François Boucher (1703 – 1770)

1300+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
    
De rococokunstenaar François Boucher was bijzonder veelzijdig. Hij schilderde en maakte ontwerpen voor decoratieve kunstvoorwerpen, zoals sculptuurtjes van porselein en tapijten. Aan het begin van zijn carrière was hij bovendien werkzaam als graficus en maakte hij boekillustraties. Hij is het meest bekend vanwege zijn landelijke, geïdealiseerde landschappen, waarin herders en herderinnetjes op een lichtvoetige manier plezier maken.

Dante François Boucher, Portret van Marie-Louis O’Murphy (Naakt op een sofa), 1752, olieverf op doek, 73 x 59 cm, Alte Pinakothek, München
Dante François Boucher, Portret van Marie-Louis O’Murphy (Naakt op een sofa), 1752, olieverf op doek, 73 x 59 cm, Alte Pinakothek, München

Tijdens een reis door Italië, bestudeerde hij werk van kunstenaars van de barok. Daarbij had hij vooral belangstelling voor Nederlandse landschapschilders, die zich in Rome hadden gevestigd om antieke ruïnes en het werk van Rafaël en Michelangelo te bestuderen. De invloed van deze kunstenaars wordt vanaf dat moment zichtbaar in het werk van Boucher. Zie bijvoorbeeld het schilderij Hercules en Omphale, van circa 1730.
Na terugkeer in Parijs - omstreeks 1731 - begon Boucher monumentale schilderijen met mythologische onderwerpen te schilderen. Binnen een paar jaar bestond zijn klantenkring uit zeer uiteenlopende figuren, waaronder Koning Lodewijk XV en zijn minnares Madame de Pompadour en verschillende kunstverzamelaars. Een beroemd portret van De Pompadour van Boucher zijn hand bevindt zich in museum De Alte Pinakothek in München. In 1765 kreeg de kunstenaar de eretitel ‘Premier Peintre du Roi’ en werd hij benoemd als directeur van de Académie Royale. Zijn werk werd niet louter positief ontvangen. Schrijver en criticus Denis Diderot schreef in de jaren zestig van de achttiende eeuw over de frivole stijl van Boucher:
“Wat een verspilling van talent en tijd! Deze man is de ondergang van onze jonge schilderstudenten. Zodra ze in staat zijn een penseel en palet vast te houden, beginnen ze te ploeteren aan putti met bloemenslingers, roze achterwerken met kuiltjes te schilderen en zich over te geven aan allerlei extravaganties...” (bron: Hugh Honour & John Fleming, Algemene kunstgeschiedenis, Amsterdam, 2009, p. 620).
Deze gepeperde uitspraak van Diderot geeft inzicht in hoe de smaak en beoordeling van kunst in Frankrijk aan verandering onderhevig was aan het eind van de achttiende eeuw. De frivole rococostijl van Boucher en andere kunstenaars werd verdrongen door die van het plechtstatige ernstige neoclassicisme, welke zocht naar eenvoudige en zuivere vorm. Opvallend is dat het vroege werk van de voorman van het neoclassicisme, de dan nog jonge kunstschilder Jacques-Louis David sterk beïnvloed is door de stijl van Boucher.