Edgar Degas (1834-1917)

1100+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Impressionist & Realist


door: Sander Kletter en Kyra ter Veer

De Franse kunstschilder Edgar Degas is beroemd door zijn schilderijen van balletdanseressen, die hij vanaf 1867 schildert. Hij wordt gerekend tot het impressionisme. Dit is vooral te danken aan zijn deelname aan de eerste baanbrekende tentoonstelling van de impressionisten in 1874 in Parijs. De kunstenaar zag zichzelf echter liever als een zelfstandig kunstenaar, onafhankelijk van deze stroming. Hij werkte gedurende zijn carrière steeds meer in de stijl van het realisme. Zijn opleiding was geënt op de stijl van de neoclassicist Jean Auguste Dominique Ingres.

Edgar Degas, De dansklas [Franse titel: 'La classe de danse'], ca. 1874, olieverf op doek, 83 x 76 cm, Metropolitan Museum of Art, New York
Edgar Degas, De dansklas [Franse titel: 'La classe de danse'], ca. 1874, olieverf op doek, 83 x 76 cm, Metropolitan Museum of Art, New York

Degas had het geluk dat hij werd geboren in een welgestelde familie. Zijn familie kon hem altijd financieel bijstaan wanneer nodig. Het oorspronkelijke toekomstplan was dat hij jurist zou worden, maar Degas besefte al vroeg dat het kunstenaarschap zijn werkelijke roeping was. Hij bewonderde de stijl van de tekeningen van de beroemde neoclassicistische kunstenaar Ingres. Hij leerde werken in de academische en classicistische stijl van de Ingres-school. Zijn classicistische scholing blijkt uit enkele historiestukken, die hij vanaf 1860 schildert. Daarin verwerkt hij volgens het academische recept thema’s uit de klassieke oudheid. In zijn portretten is hij een meester in het uitbeelden van de psychologische gemoedstoestand van de geportretteerde personen. Dit komt in 1876 bijzonder sterk tot uiting in het beroemde schilderij De absintdrinkster (zie afbeelding hieronder), dat behoort tot de meesterwerken in de collectie van Musée d'Orsay in Parijs. De wijze waarop de beide figuren in de compositie zijn geplaatst, de gezichtsuitdrukking en de lichaamstaal van beiden, veroorzaken de benodigde triestheid en eenzaamheid die Degas met het tafereel wil laten zien. De vrouw in het schilderij ziet er geïsoleerd en gesloten uit. Het isolement dat men ervoer in het moderne stadsleven komt in het schilderij tot uitdrukking. Maar bij dat moderne leven horen ook de wasvrouwen en balletdanseressen die Degas veelvuldig schildert.

Van het laatste thema is De dansklas het beroemdste voorbeeld (zie bovenstaande afbeelding). Het is omstreeks 1874 geschilderd en behoort tot de topstukken van het Metropolitan Museum of Art in New York. Het schilderij is mede zo bekend, omdat Degas de revolutionaire snapshot compositie van het schilderij ontleende aan een type uitsnede dat kenmerkend is voor de fotografie. De balletdanseres links wordt bij de grens van het doek doorsneden, zoals dat op een foto heel gebruikelijk is. Dit compositieprincipe werd in die tijd nog vrij weinig toegepast in de schilderkunst. Degas behoorde tot de kunstenaars, die belangstelling hadden voor de fotografie, dat nog een betrekkelijk nieuwe techniek was. Zie in dit verband ook het schilderij Rue de Paris, Temps de pluie van Gustave Caillebotte uit 1877.
 

Het leven in de grote stad

In de periode tussen 1854 en 1860 reisde Degas naar Italië. Daar ontmoette hij onder andere Gustave Moreau, een kunstschilder die wordt gerekend tot het symbolisme. Degas leert tevens Édouard Manet kennen, een vooruitstrevende kunstenaar, van wie het werk een brug slaat tussen de stijlen van het realisme en het impressionisme. Gaandeweg in zijn carrière, komt Degas los van de academische (neoclassicistische) benadering van het schilderij. In tegenstelling tot de gevierde Belgische portretschilder Alfred Stevens, met wie hij goed bevriend is. De onderwerpkeuze van Degas gaat steeds meer uit naar alledaagse taferelen, net zoals dat bij andere impressionisten het geval is. Zijn stijl ontwikkelt zich echter gaandeweg in de richting van het realisme. Degas onderscheidt zich met zijn werk duidelijk van andere impressionisten, doordat zijn werk de weerslag is van zijn ‘nadenken’ over de wereld. Hij onderscheidt zich ook van hen door de vele studies die hij maakt naar oude meesters. Andere impressionisten, zoals Monet en Renoir staan bekend om hun frivole lichte onderwerpskeuze. Waar veel impressionisten er met hun schildersezel op uittrekken om in de buitenlucht landschappen te schilderen, schildert Degas juist in het atelier. Hij richt zich bij voorkeur op het leven in de grote stad. Ondanks dit onderscheid neemt hij deel aan maar liefst acht tentoonstellingen van de impressionisten.

Edgar Degas, De absintdrinkster, 1875-76, olieverf op doek, 92 x 68 cm, Musée d’Orsay, Parijs
Edgar Degas, De absintdrinkster, 1875-76, olieverf op doek, 92 x 68 cm, Musée d’Orsay, Parijs

Pastelkrijt, beeldhouwkunst en vrouwen

In de late jaren zeventig gebruikt de kunstenaar de olieverf steeds meer in combinatie met pastel, een korrelig soort krijt, dat bijna puur pigment is. In zijn laatste periode wijdt Degas zich meer aan de beeldhouwkunst dan aan de schilderkunst. Dit was het gevolg van een steeds hardnekkiger wordende blindheid waar hij mee te kampen kreeg. Slechts één beeld stelt hij tijdens zijn leven ten toon: het Danseresje van veertien uit 1881. Het beeld werd destijds verguisd. Degas zou het werk als gevolg daarvan nooit meer exposeren. Nu wordt het beschouwd als een van de iconen van de moderne kunst. Een van de vijfentwintig afgietsels van het inmiddels wereldberoemde beeld Danseresje van veertien bevindt zich in Nederland, in Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam.

Degas kreeg vaak kritiek op de manier waarop hij vrouwen afbeeldde. Hij koos voor zijn schilderijen vaak de momenten waarop vrouwen geen pose aannamen, maar zich bijvoorbeeld juist geeuwend uitrekten of in een plompe houding pauzeerden achter de coulissen. Sommigen concludeerden hieruit ten onrechte, dat de kunstenaar een vrouwenhater moest zijn.

Degas had een bijzonder productieve carrière en was bevriend met vele kunstenaars, onder wie Boldini, Manet, Stevens en Whistler. Ook probeerde hij andere kunstenaars te stimuleren of hij inspireerde hen via zijn werk, onder wie Mary Cassatt, Isaac Israëls en James Tissot. Degas behoort zonder twijfel tot de sleutelfiguren van de laat negentiende-eeuwse avant-garde in Parijs. Omstreeks 1910 stopte de kunstenaar echter met schilderen en beeldhouwen, omdat hij bijna volledig blind was geworden. Hij trok zich terug en sterft in 1917 op 83-jarige leeftijd in Parijs, de stad waar hij ook is geboren.