Jean Auguste Dominique Ingres (1780-1867)

1200+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Briljante leerling van David

Van onze redactie

De Franse kunstenaar Jean Auguste Dominique Ingres was vanaf 1797 een leerling van de toonaangevende kunstschilder Jacques-Louis David. Hij werd door hem onderwezen in de stijl van het neoclassicisme. Hij genoot een succesvolle carrière. Ingres is misschien wel even bekend en gerespecteerd als zijn leermeester. Hij is onder meer beroemd geworden vanwege zijn Oriëntaalse taferelen, zoals Het Turkse bad (zie afbeelding hieronder) uit 1862.

Jean Auguste Dominique Ingres, Het Turkse bad, 1862, olieverf op doek, 108 x 110 cm, Museum het Louvre, Parijs
Jean Auguste Dominique Ingres, Het Turkse bad, 1862, olieverf op doek, 108 x 110 cm, Museum het Louvre, Parijs

Al op elfjarige leeftijd ging Ingres naar de academie in Toulouse. Met het neoclassicistische schilderij Achilles ontvangt de afgezanten van Agamemnon won hij in 1801 de Prix de Rome. Dit is een prestigieuze prijs waarbij jonge kunstenaars een studiereis naar Rome werd aangeboden. De Franse staat kon de jonge Ingres echter niet meteen de beurs verlenen. Vanaf 1806 verbleef hij echter alsnog in Italië, waar hij in Rome in het bijzonder het werk van Rafaël bestudeerde. Samen met Michelangelo werd deze kunstenaar door de aanhangers van het neoclassicisme beschouwd als het belangrijkste en meest leerzame voorbeeld van de Italiaanse renaissance. Hoezeer de kunstenaar Rafaël bewonderde blijkt onder meer uit zijn meesterwerk De apotheose van Homerus, waarin hij Rafaël binnen de compositie een belangrijke positie laat innemen. Geïnspireerd door de Italiaanse grote meester probeert hij zijn modellen zoveel mogelijk naar de natuur te tekenen.
Vanwege de portrettekeningen, die Ingres maakte werd hij in zijn tijd beschouwd als de beste Franse tekenaar. Ook met zijn geschilderde portretten had de kunstenaar veel succes. Voorbeelden daarvan zijn Napoleon I op zijn Keizerlijke troon meesterwerk Portret van gravin d'Haussonville uit 1845. Portretten waren in de optiek van Ingres maar van ondergeschikt belang. Historiestukken waren op dat moment in de hiërarchie van de academische kunst de hoogst haalbare vorm. De kunstenaar zag zichzelf daarom in de eerste plaats als een historieschilder. Ingres verbleef vier jaar in Florence, waar hij onder meer de illustraties van John Flaxman bestudeerde.
Terug in Parijs had hij meteen succes met zijn werk De gelofte van Lodewijk XIII uit 1824. In 1829 werd hij als professor aangesteld aan de École Nationale des Beaux-Arts, waarvan hij in 1853 de president werd. Ingres had vele leerlingen, maar beschouwde lange tijd Théodore Chassériau, die al op zijn elfde bij hem in de leer ging, als zijn meest talentvolle leerling. Hij noemde hem de Napoleon van de schilderkunst. In 1834 gaat Ingres opnieuw naar Italië, waar hij zeven jaar zal verblijven. Hij werd er directeur van de Académie de France. Opnieuw grijpt hij de gelegenheid om zich in het werk van Rafaël te verdiepen. Ook raakt hij geïnteresseerd in de schilderkunst op antieke vazen. Een regelmatig terugkerend element in het werk van Ingres is het vrouwelijk naakt, dat overigens door bepaalde kringen onbehoorlijk werd bevonden. Een voorbeeld daarvan is zijn wereldberoemde Grande Odalisque, dat slecht werd ontvangen op de Salon van 1819. Het schilderij wordt intussen gerekend tot de absolute topstukken van Museum het Louvre in Parijs.
Ingres stond gedurende zijn carrière duidelijk in de academische traditie. Hij was daarmee een tegenhanger van de romantische stijl van Delacroix. Latere kunstenaars zoals de impressionisten Degas, Manet en Renoir lieten zich echter beïnvloeden door zijn fameuze beheersing van de techniek. Misschien minder bekend is dat Ingres ook een glansrijke carrière had kunnen maken als muzikant. Hij was naast een talentvol schilder ook een zeer begenadigd violist.