James Abbott McNeill Whistler (1834 – 1903)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
 

De Amerikaanse kunstschilder James Abbott McNeill Whistler groeide op in New England en Rusland. Hij studeerde in Frankrijk, waar hij bevriend raakte met de realist Gustave Courbet, die hem voor korte tijd als zijn leerling beschouwde. Ook Whistler vervaardigde een aantal werken in de realistische stijl. Later vestigde de kunstenaar zich voorgoed in Londen.

James Abbott McNeill Whistler, Symphony in White, No. 3, 1867, olieverf op doek, 52 x 77 cm, University of Birmingham, The Barber Institute of Fine Arts, Birmingham
James Abbott McNeill Whistler, Symphony in White, No. 3, 1867, olieverf op doek, 52 x 77 cm, University of Birmingham, The Barber Institute of Fine Arts, Birmingham

Whistler, die gefascineerd was door de Japanse kunst en cultuur, behoorde tot de kunstenaars van de zogenaamde esthetische beweging, ook wel estheticisme genoemd, waartoe ook de Ierse schrijver en vriend van Whistler Oscar Wilde behoort. De kunstenaars van deze beweging vonden dat de vorm, de schoonheid die de kunstenaar aan het kunstwerk verleende, veel belangrijker was dan de inhoud of het onderwerp van de voorstelling. De schrijver en kunstcriticus Théophile Gautier sprak in 1835 van 'l’art pour l’art', kunst omwille van de kunst, dat zonder ander doel wordt ingezet, dus zonder politiek, moreel of sociaal doel. Dit is van groot belang voor het ontstaan van de esthetische beweging geweest. De kunstenaars van deze beweging, die overigens geen vaste of georganiseerde groep vormden, keerden zich tegen de heersende smaak van de bourgeoisie, de hogere middenklasse. De esthetische ideeën stonden haaks op die van de sociaal bevlogen kunstenaars van het negentiende-eeuwse realisme, onder wie de eerder genoemde Courbet en Honoré Daumier. In zijn beginjaren als kunstenaar was Whistler bevriend met Dante Gabriël Rossetti, een lid van de broederschap van de Prerafaëlieten.
Een ander belangrijk uitgangspunt voor de esthetische beweging was dat kunst een verheven positie innam ten op zichtte van de natuur, een idee dat terug te voeren is op het neoclassicisme. De negentiende-eeuwse kunsthistoricus Walter Pater vond dat alle kunst zou moeten streven naar de kwaliteiten van de muziek, welke in zijn visie de allerhoogste vorm van kunst was. Muziek is zonder inhoud, heeft alleen vorm. Ook Whistler was geïnteresseerd in de parallel tussen zijn kunst en de muziek. Dit blijkt uit de muziekgerelateerde titels, welke hij aan zijn werk gaf, zoals Nocturne, Sonata en Symphony, zie Symphony in White, No. 3 bovenaan deze pagina. Later zou Wassily Kandinsky de parallel leggen tussen muzikale harmonieën en abstracte schilderkunst, en deze parallel in zijn titels tot uitdrukking brengen. Kandinsky hanteerde titels als improvisatie, impressie en compositie. Whistler's keuze voor een titel als ‘Symphony’, voor een werk waarop twee meisjes in witte jurken worden weergegeven, is een aanwijzing voor de beschouwer dat het hier voor de kunstenaar vooral om kleurharmonie gaat. Er zijn geen ‘afleidende’ factoren, welke doen vermoeden dat er sprake is van een onderliggend verhaal. Details, zoals de bloemstukken aan de rechterkant, zijn er puur voor de esthetiek en ter decoratie. De kunstenaar kan echter niet alle storende ‘inhoud’ bannen uit zijn schilderij. De wetenschap dat de linker vrouwfiguur - Joanna Hiffernan - de minnares van de kunstenaar is, geeft de afbeelding natuurlijk toch een ‘verhaal’. Dit schilderij werd op de tentoonstelling van de Royal Academy van 1867 getoond. Het werd stevig bekritiseerd door een kunstcriticus, omdat het volgens hem niet bepaald een ‘symphony in white’ genoemd kon worden, er waren immers nog allerlei andere kleuren in verwerkt. De kunstenaar reageerde hierop ad rem en vol hoon:“... a symphony in F contains no other note, but shall be a continued repetition of F, F, F? . . . Fool!”
 

James Abbott McNeill Whistler,Nocturne in Black and Gold, The Falling Rocket, ca. 1875, olieverf op paneel, 60.2 x 46.7 cm, Detroit Institute of Arts, USA
James Abbott McNeill Whistler,Nocturne in Black and Gold, The Falling Rocket, ca. 1875, olieverf op paneel, 60.2 x 46.7 cm, Detroit Institute of Arts, USA

Bijna abstracte landschappen

Whistler behoorde tot de estheten, die vooral het vrouwfiguur centraal stelden. Als enige van de estheten schilderde Whistler ook landschappen, waarbij hij de totale abstractie dicht naderde. Het eerste volledig abstracte schilderij zou echter pas ruim dertig jaar later door de eerdergenoemde Kandinsky geschilderd worden. De interesse van Whistler voor de Japanse kunst, welke een meer abstract karakter had dan de Europese kunst, werd vanaf het begin van de jaren zestig steeds groter. Dit kwam in zijn schilderstijl tot uiting, onder andere in zijn landschappen. Het resultaat daarvan leidde echter ook tot heftige kritiek, zie daarvoor Nocturne in Black and Gold, The Falling Rocket van omstreeks 1875. Niet alleen dit schilderij, ook Arrangement in Grey and Black No.1 uit 1871 geldt thans als een meesterwerk van Whistler. Het is ook beter bekend als Portret ban de moeder van de kunstenaar en behoort tot de collectie van het Musée d’Orsay te Parijs.
Whistler overleed in Londen in 1903. Het werk van de kunstenaar, van oorsprong een Amerikaan, wordt ook wel gerekend tot de Britse variant van het impressionisme. Net als Whistler was de Amerikaanse kunstenares Mary Cassatt, impressionist en tijdgenote van Whistler, actief in de Europese kunstwereld, namelijk in de Franse kunstwereld van Parijs. Zij behoorde met Monet, Sisley en Renoir - nadat zij in 1877 bevriend raakte met Edgar Degas - tot de kerngroep van de impressionisten en nam deel aan de officiële groepsexposities van de impressionisten in 1879, 1880, 1881 en 1886. Whistler was ook kort actief geweest in de Franse kunstwereld, in die tijd was hij ondermeer bevriend met de Franse kunstschilders Henri Fantin-Latour en Édouard Manet. Ook kende hij Monet. In die periode beïnvloedde hij zijn minder bekende landgenoot en portrettist John White Alexander. Whistler woonde een tijdje in Venetië en bezocht ook Amsterdam, waar hij onder andere Breitner leerde kennen. Op deze Nederlandse kunstschilder zou hij vervolgens grote invloed uitoefenen. Een andere collega en landgenoot - de impressionist William Merritt Chase - schilderde in 1885 een fraai portret van Whistler, dat zich bevindt in het Metropolitan Museum of Art te New York.