Carlo Carrà (1881 – 1961)

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  

Nadat de dichter Filippo Tomasso Marinetti zijn ‘Oprichting en manifest van het futurisme’ publiceerde, stelde kunstschilder Carlo Carrà in 1910 samen met de kunstenaars Umberto Boccioni, Luigi Russolo, Gino Severini en Giacomo Balla het ‘Manifest van Futuristische Schilders’ op. De beeldende weergave van dynamiek, snelheid, machines en technologie had grote belangstelling van deze kunstenaars. Het werk van Carrà was tijdens zijn futuristische periode meestal ook politiek geladen.

Carlo Carrà, Paard en ruiter of Rode ruiter, 1913, tempera, 26 x 36 cm, Civico Museo d’Arte Contemporanea, Milaan
Carlo Carrà, Paard en ruiter of Rode ruiter, 1913, tempera, 26 x 36 cm, Civico Museo d’Arte Contemporanea, Milaan

Opvallend is de promotie van de oorlog, welke het futurisme aan het begin van de Eerste Wereldoorlog nog uitdroeg. De futuristen verheerlijkten en propageerden het oorlog voeren op fanatieke wijze. Ook Carrà droeg bij aan dergelijke propaganda, bijvoorbeeld met zijn nationalistisch getinte kubistische collage Free-World Painting uit 1914 (zie daarvoor het artikel over het futurisme), waarin hij de Italiaanse vlag, slogans en patriottistische liederen verwerkte. De gruwel van de oorlog temperde echter het enthousiasme van de futuristen. Daarom liet ook Carrà het futurisme achter zich. Vervolgens laat hij zich inspireren door de stijl van Giorgio De Chirico. In 1917 ontmoet hij De Chirico persoonlijk en ontwikkelt samen met hem, Alberto Savinio en Giorgio Morandi diens pittura metafisica. De schilders van de pittura metafisica schilderden een statische droomwereld, waarin een vervreemdende leegte en stilte domineert, bijna tegenovergesteld aan het dynamische karakter, dat de kunstwerken van het futurisme karakteriseert. We zien in de pittura metafisica veelal de weergave van een fictieve ruimte, omzoomd door muren en arcades, waarin plastische objecten aanwezig zijn, soms ook een mensfiguur, maar deze heeft dan geen duidelijk herkenbaar uiterlijk of gezichtsuitdrukking. Soms wordt de menselijke aanwezigheid slechts gesuggereerd. Zie als voorbeeld The Melancholy and Mystery of a Street van De Chirico uit 1914. In 1918 publiceerde Carrà zijn boek Pittura metafisica. De stroming van de pittura metafisica maakte grote indruk op de latere surrealisten, vooral op Salvador Dalí
Na de Eerste Wereldoorlog kan het werk van Carrà worden gezien als een uiting van het verlangen naar de terugkeer van de orde - 'retour à l'ordre' - een wens die onder veel Europese kunstenaars heerste. Vanwege de chaotische omstandigheden, die men tijdens de Eerste Wereldoorlog had moeten doorstaan, zetten deze kunstenaars zich af tegen vooroorlogse avant-garde stijlen als het kubisme en het futurisme. Carrà werkte eerst kort in een magisch realistische stijl, om vervolgens in een atmosferische, impressionistisch aandoende stijl te gaan schilderen. In 1945 publiceerde hij zijn autobiografie La mia vita. De kunstenaar overleed te Milaan in 1966.