Gustave Courbet (1819 – 1877)

1300+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Een rebel van allure - Tegen academische normen en regels

Van onze redactie
 
De realistisch schilderende kunstenaar Gustave Courbet deed veel stof opwaaien met zijn schilderijen, die het dagelijkse leven op het platteland als onderwerp hadden. Dat hij dergelijke onbenulligheden op monumentaal formaat schilderde, dus met de statuur en grandeur van historiestukken, werd als aanstootgevend ervaren in de academische kunstwereld van zijn tijd. Courbet is een van de belangrijkste schilders van de negentiende-eeuwse stroming van het realisme. Andere kunstenaars, die hiertoe worden gerekend zijn Honoré Daumier en Jean-Francois Millet, belangrijkste representant van de School van Barbizon.
 

Gustave Courbet, De wanhopige, 1843-45, olieverf op doek, 45 x 54 cm, particuliere collectie
Gustave Courbet, De wanhopige, 1843-45, olieverf op doek, 45 x 54 cm, particuliere collectie

Geaccepteerd en geweigerd op de Salon

Courbet werd geboren in 1819 als zoon van welgestelde boeren. Zij hadden een carrièreloopbaan voor ogen voor hun zoon, maar Courbet zou daar zelf anders over gaan denken. Hij ging eerst studeren aan de Academie van Besançon. Op zijn twintigste ging hij naar Parijs om rechten te studeren. Maar steeds vaker ging hij naar het atelier van Von Steuben en Hesse. Hij schilderde meesterwerken na uit het Louvre, waaronder werken van Rembrandt, Rubens en Titiaan. Al snel besloot hij om op autodidacte voet verder te gaan met het schilderen. Hij vond grote inspiratie bij de Franse meesters van de romantiek als Delacroix en Géricault. Tijdens zijn vroege, nog zoekende, periode maakte hij een aantal opvallende zelfportretten, zoals De wanhopige (1843-45, zie afbeelding bovenaan pagina). In 1844 debuteerde hij met het portret Courbet met zwarte hond op de Salon van Parijs in het Louvre. Dit was een grote overzichtstentoonstelling, die jaarlijks plaats vond, en waaraan honderden kunstenaars deelnamen. Vier jaar later werden er tien werken van de kunstenaar geaccepteerd voor de Salontentoonstelling. Dat was een succes te noemen, maar zoals gezegd zou zijn werk later voor veel opschudding gaan zorgen.

Toen hij alledaagse gebeurtenissen op het Franse platteland schilderde op zodanig groot formaat, dat volgens de normen van de academie normaliter uitsluitend bedoeld was voor de gewichtigheid van historiestukken, sloeg de erkenning om in afwijzing. De kunstenaar was zelf echter van mening dat zijn afbeeldingen van gewone mensen goed de tijdgeest weergaf. Hij vond dat dit onderwerp daarom bij uitstek goed tot zijn recht kwamen op het grote formaat van een historiestuk. Hij had de ambitie om de thematiek van historieschilderijen ingrijpend te veranderen. De schilderijen Een begrafenis in Ornans en De steenkloppers uit 1849 zijn hier voorbeelden van. In 1855 accepteerde de jury voor de Wereldtentoonstelling van Parijs tien werken van Courbet, maar zijn monumentale doek Het atelier van de kunstenaar, een echte allegorie werd geweigerd vanwege de enorme omvang, 359 x 598 cm. Courbet liet het er niet bij zitten en creëerde in een barak, tegenover de entree van de wereldtentoonstelling, zijn eigen expositiegelegenheid. Hij gaf deze barak de naam 'Pavillon du Réalisme’. Tevens publiceerde hij zijn Realistisch Manifest. Hij wist vooral jonge kunstenaars, journalisten en schrijvers te enthousiasmeren. De critici waren echter onverbiddelijk en bleven schande spreken van zijn monumentale schilderijen. Inhoudelijk gezien gingen deze doeken rechtstreeks in tegen fundamentele academische normen en regels.
 

Voorbeeld voor Manet

Tijdens een verblijf in het zuiden van Frankrijk, gaat Courbet een lichter en helderder palet hanteren. Hij schildert jachttaferelen, landschappen en bloemstillevens. In de beginjaren zestig van de negentiende eeuw exposeerde Courbet nog steeds regelmatig in de Salon en hij verkreeg ook vele opdrachten. Hij bleef echter ook controversiële schilderijen maken die zelfs voor de tentoonstelling van de Salon des Refusés werden afgewezen. Men vond zijn schilderijen onfatsoenlijk. Zie hiervoor bijvoorbeeld Vrouw met een papegaai (afbeelding hieronder). In deze periode schilderde hij onder meer het beruchte schilderij L’Origine du monde (1866) in opdracht van de Turkse mecenas Khalil-Bey, die erotische kunst verzamelde.

Courbet leerde Édouard Manet kennen, een belangrijk overgangsfiguur van het realisme naar het impressionisme. Daarnaast ontmoette hij impressionistisch werkende kunstenaars als Boudin, Monet en Whistler. Hij bleek met betrekking tot zijn eigen werk niet gevoelig voor de speelse verbeelding van de weerkaatsing van het licht. Andersom was de invloed groter. Manet voelde zich erg aangetrokken door de anti-academische houding van Courbet en nam daar een voorbeeld aan. In het voetspoor van Courbet maakte ook hij enkele controversiële meesterwerken. Wereldberoemd is zijn Déjeuner sur l’herbe, dat behoort tot de absolute topstukken van Musée d'Orsay in Parijs. Met dit schilderij werd hij een inspirerend voorbeeld voor de jonge impressionisten. Hij wordt vaak beschouwd als 'de eerste moderne kunstenaar.'

Gustave Courbet, Vrouw met een papegaai, 1866, olieverf op doek 129 x 195 cm, Metropolitan Museum of Art, New York
Gustave Courbet, Vrouw met een papegaai, 1866, olieverf op doek 129 x 195 cm, Metropolitan Museum of Art, New York

Tragische laatste jaren

Ten tijde van de Parijse Commune bestond er een kunstenaarsvereniging ter bescherming van kunstschatten tegen oorlogsschade. Deze liet op 12 april 1871 de Colonne de Vendôme neerhalen. Het ging om een monument dat door Napoleon I was geplaatst en dat symbool stond voor het eerste en tweede keizerrijk. Courbet was nog vier dagen verwijderd van zijn voorzitterschap van deze vereniging, maar toch werd hij voor het verwijderen van de Colonne de Vendôme verantwoordelijk gehouden. Een jaar eerder was hij namelijk een petitie gestart waarmee men toestemming probeerde te krijgen om de Colonne neer te halen. Courbet was een uitgesproken tegenstander van het regime van Napoleon III. Hij beschouwde het als een waardeloos monument. Deze actie had echter ingrijpende consequenties voor de kunstenaar. Hij werd als schuldige aangewezen, gearresteerd en veroordeeld tot gevangenisstraf. In 1873 moest hij financieel bijdragen aan het herstel van de Colonne. Bovendien werd een groot deel van zijn schilderijen in beslag genomen. In dat jaar vluchtte hij uit angst voor verdere gevangenisstraf naar Zwitserland. Hij kwam er nauwelijks meer tot schilderen en overleed onopgemerkt in 1877.

Courbet had tijdens zijn leven vooral in het buitenland erkenning genoten. In 1869 bijvoorbeeld werd er in het Glaspalast in München een zaal uitsluitend aan zijn werk gewijd. Nu is er het besef dat hij een sleutelfiguur was binnen de stroming van het realisme van de negentiende eeuw.