Paul Cézanne (1839 – 1906)

1000+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

'Vader van de moderne kunst'

Van onze redactie
 
Kunstschilder Cézanne wordt gerekend tot het postimpressionisme, de stijlperiode die volgt op het impressionisme. Zonder Cézanne had het werk van Pablo Picasso en Georges Braque - de vernieuwende kunstenaars van het latere kubisme - er beslist anders uitgezien dan zoals we het nu kennen.

Paul Cézanne, Stilleven met uien, 1895-1900, olieverf op doek, 63 x 78 cm, Musée d'Orsay, Parijs
Paul Cézanne, Stilleven met uien, 1895-1900, olieverf op doek, 63 x 78 cm, Musée d'Orsay, Parijs

Cézanne groeide op in het Franse Aix-en-Provence, zijn geboorteplaats en uiteindelijk ook de plaats van zijn sterfbed. Op de middelbare school knoopt hij een hechte vriendschap aan met Emile Zola, die een belangrijk schrijver zou worden. Zola vertrok naar Parijs en Cézanne ging hem in 1861 achterna, hoewel hij nog regelmatig terugkeerde naar Aix. Hij was naar de wereldstad gegaan om daar rechten te studeren, bestemd als hij was om bankdirecteur te worden. Daar kwam hij er achter dat toch liever kunstschilder werd. Zijn vader stemde uiteindelijk daarin toe en stond hem financieel bij.
In het Louvre liet hij zich inspireren door het werk van kunstenaars als Eugène DelacroixHonoré Daumier van het realisme en de Italiaanse schilder Tintoretto, een leerling van Titiaan. In zijn vroege periode schildert Cézanne met grote gebaren en donkere kleuren met hier en daar een licht accent. Zijn schilderstijl verandert echter ingrijpend als hij de impressionisten leert kennen, daarin beïnvloed door zijn vriend Camille Pissarro. Hij sluit zich bij hen aan samen met Édouard Manet en Auguste Renoir in het Café Guerbois. Het gevolg is dat hij vanaf 1870 in lichtere kleuren schildert en ‘en plein air’, in de buitenlucht.

Toch werkte de kunstenaar anders dan de meeste impressionisten. Hij was een buitenstaander binnen de groep. Hij was namelijk zo onder de indruk van het gewichtige werk dat hij kende uit de musea, dat hij er zelf van droomde een vergelijkbare museale kwaliteit te zullen bereiken. Een van zijn grote voorbeelden - met dit doel voor ogen - was de classicistische barokkunstenaar Nicolas Poussin. Daarnaast was de grote meester van de romantiek Delacroix zijn voorbeeld vanwege zijn kleurgebruik en ook de schilderijen van de Vlaamse barokschilder Peter Paul Rubens hadden zijn bewondering.
Beroemd zijn de stillevens met appels van Cézanne. Hij ontwikkelde een eigen manier van het weergeven van diepte, waarin hij de verschillende stillevenvoorwerpen, zoals flessen, borden en appels elkaar liet overlappen. Zo suggereerde hij voorkeur ruimtelijkheid. Ook experimenteerde hij met meerdere perspectivische standpunten binnen een schilderij. Zie daarvoor bijvoorbeeld zijn Stilleven met commode uit 1883-87. Naast de stillevens schilderde hij ook landschappen, die hij opbouwde uit transparante kleurvlekken en diagonaal geordende evenwijdige kleurtoetsen. Hij schilderde deze bijvoorbeeld aan de baai van Estaque, waar Braque later zijn voorbeeld zou volgen. Ook schilderde hij portretten en naaktfiguren, vooral in zijn latere periode.
Cézanne ontving pas laat in zijn leven echte waardering voor zijn werk. Tot 1882 kreeg hij alleen maar afwijzingen te verduren bij de jaarlijkse Salon in Parijs. En eindelijk, aan het eind van zijn leven, raakten kunstenaars van een nieuwe generatie enthousiast over zijn werk. Waaronder de jongere kunstenaars Picasso en Braque, die furore zouden maken met het kubisme, een stijl die veel te danken heeft aan de vormtaal, experimenten en zienswijze van Cézanne.