Jan Schoonhoven (1914 – 1994)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  
De in Delft geboren kunstschilder en beeldhouwer Jan Schoonhoven richtte in 1957 samen met collega-kunstenaars Armando, Bogart, Van Bohemen, Henderikse en Peeters de Informele Groep op. Voor hen lag het zwaartepunt van hun werk op de expressie van het materiaal.

Jan Schoonhoven, Reliëf VI, 1968, beschilderd papier-maché, 105 x 105 cm, Stedelijk Van Abbemuseum, Eindhoven
Jan Schoonhoven, Reliëf VI, 1968, beschilderd papier-maché, 105 x 105 cm, Stedelijk Van Abbemuseum, Eindhoven

De kunstenaar studeerde van 1930 tot 1934 aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Den Haag. Hij werkte vanaf 1946 tot aan zijn pensioen bij de PTT, waardoor hij zich alleen in het weekend en in de avonden aan zijn kunstenaarschap kon wijden. Maar ook toen hij succes had en regelmatig tentoonstellingen in het binnen- en buitenland had, bleef hij trouw aan de regelmaat, die zijn werk bij de PTT hem bood. Werkzaamheden in verband met deze tentoonstellingen werden daarom soms uitgevoerd door assistenten. Het werk van Schoonhoven is wereldwijd te vinden in toonaangevende musea en getoond op belangrijke tentoonstellingen. In 1967 nam hij bijvoorbeeld deel aan de Wereldtentoonstelling van Montreal en ook in Kassel werd zijn werk getoond, namelijk op de Documenta 4 en 6, van 1968 en 1977. In Mönchengladbach en Hamburg viel hem de eer te beurt dat grote museale solotentoonstelling van zijn werk zijn gehouden in 1972 en 1973. Het Stedelijk Museum te Amsterdam besteedde In 1989 een grote overzichtstentoonstelling aan zijn oeuvre.
Tegenstellingen zijn belangrijk in het werk van Schoonhoven. Orde en chaos, licht en schaduw zijn paren van tegenstellingen, welke al in een vroeg stadium zijn werk kenmerken, toen hij voor het eerst experimenteerde met reliëfs uit ribkarton. Daarvóór schilderde en tekende hij in de stijl van het expressionisme. Vooral de invloed van de tekeningen van Paul Klee is zichtbaar in dit beginwerk, waarin hij werkte met aquarel en inkt. Zie van Klee Die Zwitscher-Maschine uit 1922.
Maar toen Schoonhoven zich eenmaal ging richten op de Informele Groep en de daaropvolgende Nul-groep, was er van een eventuele expressionistische visie niets meer zichtbaar in zijn werk. 'Kunst moest objectief zijn', stelde hij in 1961. Overigens was er in zijn vroege werk dat zo op Klee geënt was, al wel een nadruk op de herhaling van gelijke eenheden zichtbaar. Deze nadruk op het seriële kenmerkt minimal art, waartoe de reliëfs van Schoonhoven, waarmee hij bekend is geworden, gerekend worden. Ritmische herhalingen zijn essentieel voor zijn wit geschilderde reliëfs van karton en papier-maché. Schaduwwerking in combinatie met de geometrisch bepaalde repeterende vormen van elk reliëf zorgen voor een helder en regelmatig patroon. Ondanks de streng ogende patronen is bij nauwkeuriger beschouwing goed te zien dat de kunstenaar het werk met de hand gemaakt heeft. Uit minimale ongelijkheden is af te lezen dat er sprake is van mensenwerk en niet van een industrieel procedé, zoals dat in het werk van de Amerikaanse minimal kunstenaar Donald Judd wel het geval is.