Dick Ket (1902 – 1940)

1000+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
    

Als je goed naar de vingers in onderstaand zelfportret van Dick Ket kijkt, dan zie je dat de vingertoppen ietwat opgezet zijn en zijn nagels een grijsblauwe kleur hebben. Het is een symptoom van de hartafwijkingen waar hij aan leed (zijn hart bevond zich aan de rechterkant en had inwendige vergroeiingen).

Dick Ket, Zelfportret, 1931
Dick Ket, Zelfportret, 1931

De kunstenaar heeft in meerdere zelfportretten zijn vingers op deze opvallende manier nadrukkelijk weergegeven. Ket schilderde voornamelijk zelfportretten en stillevens. Vanwege zijn zwakke gezondheid was hij aan huis gebonden en bleef hij bij zijn ouders wonen. Vooral in het laatste decennium van zijn korte leven, hij werd slechts 38 jaar oud, was hij bijzonder productief.
Op jonge leeftijd was zijn tekentalent al zichtbaar. Hij ging naar de Arnhemse school voor beeldende kunst en kunstnijverheid. Daar raakte hij bevriend met de kunstschilder Johan Mekkink, die zich door zijn stijl liet beïnvloeden. Zelf was Ket aanvankelijk een bewonderaar van de Nederlandse kunstschilders George Hendrik Breitner en Floris Verster. Hij schilderde in een impressionistische stijl en maakte daarbij veel gebruik van het paletmes, welke in de regel leidt to pasteuze schetsmatige verfstreken. Vanaf 1930 veranderde hij zijn schildertechniek en ging hij over op een meer verfijnde gedetailleerde realistische weergave. Tegelijkertijd ontwikkelde hij een voorkeur voor het hoekige lijnenspel van het kubisme dat hij gezien had op de affiches van de Franse schilder en vormgever A.M. Cassandre. Ket liet het spel met geometrische vormen, zoals de kubus, de rechthoek en de cilinder terugkomen in de sterk geometrisch bepaalde ordening van zijn stillevens. Deze bestaan uit een tafeloppervlak met daarop uitgespreid voorwerpen uit zijn directe omgeving, gebruiksvoorwerpen die gemakkelijk voorhanden waren. Zo zien we in meerdere van zijn stillevens een theedoek, een waterkom, een stuk brood en een ei. De ogenschijnlijk willekeurige selectie voorwerpen kreeg veelal een symbolische betekenis, door de keuze voor specifieke combinaties. Zo stelde Ket bijvoorbeeld een St. Nicolaas stilleven samen, bestaande uit maskers, een afbeelding van een Spaanse danseres, een afgescheurd kalenderblaadje van 'december 5’ en een speelgoedpaardje.
Ket had bewondering voor de kunstenaar Jan Mankes, die net als hij erg onder de indruk was van de Vlaamse primitieven. De invloed van de Vlaamse primitieven en de kunstschilders van de renaissance zijn in het werk van Ket duidelijk zichtbaar, ondermeer in de verfijnde techniek, waarin de penseelvoering niet zichtbaar is. Het werk van Ket wordt ook wel gerekend tot het magisch realisme, een kunststroming die in zijn tijd opbloeide, met als belangrijkste kunstenaars Pyke Koch en Carel Willink. Een andere kunstenaar uit dezelfde periode is Charley Toorop, die in de zakelijke realistische stijl van de nieuwe zakelijkheid ('Neue Sachlichkeit') schilderde. In overeenstemming met het werk van Ket spreekt er een verlangen naar een realistische manier van schilderen uit het werk van al deze tijdgenoten, dat gezien kan worden als een tendens van kunstenaars om zich af te zetten tegen de abstraherende avant-garde stijlen uit hun tijd. Zie daarvoor het artikel over abstracte schilderkunst. De geschetste realistische tendens tijdens het interbellum, waarin een herwaardering plaatsvindt voor de klassieke traditie, de stijl van het classicisme en het realisme, wordt ook wel aangeduid als retour à l'ordre, een beweging van kunstenaars, welke direct na de Eerste Wereldoorlog ontstond en die zich toentertijd afzette tegen de vormtaal van het kubisme en dynamiek van het futurisme.