Charles Le Brun (1619-1690)

1000+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  

De Franse kunstschilder en architect Charles Le Brun is een van de grote meesters binnen de classicistische barok. Hij werd in Parijs geboren in 1619, als zoon van de beeldhouwer Nicolas Le Brun.

Charles Le Brun, De kanselier Séguier bij de intocht van Lodewijk XIV in Parijs in het jaar 1660, 1655-1661, olieverf op doek, 295 x 357 cm, Louvre, Parijs
Charles Le Brun, De kanselier Séguier bij de intocht van Lodewijk XIV in Parijs in het jaar 1660, 1655-1661, olieverf op doek, 295 x 357 cm, Louvre, Parijs

Invloeden van het classicisme en Rubens

Charles Le Brun ging in de leer bij de schilder en etser François Perrier en daarna bij Simon Vouet, de kunstenaar die de Italiaanse barok in Frankrijk introduceerde. In 1637 vertrok Lebrun naar Fontainebleau, waar hij werkt in de stijl van zijn leermeester en van de Vlaamse barokschilder Peter Paul Rubens. Vanaf 1642 verblijft hij drie jaar in Italië, samen met de classicistisch werkende kunstschilder Nicolas Poussin. Door dit contact is er een zeker classicisme in het werk van Le Brun te herkennen, een stijl waaruit bewondering voor de klassieke beelden van de Griekse oudheid spreekt. Hij bestudeert de kunst van de antieke oudheid en het werk van Italiaanse kunstschilders zoals Rafaël en Carracci.
In 1646 keert Le Brun terug naar Parijs, waar hem grote opdrachten stonden te wachten. Voor het paleis van de bisschop van Langers aan de Place Royale maakt hij in 1652-55 de plafondschildering. In 1662 werd Lebrun tot hofschilder benoemd door koning Lodewijk XIV. Het schilderij De kanselier Séguier bij de intocht van Lodewijk XIV in Parijs in het jaar 1660 (zie afbeelding hierboven) wordt beschouwd als één van zijn meesterwerken.
 

Grondlegger van de kunstacademie

In 1663 werd hij directeur van de Koninklijke Academie voor Schilderkunst en Beeldhouwkunst te Parijs. Hij bracht een strikte orde aan, waarin strenge regels nageleefd moesten worden en men verplichte praktijk- en theorielessen moest volgen. Er werden voor het eerst vastgestelde waarden gehandhaafd door middel van becijfering van tekenkunde, expressie en verhoudingen. De hoogst gewaardeerde stijl was die van de klassieken, die tegenover de lager gewaardeerde Vlaamse en Hollandse schilderkunst werd gezet. De wijze waarop deze scholing in de beeldende kunsten was georganiseerd kan beschouwd worden als het model voor latere kunstacademies.