Gustave de Smet (1877 – 1943)

1500+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Vlaams expressionist

Van onze redactie
  
Kunstschilder Gustave de Smet is één van de centrale figuren van het Vlaams expressionisme. Andere Vlaams expressionisten waren Constant Permeke en Frits van de Berghe. Zij stonden in hun schilderstijl dicht bij het werk van de Duitse expressionisten.

Gustave De Smet, Dorpskermis, 1930, olieverf op doek, 133 x 156 cm, Museum voor Schone Kunsten Gent
Gustave De Smet, Dorpskermis, 1930, olieverf op doek, 133 x 156 cm, Museum voor Schone Kunsten Gent

Binnen het oeuvre van De Smet vindt in de periode tussen 1914 en 1922 een belangrijke stijlontwikkeling plaats. Aanvankelijk schilderde De Smet net als de meeste kunstenaars uit zijn omgeving (onder wie zijn broer Léon) in de stijl van het impressionisme. In 1914 vertrekt hij noodgedwongen naar Nederland, vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In Nederland ziet hij het werk van de Franse kubist Henri Le Fauconnier en van de Hollandse kunstschilder Jan Sluijters. Ook leert hij het werk van Duitse kunstschilders als Paula Modersohn-Becker, Franz Marc en August Macke kennen. In de vereenvoudigde vormtaal en het volle kleurgebruik, dat hij in het werk van deze kunstenaars ziet, herkent hij zijn eerdere zoektocht naar eenvoud en synthese. Hij realiseert zich dat het impressionisme daarmee voor hem tot het verleden behoort. De Smet past vanaf dat moment expressionistische principes toe in zijn eigen werk, maar in een somberder kleurenpalet dan dat van de meeste expressionisten.
 

Terugkeer uit Nederland

In Nederland maakte De Smet schilderijen met nerveuze lijnen en dynamische vormen. Wanneer hij weer terugkeert naar België in 1922 begint de kunstenaar zich een meer verfijnde penseelhantering eigen te maken. Zijn composities worden evenwichtiger. Dit past bij het artistieke klimaat van na de Eerste Wereldoorlog. Er heerste een verlangen naar orde en stabiliteit, ook wel genoemd ‘retour à l’ordre’. De Smet gaat schilderijen maken met een meer monumentaal karakter en de figuren in zijn schilderijen worden geschematiseerd. Ze doen denken aan het werk van Fernand Léger, de Franse kunstschilder, die in een eigen variant van het kubisme schilderde. Vanaf halverwege de jaren twintig schildert De Smet evenwichtige, geabstraheerde composities, welke als ‘decoratief’ worden bestempeld. Hij schildert vooral thema’s van het leven in de stad. In 1929 gaat hij in Deurle wonen aan de Leie. Thematisch gaan zijn schilderijen vanaf dat moment over het eenvoudige dorpsleven en het leven on op het platteland. Een bekend werk van zijn had is Dorpskermis uit 1930 (zie afbeelding). Hierin is te zien hoe de kunstenaar zichzelf een speelsere manier van schilderen toestaat en een warmer kleurenpalet toepast. Hier en daar krast hij zelfs met de achterkant van zijn penseel in de verf, waardoor het wit van het doek zichtbaar wordt.
 

Grafisch werk : linoleumsneden

Naast schilderijen vervaardigde De Smet ook linoleumsneden, voor de expressionisten een belangrijke techniek. Andere expressionistische kunstenaars gaven vaak de voorkeur aan houtsneden. Het linoleum is zachter en daardoor makkelijker te bewerken. De technieken zijn vergelijkbaar. Uit het hout of linoleum werd een afbeelding uitgesneden. Vervolgens drukte men dit als een soort stempel op papier. Kenmerkend zijn de hoekige en krachtige lijnen. De vormen worden sterk vereenvoudigd en teruggebracht tot hun essentie, de grove techniek leent zich namelijk niet voor gedetailleerde tekeningen.