Het godenbanket (1601-03) - Joachim Wtewael

1400+ mensen volgen Art Salon Holland op Facebook, dat wil jij toch niet missen?

Joachim Wtewael (1566-1638), Het godenbanket, 1601-03, olieverf op koper, 15.5 x 20.5 cm, Centraal Museum, Utrecht
Joachim Wtewael (1566-1638), Het godenbanket, 1601-03, olieverf op koper, 15.5 x 20.5 cm, Centraal Museum, Utrecht
Kunstenaar Joachim Wtewael
Land Nederland
Stijl / Stroming / Periode maniërisme / 17e eeuw
Locatie / Museum Centraal Museum,
Utrecht

Sinds 30 januari 2019 is het Centraal Museum Utrecht eindelijk de trotse bezitter van het kunstwerk Het Godenbanket van de Utrechtse maniërist Joachim Wtewael (1566-1638). Het betreft een kleine uiterst verfijnde op mythologie geïnspireerde erotische voorstelling, uitgevoerd in olieverf op koper. Kenmerkend voor de maniëristische stijl is de langgerektheid van de figuren en hun overdreven lichaamshoudingen, terwijl ze driftig gebaren maken, ergens naar wijzen, elkaar omarmen, muziek maken, breeduit gesticuleren tijdens hun conversatie, buitelingen maken en nadrukkelijk in beweging lijken te zijn. Het is juist dit type schildering waaraan de kunstschilder zijn beroemdheid te danken heeft. Het gladde oppervlak van een drager als koper gaf de kunstenaar de mogelijkheid zijn geraffineerde, verfijnde en delicate penseelvoering ten volle uit te buiten. Volgens de artistiek directeur van het museum, Bart Rutten, is Het Godenbanket met zijn vele minutieus geschilderde figuurtjes misschien wel de mooiste die Wtewael ooit heeft gemaakt.
Sinds 1933 was het museum al naar een dergelijke schildering van Wtewael op jacht, omdat een werk op koper van de meester nog aan de collectie ontbrak. Op de veiling van Sotheby's in New York werd het werk aangekocht voor vijf miljoen dollar, met steun van Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en vele andere sponsoren. Het oeuvre van Wtewael omvat eveneens grote(re) panelen en doeken. Het Centraal Museum bezit zeven familieportretten op groot formaat en andere werken van de kunstenaar, zoals De aanbidding van de herders uit 1598, De groentevrouw van omstreeks 1618 en De keukenmeid, dat hij tussen 1620 en 1625 schilderde.