Georges de la Tour (1593-1652)

1300+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  
De barokkunstenaar Georges de la Tour werkte het grootste deel van zijn leven in het Hertogdom Lotharingen, dat tussen 1641 en 1648 tijdelijk werd ingelijfd door Frankrijk. Hij wordt gerekend tot de Franse caravaggisten, kunstenaars die in navolging van de Italiaanse kunstschilder Caravaggio een extreem lichtdonker contrast - ook wel 'clair-obscur' genoemd - toepasten.

Georges de la Tour, Boete doende Maria Magdalena, 1625-1650, olieverf op doek, 133.4 × 102.2 cm, Collectie Wrightsman, New York
Georges de la Tour, Boete doende Maria Magdalena, 1625-1650, olieverf op doek, 133.4 × 102.2 cm, Collectie Wrightsman, New York

Waarschijnlijk kwam de invloed van Caravaggio in het werk van De la Tour indirect tot stand via Utrechtse caravaggisten als Dirck van Baburen, Hendrick ter Brugghen en Gerard van Honthorst, die tussen 1610 en 1620 naar Italië gingen om het werk van Caravaggio te bestuderen. Deze kunstenaars hadden ook invloed op aspecten van het werk van Rubens, Rembrandt en Gerard Dou. Karakteristiek voor het werk van De la Tour is dat hij bescheiden kaarslicht als lichtbron laat fungeren binnen zijn voorstellingen. De kaars krijgt zelf in een aantal gevallen een prominente plek binnen de compositie van het schilderij. Zijn composities zijn meestal eenvoudig en geometrisch geordend. De kunstenaar toont bovendien een voorkeur voor vereenvoudigde vormen. Zijn onderwerpskeuze is meestal religieus, soms mythologisch, daarnaast heeft hij enkele genrestukken geschilderd. In tegenstelling tot Caravaggio streeft hij niet naar een verhoging van de dramatiek van de voorstelling met behulp van het clair-obscur, zijn taferelen hebben eerder een sereen verstild karakter.
De la Tour was een goede en ambitieuze zakenman, die tot zijn klantenkring onder andere Hertog Heinrich II van Lotharingen mocht rekenen. In 1638 verwoest een brand het stadje Lunéville, gelegen ten Oosten van Nancy, waar de kunstenaar woont en werkt, waarbij een groot deel van het vroege oeuvre van de kunstenaar verloren gaat. Een jaar later wordt De la Tour officieel benoemd tot 'peintre ordinaire du Roy', in dienst van de Franse koning Lodewijk XIII. Hij woont vervolgens enkele jaren in Parijs, maar keert in 1643 weer terug naar Lunéville. Omstreeks 1644 is De la Tour een beroemd kunstschilder. Ieder jaar opnieuw krijgt hij de eer dat één van zijn schilderijen door de plaatselijke autoriteiten wordt geschonken aan de gouverneur van Lotharingen.
De kunstenaar en zijn vrouw komen beiden te overlijden in 1652, wanneer een epidemie het stadje Lunéville treft. Ondanks het kleine oeuvre dat de kunstenaar heeft achtergelaten, iets meer dan twintig schilderijen, geldt de la Tour als één van de belangrijkste Franse kunstenaars van de zeventiende eeuw. In die zin kan hij worden vergeleken met de Nederlandse kunstenaar Johannes Vermeer, die immers ook een zeer bescheiden oeuvre heeft nagelaten en tegelijkertijd wordt beschouwd als één van de belangrijkste kunstschilders van de Nederlandse Gouden eeuw. Opmerkelijk in dit verband is dat in het begin van de twintigste eeuw een groot aantal schilderijen van De la Tour in eerste instantie zijn toegeschreven aan Vermeer, die een eeuw eerder dan De la Tour als belangrijke meester werd hergewaardeerd.