Alexander Archipenko (1887 – 1964)

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Van onze redactie
  

De uit de Oekraïne afkomstige Alexander Archipenko paste als één van de eerste beeldhouwers de principes van het kubisme toe binnen de beeldhouwkunst.

Alexander Archipenko, La Vie Familiale, 1912, gips, vernietigd tijdens de Eerste Wereldoorlog tijdens een bombardement in Parijs
Alexander Archipenko, La Vie Familiale, 1912, gips, vernietigd tijdens de Eerste Wereldoorlog tijdens een bombardement in Parijs

De kunstenaar was geboren in Kiev. Zijn kunstopleiding in de richtingen van zowel de schilderkunst als beeldhouwkunst, volgde hij eerst in zijn geboorteplaats, waarna hij in 1906 naar Moskou vertrok. Twee jaar later ging hij naar Parijs, waar hij zich inschreef bij de École des Beaux-Arts. Deze verliet hij echter al snel om zelfstandig kunstwerken te gaan bestuderen in het Louvre, waar hij vooral werd aangetrokken door de kunst uit de Klassieke Oudheid.
Hij exposeerde samen met de kubisten in 1910 op de Salon des Indépendants. Voor deze tentoonstelling werd niet geballoteerd, in tegenstelling tot zijn tegenhanger de officiële Salon, waar een jury bepaalde welke kunstwerken geëxposeerd mochten worden. Hij toonde daarnaast ook werk op de officiële Salon d’Automne (Herfstsalon) tussen 1911 en 1913. Zijn eerste solotentoonstelling had hij in Duitsland, in Museum Folkwang Hagen in 1912. In hetzelfde jaar opende hij in Parijs de eerste van zijn privé kunstscholen.
De ideeën van het kubisme en het futurisme hadden grote invloed op zijn werk, maar ook Byzantijnse iconen en mozaïeken die hij in Kiev gezien had. Daarnaast hadden middeleeuwse en niet-westerse kunst zijn interesse. Archipenko streefde in zijn werk naar de integratie tussen het figuur en de omringende ruimte. In 1914 begon hij aan zijn zogenaamde ‘sculpto-peintures’. Dit waren reliëfs, polychroom geschilderd, in verschillende kleuren. Hij verhuisde in 1921 naar Berlijn, om zich twee jaar later in New York te vestigen, waar hij een succesvol docent werd, verbonden aan zijn eigen kunstopleiding. In 1929 kreeg Archipenko de Amerikaanse nationaliteit. In de Verenigde Staten gaf hij les aan verschillende opleidingsinstituten, ondermeer in Los Angeles en Woodstock en aan het New Bauhaus Chicago. In 1924 introduceerde hij een nieuwe vorm van kunst, genaamd 'Archipentura', dat gezien kan worden als een voorloper van de latere kinetische kunst, in welke beweging centraal staat.
In 1960 publiceerde de kunstenaar zijn boek Archipenkko: Fifty Creative Years 1908 – 1958. Hij wordt beschouwd als één van de belangrijkste beeldhouwers van de abstracte kunst uit de geschiedenis van de moderne kunst. Zoals ook blijkt uit de toonaangevende collecties en musea, waarin zijn werk mondiaal is opgenomen, zoals het Guggenheim Museum en het Museum of Modern Art te New York, de Phillips Collection te Washington DC, de Hermitage in St. Petersburg en Tate Gallery in Londen.