiel. Hij stond er financieel moeilijk voor. Hij dronk veel alcohol, wat zijn vlagen van paranoïde delirium beslist niet ten goede kwam. Dat hij in 1855 niet werd bekroond met een prijs, laat staan met een vermelding op de Salon, was voor de kunstenaar de befaamde spreekwoordelijke druppel. Gedesillusioneerd ging hij terug naar Nederland, waar hij in een neerwaartse spiraal terecht kwam. Zijn kunstenaarsvrienden konden dit echter niet aanzien. Ze besluiten hem te helpen door een grootschalige veiling te organiseren. Drieënnegentig kunstenaars brachten elk een kunstwerk in met het doel om met de opbrengst de schulden van Jongkind af te betalen. Om dit te doen werd de kunstschilder Adolphe-Félix Cals naar Nederland gestuurd. En dat was niet het enige. Jongkind werd teruggebracht naar Parijs. Vanaf dan begint zijn stabielere en bovendien productieve periode, al blijft zijn mentale gesteldheid wisselvallig. De kwaliteit van zijn werk is er echter niet minder om. Met zijn subtiele lichtweergave van reflecties en fonkelingen op het water, maanlicht en de weergave van helder licht in de atmosfeer is hij van grote invloed op het werk van de andere kunstenaars van het impressionisme gebleken.