James Ensor (1860-1949)

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Het onbegrepen genie James Ensor

Van onze redactie
 
James Ensor wordt in 1860 geboren als de zoon van de Britse ingenieur James Frederic Ensor en Maria Catharina Haegheman, een Belgische vrouw. Zij is eigenaresse van een souvenirwinkel met onder andere carnavalsmaskers. Deze maskers zien we opvallend vaak terug in de schilderijen van Ensor.

James Ensor, De vertroostende maagd, 1892, olieverf op hout, 48 x 38 cm. Privé collectie
James Ensor, De vertroostende maagd, 1892, olieverf op hout, 48 x 38 cm. Privé collectie

De tweede helft van de 19de eeuw, vlak na de onafhankelijkheid van Nederland, stond België in het teken van een zoektocht naar een nationale identiteit. Het land probeerde aanspraak te maken op eigen cultureel erfgoed om zo haar identiteit te kunnen bevestigen. In dit verband wordt Ensor’s werk in een lijn geplaatst met Pieter Brueghel de Oude en Peter Paul Rubens. Af en toe verwijst Ensor bewust in zijn werk naar Rubens.
 

Ensor en de moderne kunst

Ensor is net als de Noor Edvard Munch een einzelgänger, hij is moeilijk plaatsbaar in de geschiedenis van de moderne kunst. Zijn werk is een inspiratiebron voor vele kunstenaars van het symbolisme. Hij wordt ook wel beschouwd als een vroege expressionist of surrealist. Hij haalt, net als de symbolisten, zijn inspiratie uit de literatuur, voornamelijk uit het fantasiegenre. Schrijvers die hij bewondert zijn bijvoorbeeld Edgar Allan Poe, Honoré de Balzac en Charles Baudelaire. De sfeer in Ensor’s werk is duister van ondertoon. Er is steeds een spanning voelbaar, die de angsten weerspiegelt van de eenzame moderne mens in de dreigende tijd die voorafging aan zowel de Eerste als de Tweede wereldoorlog. Terugkerende motieven zijn skeletten, carnavalesk gemaskerde figuren met een holle uitdrukking en monsterlijk angstaanjagende fantasiefiguren, motieven die aan het surrealisme doen denken. De dramatische sfeer in het werk van Ensor doet denken aan het werk van de kunstschilders van de romantiek.
 
 

Ensor en Les Vingt

James Ensor is één van de oprichters van de groep ‘Les Vingt’ (De Twintig). Deze groep is gevestigd in Brussel en wil de kunst vernieuwen. Ze rebelleren tegen de artistieke academische regels van hun tijd. De groep is actief tussen 1883 en 1893. Aanvankelijk bestaat de groep uit precies twintig leden, zowel kunstenaars als schrijvers. Andere beroemde leden naast Ensor in de geschiedenis van Les Vingt zijn: Theo Van Rysselberghe, Félicien Rops, Auguste Rodin, Paul Signac, Fernand Khnopff en Jan Toorop. Les Vingt vertegenwoordigt niet één stijl, maar wilde het publiek bekend maken met de nieuwste stijlen van de moderne kunst. Om dit te bereiken organiseerde de groep tentoonstellingen, waaraan ook internationaal opkomende kunstenaars deelnamen. Ook Ensor exposeerde zijn schilderijen regelmatig op de tentoonstellingen van Les Vingt, vooral die schilderijen, die door de officiële Brusselse ‘Salon’, een jaarlijks terugkerende overzichtstentoonstelling, waren afgewezen. Toen Les Vingt in 1886 het net nieuwe schilderij Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte van Georges Seurat exposeerde, het paradepaardje van de nieuwe stijl van het pointillisme, was dit voor Ensor de reden om Les Vingt te verlaten. Hij voelde zich ten onrechte gepasseerd door deze nog jonge veelbelovende Fransman.
 

James Ensor, De intrede van Christus te Brussel, 1888, olieverf op doek, 258 x 431 cm, J. Paul Getty Museum, Los Angeles
James Ensor, De intrede van Christus te Brussel, 1888, olieverf op doek, 258 x 431 cm, J. Paul Getty Museum, Los Angeles

Gebrek aan erkenning

In eerste instantie leek het werk van Ensor redelijk te worden ontvangen bij het publiek en critici. In 1881 wordt Ensor’s werk geaccepteerd door de Brusselse Salon en een jaar later ook door de Parijse Salon, de in die tijd belangrijkste jaarlijkse terugkerende internationale overzichtstentoonstelling van beeldende kunst. Uit deze periode komt bijvoorbeeld De oestereetster (1882), dat behoort tot de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Maar al gauw wordt zijn werk vanwege de bizarre onbegrijpelijke motieven afgewezen. In 1884 trekt hij zich terug uit Les Vingt. Ensor gaat zijn eigen weg en raakt in conflict met de kunstwereld.
Zijn beroemde schilderij Intrede van Christus te Brussel, gemaakt in 1888-1889, roept nogal ongemakkelijke gevoelens op in zijn omgeving. Hij zet hierin namelijk de moderne zelfvoldane middenklasse te kijk, door ze te verbeelden als een stoet groteske figuren met grijnzende en domme maskers. Ensor neemt daarmee een standpunt in, dat indruist tegen de Franse schilderkunst van die tijd, zoals het impressionisme, welke het moderne leven, met de daarin steeds grotere rol van een zelfstandige burgerij, juist bejubelt. De ontvangst van zijn werk verloopt vanaf dit moment alleen maar moeizamer. Met als effect dat Ensor zich door middel van zijn schilderijen steeds explicieter lijkt af te zetten tegen zijn tijdgenoten en de kunstwereld, die hem niet begrijpt. Karikaturale maskers doemen steeds nadrukkelijker op in zijn werk. Ze symboliseren personen en burgerlijke opvattingen, die hij verafschuwt.

Bijna zijn gehele leven bleef Ensor in Oostende wonen, dezelfde plaats als waar de voor hem zo dierbare winkel van zijn moeder gevestigd was. Hij overlijdt in november 1949, op de respectabele leeftijd van 89 jaar. Het gebrek aan erkenning, waar deze zonderlinge kunstenaar tijdens zijn leven zoveel last van had, is voorbij. Hij wordt tegenwoordig beschouwd als een belangrijke 'grote meester' binnen de geschiedenis van de moderne kunst.