Franz Xaver Winterhalter (1805-1873)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van boerenzoon tot hofschilder


door: Sander Kletter
 
Geboren als boerenzoon in het Zwarte Woud in Duitsland, nabij Baden groeide Franz Xaver Winterhalter uit tot een van de meest gevraagde hofschilders van zijn tijd. Op dertienjarige leeftijd gaat hij in de leer bij Karl Ludwig Schüler te Freiburg, van wie hij leert tekenen en graveren. Op achttienjarige leeftijd krijgt hij een stipendium van Ludwig I, de Groot Hertog van Baden. Het geld gebruikt hij om te gaan studeren aan de kunstacademie van München bij Peter von Cornelius.

Franz Xaver Winterhalter, Prinses Elizabeth Esperovna Belosselsky Belosenky, Prinses Troubetskoi, 1859, olieverf op doek, 147 x 108 cm, privécollectie
Franz Xaver Winterhalter, Prinses Elizabeth Esperovna Belosselsky Belosenky, Prinses Troubetskoi, 1859, olieverf op doek, 147 x 108 cm, privécollectie

De kunstenaar komt voor het eerst in aanraking met hofkringen als hij de privé tekenleraar wordt van Sophie Magravine van Baden in Karlsruhe. Hij maakt aan het hof van Baden portretten van Groot Hertog Leopold van Baden en zijn vrouw en wordt vervolgens benoemd tot hofschilder van het Groot Hertogelijke hof. Het leven heeft echter meer voor hem in petto. Zo komt het dat hij besluit niet aan het hof van de hertog te blijven werken. In plaats daarvan gaat de kunstenaar zijn geluk beproeven in Frankrijk.

Nadat hij in 1838 een portret heeft geschilderd van Louis Marie van Orléans, de koningin van de Belgen, en van haar zoon, de Hertog van Brabant, komt Winterhalter op het netvlies van Maria Amalia. Zij is de koningin van Frankrijk en tevens moeder van de door Winterhalter fraai geportretteerde Louis Marie van Orléans. Net nadat de gevierde kunstenares Élisabeth Vigée-Le Brun in 1835-37 haar memoires heeft gepubliceerd over haar carrière als portrettist van vorstelijke families en de adel, wordt Winterhalter aangewezen als hofschilder van de Franse koning Louis-Philippe. Hij zal in totaal dertig portretopdrachten voor deze koning realiseren.
 
Ondanks zijn succes als hofschilder wordt Winterhalter in de kunstwereld nauwelijks serieus genomen, hoewel hij voordat hij aangesteld werd als hofschilder bij zijn debuut op de salon van Parijs in 1836 wel lof had geoogst bij de salonjury. De kunstenaar neemt zich bij zijn aanstelling voor om het werk als hofschilder maar tijdelijk te gaan doen. In zijn plan zou hij zich daarna weer gaan richten op het schilderen van genretaferelen en historiestukken. Het liep echter heel anders. Winterhalter werd dankzij zijn verfijnde geïdealiseerde maar goed gelijkende portretten, spoedig door andere koningshuizen in Europa gevraagd. Hij had de zeldzame gave om elke geportretteerde flatteus af te beelden, een zekere charme mee te geven, en excelleerde bovendien in de weergave van kostbare stoffen en sieraden. Hij kwam in zijn carrière dan ook nauwelijks meer toe aan iets anders dan het schilderen van personen van adellijke of Koninklijke bloede.

Winterhalter vervaardigde portretten van keizers, koningen, prinsessen en leden van de hoge adel in een stijl, die doet denken aan die van de stijlperiode van het veel eerdere rococo. Zijn werk kan daarom worden aangeduid las neo-rococo. In enkele van zijn werken zijn tevens invloeden van het neoclassicisme en de romantiek waarneembaar. Winterhalter schilderde portretten voor de Britse, Spaanse, Belgische, Russische, Mexicaanse, Duitse en Franse vorstenhuizen. Hij maakte onder meer een portret van Queen Victoria, van de Franse Keizer Napoleon III en zijn vrouw Keizerin Eugénie, en van de Spaanse koningin Isabella II. Voor het Britse koningshuis voert Winterhalter zelfs meer dan 120 opdrachten uit. Zijn succes is zo groot, dat hij net als Rubens, ten tijde van de barok, een groot aantal assistenten in dienst heeft, om aan de opdrachten te kunnen voldoen. Zijn roem wordt verspreid door de uitgifte van litho's van zijn werk. Maar desondanks geniet hij geen respect binnen de academische kunstwereld van Frankrijk, met als reden dat zijn werk te oppervlakkig zou zijn. Die academische wereld was onder meer het domein van zijn concurrent Jean Auguste Dominique Ingres, die echter veel minder succes had als portrettist bij de Europese vorstenhuizen. 

Na de Frans Duitse oorlog van 1870 keert de inmiddels vermogende Winterhalter terug naar Baden, waar hij dan officieel nog steeds als hofschilder is aangesteld. Hij gaat in Karlsruhe wonen. Tijdens een bezoek aan Frankfurt Am Main in 1873 loopt hij tyfus op, waaraan hij hetzelfde jaar op 68-jarige leeftijd komt te overlijden. Postuum, ruim een eeuw na zijn dood, heeft de kunstenaar in 1987 alsnog waardering voor zijn unieke oeuvre gekregen binnen de internationale kunstwereld. Er werden onder andere grote overzichtstentoonstellingen van zijn imposante oeuvre gehouden in het Petit Palais in Parijs en in de National Portrait Gallery in Londen. Zijn schilderijen zijn gewild en behoren tot de collecties van verschillende toonaangevend Europese en Amerikaanse musea, waar ze permanent worden tentoongesteld.