Henri Matisse (1869-1954)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

De man van het fauvisme, de eenvoud en de felle harmonische kleur

Van onze redactie
  
Matisse kan worden gezien als de voorman van het fauvisme, de kunststroming waarin het meestal bonte kleurgebruik de hoofdrol vervult binnen de compositie. De kunstenaar schilderde overwegend levendige, vrolijke en optimistisch stemmende taferelen. Ondanks de luchtige thematiek was hij altijd op zoek naar beeldende perfectie, schoonheid en harmonie. Naast schilderijen vervaardigde hij ook tekeningen en sculpturen.

Henri Matisse, Le bonheur de vivre, 1905-06, olieverf op doek, 175 x 241 cm, Barnes Foundation, Philadelphia, USA
Henri Matisse, Le bonheur de vivre, 1905-06, olieverf op doek, 175 x 241 cm, Barnes Foundation, Philadelphia, USA


De jonge Matisse was in 1890 voor een jaar aan zijn bed gekluisterd door een complicatie met zijn blindedarm. Tijdens zijn herstel begint hij te schilderen. Nadien gaat hij naar Parijs, waar hij een rechtenstudie volgt. Deze verruilt hij echter al snel voor een opleiding aan de Académie Julian. Hij bereidt zich voor op het toelatingsexamen voor de École des Beaux-Arts, waar hij het volgende jaar inderdaad terecht komt. Hij gaat in de leer bij Gustave Moreau, een vooraanstaand vertegenwoordiger van het symbolisme. In zijn beginperiode schildert Matisse in de stijl van het impressionisme.
 

Matisse en het fauvisme

Na een aantal reizen te hebben gemaakt naar onder meer Londen en Corsica, gaat de interesse van Matisse met betrekking tot zijn eigen werk vooral uit naar de beeldelementen licht, kleur en vorm. Op advies van Pissarro bestudeert hij In Londen het werk van William Turner, de belangrijkste kunstenaar van de Engelse romantiek.

Matisse heeft zijn eerste solotentoonstelling in 1904 bij kunsthandelaar Ambroise Vollard in Parijs. Vollard had tentoonstellingen georganiseerd van de grote namen van het impressionisme en van de voormannen van de kunststromingen, die daaruit waren ontstaan. Hij had onder meer het werk van Pierre-Auguste Renoir, Paul Gauguin en Vincent van Gogh geëxposeerd. Vollard stond ook achter het werk van Paul Cézanne. Matisse was dus op een plek beland, waar de avant-garde van zijn tijd acte de présence gaf. Hij leerde daardoor de vooruitstrevende kunstenaars van zijn tijd kennen.

In 1904 bezoekt Matisse Paul Signac, naast Seurat de voorman van het pointillisme. Enige tijd onderzoekt hij zelf de mogelijkheden van deze postimpressionistische schilderstijl. De invloed daarvan is goed te zien in de schildertechniek van het schilderij Luxe, Calme et Volupté (1904, zie afbeelding hieronder). Het werk is opgebouwd uit korte verstreken, die beurtelings van kleur wisselen. Daarmee volgt Matisse een principieel kenmerk van het pointillisme. Maar in het gebruik van vooral heldere primaire kleuren (rood, geel en blauw) en de toepassing van duidelijk omlijnde figuren zijn in dit schilderij tegelijkertijd al voortekenen van de fauvistische stijl te zien. De term 'fauvisme' wordt in 1905 voor het eerst gebruikt, naar aanleiding van het werk van een aantal kunstenaars op de jaarlijkse Salon d’Automne in Parijs. Het werk van Matisse werd er getoond naast dat van gelijkgezinde kunstenaars als André Derain, Albert Marquet en Maurice de Vlaminck. Matisse richtte vervolgens de kunstenaarsgroep de Fauves op, die twee jaar later alweer zou worden opgeheven. Tot deze groep behoorde ook de Nederlandse kunstenaar Kees van Dongen.

Henri Matisse, Luxe, Calme et Volupté, 1904, olieverf op doek, 99 x 119 cm, Musée d’Orsay, Parijs
Henri Matisse, Luxe, Calme et Volupté, 1904, olieverf op doek, 99 x 119 cm, Musée d’Orsay, Parijs

Eenvoud van vorm en het warm-koudcontrast

In 1908 richt de kunstenaar de Académie Matisse op. Hij verliest echter al snel de aandacht voor zijn school, die daarom in 1911 alweer werd gesloten. In 1909-10 legde hij zich toe op de monumentale schilderijen La Danse en La Musique, die hij in opdracht van de vermaarde Russische kunstverzamelaar Sergei Shchukin maakt. In deze werken, die zich nu in museum de Hermitage in St. Petersburg bevinden, domineren sterk vereenvoudigde gestileerde figuren. Ze zijn geschilderd in haast egale kleurvlakken. Matisse zijn bewondering voor Paul Cézanne blijkt uit deze werken. Vanuit deze schilderijen ontwikkelt hij een kleurrijke sensuele stijl, waarin het aspect van de ruimtelijkheid nagenoeg verdwijnt. Net als Cézanne schilderde hij met de overtuiging dat hij de natuur door middel van een beeldend systeem kon representeren.

Matisse benadert de weergave van ruimtelijkheid op een nieuwe manier. Hij verbeeldt de ruimte door toepassing van het warm-koudcontrast van kleur. Warme kleuren, als geel, oranje en rood, hebben de neiging in een schilderij naar voren te komen. Koude kleuren, als groen, blauw en violet, lijken daarentegen te wijken. Door ordening van koude en warme kleuren en het benutten van andere mogelijkheden van kleurcontrast creëert Matisse een beeldend ritme. Zo komt in zijn schilderij bovendien de werking van volume tot stand. Voor Matisse is compositorische harmonie tussen kleur en vorm van het grootste belang. Met intens kleurgebruik ziet hij kans om zijn werken levendigheid te verschaffen zonder dat hij de beoogde harmonie uit het oog verliest.
 

Interieur en exterieur van de Rozenkranskapel te Vence, door Matisse ontworpen en waarvoor hij tevens de muurschilderingen en glas en loodramen maakte.
Interieur en exterieur van de Rozenkranskapel te Vence, door Matisse ontworpen en waarvoor hij tevens de muurschilderingen en glas en loodramen maakte.

Picasso, Vence en de 'Papiers Découpés'

Tussen 1914 en 1917 laat Matisse zich kortstondig beïnvloeden door het kubisme. In 1918 exposeert hij samen met Picasso in de galerie van Paul Guillaume te Parijs. Al in 1906 hadden de kunstenaars elkaar ontmoet bij Gertrude Stein, een centrale figuur in de avant-garde kunstwereld van Parijs aan het begin van de twintigste eeuw. Op dat moment werkte Picasso aan zijn Les Demoiselles d’Avignon. In 1907 wisselden Picasso en Matisse onderling enkele kunstwerken uit. De kunstenaars waren bevriend, maar ook elkaars grootste concurrenten binnen de wereld van de avant-gardekunst.

In de jaren dertig legt Matisse zich vooral toe op grafische kunst en beeldhouwkunst. Zijn sculpturen worden getoond op grote tentoonstellingen in New York, Parijs en Londen.

Rond de jaren vijftig ontwerpt Matisse het interieur en de vensters voor de Rozenkranskapel in Vence, waarvoor hij tevens de muurschilderingen maakt. De kapel was kort daarvoor verwoest door een brand. Matisse zag dit als een buitenkans om een nieuw kerkgebouwtje voor de Dominicaner orde te kunnen ontwerpen. Hij wilde daarmee zijn dankbaarheid tonen voor de goede verzorging die hij van de zusters had gekregen, toen hij een aantal jaren daarvoor noodgedwongen in het ziekenhuis verbleef. Schilderen was in deze laatste periode problematisch geworden voor de kunstenaar. Hij moest vanwege zijn ziekte veel in bed blijven. Hij kon ook niet meer lang achter elkaar achter zijn schildersezel staan. Hij leed aan astma en aan een hartaandoening. De geestelijk veerkrachtige kunstenaar ging echter creatief met zijn kwalen om. Hij ontwikkelde een nieuwe techniek en werkmethode, zijn zogenaamde ‘papiers découpés'. Hij vervaardigde zijn intussen wereldberoemde papierknipsels in heldere kleuren. De eenvoudige felgekleurde vormen die hij uitknipte, werden volgens zijn instructies door een assistente op een doek bevestigd. Het Stedelijk Museum in Amsterdam bezit het monumentale werk La perruche et la sirène (De parkiet en de meermin) uit 1952, dat uit 150 van dergelijke knipsels is opgebouwd en maar liefst 337 x 768,5 cm groot is.
 

Musée Matisse en zijn laatste levensjaren

In 1950 wint hij de schilderprijs op de vijfentwintigste Biënnale van Venetië. Deze prijs wil de kunstenaar graag delen met de bevriende beeldhouwer Henri Laurens. Het volgende jaar wordt een retrospectieve gehouden van zijn werk in het Museum of Modern Art in New York. In zijn laatste levensjaren volgen nog meer grote overzichtstentoonstellingen en in 1952 wordt het Musée Matisse in zijn geboorteplaats Cateau-Cambrésis geopend. In 1954, zijn sterfjaar, werkte hij nog aan een ontwerp voor een rozet voor de Union Church of Pocantico Hills in New York.

Matisse, die wordt beschouwd als een van de belangrijkste kunstenaars uit de periode van de moderne kunst, stierf op 3 november in Nice. Hij ligt begraven op het kerkhof van Cimiez.