Jacob van Ruisdael [ook wel gespeld als 'Ruysdael'] (1629 – 1682)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  

De Haarlemse kunstschilder Jacob van Ruisdael schilderde tijdens de stijlperiode van de barok. Ruisdael kreeg les van zijn vader Isaak van Ruysdael en waarschijnlijk ook van zijn oom Salomon, die bekendheid had verworven met zijn winterlandschappen en riviergezichten. Jacob spelde zijn naam echter met een 'i' als 'Ruisdael' in tegenstelling tot de overige leden van de kunstenaarsfamilie. Net als hen legde hij zich vooral toe op het schilderden van landschappen.

Jacob van Ruisdael [ook bekend als: Jacob van Ruysdael], Landschap met waterval, ca. 1660-1670, olieverf op doek, 143 x 196 cm, Rijksmuseum, Amsterdam
Jacob van Ruisdael [ook bekend als: Jacob van Ruysdael], Landschap met waterval, ca. 1660-1670, olieverf op doek, 143 x 196 cm, Rijksmuseum, Amsterdam

Jacob van Ruisdael ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste landschapschilders van zijn tijd. Naast schilder, was hij ook tekenaar en etser. De kunstenaar schilderde naast landschappen ook zee- en stadsgezichten. In 1648 werd hij lid van het Haarlemse gilde van kunstschilders. Halverwege de zeventiende eeuw maakte Van Ruisdael samen met Nicolaes Berchem een reis langs de Rijn naar Nijmegen en Kleef. Daar schilderde hij onder meer het kasteel van Bentheim. Hier krijgt zijn monumentale werk voor het eerst het kenmerkende dramatisch karakter, door de weergave van de rotsachtige heuvel waar het kasteel op staat. De kunstenaar had zich hiertoe laten inspireren door het Scandinavische landschap, dat hij op de schilderijen van zijn tijdgenoot Allaert van Everdingen had gezien. Een goed voorbeeld van de dramatiek in de landschappen van Van Ruisdael is het schilderij De joodse begraafplaats, dat hij omstreeks 1655 schilderde.

Jacob van Ruisdael was van invloed op onder andere zijn leerling Meindert Hobbema, een weesjongen die hij in huis nam toen hij in Amsterdam ging wonen. De twee raakten goed bevriend. Dikwijls kozen zij overeenkomstige onderwerpen voor hun werk, maar Van Ruisdael bleef zich onderscheiden door de dramatiek die hij in zijn voorstellingen wist te leggen. Het scheen Hobbema niet te lukken om uit de schaduw van zijn meester te treden, want geleidelijk aan werkte hij vaker bij zijn baas op een accijnskantoor dan achter zijn schildersezel.
Het werk van Van Ruisdael had sterke aantrekkingskracht op kunstenaars uit latere eeuwen. Vooral kunstenaars uit de negentiende eeuw werden geïnspireerd door de stijl en de sfeer in de schilderijen van Van Ruisdael, zoals Cornelius Krieghoff, een kunstenaar van de Canadese School, Théodore Rousseau van de Franse School van Barbizon en J.H. Weissenbruch van de Haagse School. Ook de Nederlander Andreas Schelfhout, de Engelse kunstschilder John Constable, beiden vertegenwoordigers van de romantiek en de Duitser Andreas Achenbach van de Düsseldorfer Schule lieten zich inspireren door het oeuvre van de misschien wel meest beroemde Hollandse meester van het landschap. Ruisdael stierf in 1682 en ligt begraven in zijn geboorteplaats, in de St. Bavokerk in Haarlem.