Charles Camoin (1879 – 1965)

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  

Samen met het werk van Albert Marquet, Henri Matisse, André Derain, Georges Rouault, Maurice de Vlaminck, Othon Friesz en Henri Manguin werd zijn werk in 1905 getoond op de prestigieuze Herfstsalon te Parijs. Vanwege het felle kleurgebuik werden deze kunstenaars vanaf dat moment aangeduid als de ‘fauves’ (‘de wilden’).

Charles Camoin, Village au bord de la mer, 1905, olieverf op doek, 54 x 65 cm, Association des amis du Petit Palais, Genève
Charles Camoin, Village au bord de la mer, 1905, olieverf op doek, 54 x 65 cm, Association des amis du Petit Palais, Genève

Een aantal leden van de groep fauvisten had elkaar al leren kennen tijdens hun opleiding aan de École des Beaux Arts te Parijs, waar ze les kregen van Gustave Moreau, een kunstschilder, die wordt gerekend tot het symbolisme. Ook Camoin volgde deze opleiding vanaf 1896. Hij raakte hecht bevriend met Matisse, waarvan een briefwisseling als getuige bewaard is gebleven. Ook raakte hij bevriend met Manguin, Rouault en Jean Puy. Moreau was een toegewijd docent die zijn leerlingen aanspoorde veel te studeren in musea, maar ook om zelf te experimenteren. Veel heeft Camoin niet van Moreau mee kunnen krijgen, aangezien deze al in 1898 kwam te overlijden. Met Marquet ondernam Camoin kort na het overlijden van Moreau een aantal reizen.
In het begin van de twintigste eeuw bestudeerde hij het werk van Van Gogh in Arles, en leerde hij Paul Cézanne kennen in Aix. Cézanne was voor Camoin een belangrijke raadgever en inspiratiebron. In 1904 ontmoette hij Claude Monet, hetzelfde jaar heeft hij zijn eerste solotentoonstelling bij de galerie van Berthe Weil in Parijs. Tussen 1905 en 1915 onderneemt hij meerdere reizen, in het gezelschap van Marquet en Matisse. In 1918 komt hij in contact met een andere toonaangevende impressionist, Auguste Renoir. Deze wakkert zijn fascinatie voor de weergave en het spel met het licht aan, de invloed van Cézanne neemt vanaf dat moment zichtbaar af. Hij werkt niet alleen in zijn atelier, maar gaat nu ook buiten werken, om direct naar de natuur te kunnen schilderen.
Camoin was het meest productief in zijn latere jaren en vervaardigde in totaal ongeveer 3000 schilderijen, waarvan hij tijdens een depressieve periode een groot aandeel vernietigde. Van de nog steeds aanzienlijke hoeveelheid overgebleven schilderijen bevinden zich ook een aantal in de collectie van de internationaal gezien toonaangevende musea, waaronder het Museum of Modern Art in New York.