Henry Moore (1898 – 1986)

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  
De Engelse beeldhouwer Henry Moore is beroemd vanwege zijn monumentale geabstraheerde sculpturen in organische vorm, meestal mensfiguren, uitgevoerd in brons en marmer. Een veel terugkomende figuur in zijn oeuvre is de ‘Reclining Figure’, een half liggende, half opgerichte figuur.

Henry Moore, Reclining Figure, 1939, iepenhout, 94 x 200 x 76 cm, The Detroit Institue of Arts. Detroit
Henry Moore, Reclining Figure, 1939, iepenhout, 94 x 200 x 76 cm, The Detroit Institue of Arts. Detroit

De beelden verwijzen veelal naar het menselijk lichaam, vooral naar het vrouwenlichaam. Moore was een belangrijk figuur bij de introductie van de moderne kunst in Engeland. De kunstenaar haalde zijn inspiratie uit de vormen die hij tegenkwam in de natuur. Later in zijn carrière kwamen ook elementen uit de stedelijke omgeving terug in zijn werk. Moore werkte in een zeer hoog tempo en werd een gefortuneerd man, vanwege de vele opdrachten die hij wist te realiseren.
 

Michelangelo en andere inspiratiebronnen

De kunstenaar had al vroeg in de gaten dat hij later beeldhouwer wilde worden. Al op zijn elfde raakte hij onder de indruk van Michelangelo, de beroemde beeldhouwer en kunstschilder uit de renaissance. Toch begon hij zijn carrière als onderwijzer in zijn geboorteplaats Castleford. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging hij in militaire dienst. Daarna kreeg hij als oudgediende een toelage waarmee hij zich inschrijft bij de Leeds School of Art. Met succes, want in 1921 wint hij een Royal Exhitibion Scholarship, een studiebeurs voor het Royal College of Art in Londen. Eenmaal in Londen leerde Moore in het British Museum beeldhouwwerk kennen uit Afrika, Egypte en Mexico. Ook tijdens zijn bezoeken aan Parijs bestudeerde hij deze kunst samen met het werk van Paul Cézanne. Vanaf 1923 reisde hij ieder jaar naar Parijs, en in 1924 gaat hij naar Italië. Daar ziet hij sculpturen van de door hem zo bewonderde Michelangelo en ook fresco’s van Giotto en Masaccio. Hij heeft zijn eerste solotentoonstelling in 1928, bij de Warren Gallery te Londen.
 

Surrealisme, de Tweede Wereldoorlog en internationale opdrachten

In de jaren dertig wordt hij lid van Unit One, een groep moderne kunstenaars onder leiding van Paul Nash. Ook raakt hij bevriend met geestverwant Barbara Hepworth. In beider werk zijn doorboringen en holle ruimtes het herkenbare terugkerende element. In 1936 neemt Moore deel aan de International Surrealist Exhibition bij de New Burlington Galleries in Londen. Nadat zijn atelier in 1940 verwoest wordt door luchtaanvallen, verhuist hij naar Perry Green in Hetfordshire. Tegenwoordig is er een beeldenpark op het voormalige landgoed van de kunstenaar, waar een vaste collectie uit zijn oeuvre wordt geëxposeerd.
Tijdens de oorlog werkte Moore in opdracht als 'oorlogskunstenaar'. Hij verbeeldde de benarde toestand van de Londenaren tijdens de Duitse luchtaanvallen. Hij richt zich in deze periode vooral op het maken van tekeningen. In 1943 heeft hij een solo-expositie in New York. Op de vierentwintigste Biënnale in Venetië in 1948 wint hij de prijs voor sculptuur. Na de oorlog, in de jaren vijftig ontvangt hij belangrijke internationale publieke opdrachten. Zo realiseert hij voor het UNESCO-hoofdkantoor in Parijs Reclining Figure (1956-58). Een andere belangrijke sculptuur in opdracht is zijn beeld Nuclear Energy, dat hij maakt voor de Universiteit van Chicago in 1967, ter nagedachtenis aan de eerste kernreactie, welke 25 jaar daarvoor had plaatsgevonden.
 

Henry Moore, Hill Arches, 1973, brons, 247 x 548 x 247 cm, National Gallery of Australia, Canberra, Australië
Henry Moore, Hill Arches, 1973, brons, 247 x 548 x 247 cm, National Gallery of Australia, Canberra, Australië

Henry Moore Foundation

In 1972 zette Moore zijn Henry Moore Foundation op. Met deze stichting zorgt hij voor het behoud van zijn werk, maar ondersteunt hij ook jonge kunstenaars en wil hij kunsteducatie stimuleren. Ondanks zijn grote succes bleef Moore bescheiden. In 1951 wees hij bijvoorbeeld het ridderschap af, omdat hij vond dat hij niet moest worden beschouwd als een gevestigd kunstenaar.
In 1974 schonk hij een groot aantal van zijn kunstwerken, waaronder meer dan 200 beeldhouwwerken, schetsen en tekeningen aan de Art Gallery of Ontario. Ook schonk de kunstenaar op leeftijd enkele jaren later werken aan de Tate Gallery, het British Museum, het Victoria and Albert Museum en het British Council in Londen. In 1978 werd een tentoonstelling van zijn werk georganiseerd door de Raad van Cultuur van Groot Brittannië in de Serpentine Gallery in Londen. In 1986 overleed de kunstenaar. Zonder twijfel is Moore binnen de geschiedenis van de Britse moderne beeldhouwkunst één van de belangrijkste kunstenaars. In Nederland is zijn werk onder meer te bezichtigen in het beeldenpark van Het Kröller-Müller Museum te Otterlo.